Soms raak je onverwacht in gesprek met iemand. Zomaar op straat. Voor een tuinhekje, op een bankje in het park, op een muurtje op het perron van een treinstation. Het kan overal gebeuren.
Het gebeurt steeds vaker dat ik werkelijk waar niet meer weet wat ik wel of niet kan geloven. Soms ligt het ‘ware’ er zo dik bovenop dat ik eraan twijfel omdat er mijns inziens waarheid zit in de uitspraak ‘als iets te mooi is om waar te zijn, is het vaak helemaal niet waar’. (Deze zin heb ik na het schrijven ervan zelf nog een paar keer overgelezen). Daarom ga ik ook nooit in op winkelaanbiedingen, omdat ze – zo blijkt steevast achteraf – meestal meer kosten dan je dacht.
“O… dat is goedkoop! Drie halen, twee betalen,” jubelde de klant bij een schap vol flessen frisdrank. Ze laadde onmiddellijk zes flessen in haar boodschappenwagentje.
Ik kende haar. Ze woont alleen en voor zover ik weet heeft ze geen kinderen. Ik vroeg mij daarom af voor wie die frisdrank dan wel bedoelt zou zijn. “Dorstig bezoek op komst?” vroeg ik belangstellend.
“Nee,” zei ze, en pakte nog eens drie flessen. “Voorraadje”.
Ik knikte. “Voor als er oorlog komt, of voor een andere ramp?”
“Nee, gewoon om een voorraad te hebben. Het is nu goedkoop. Tel uit je winst. Wilt u ook…”
“Nee, nee… ik hoef niet.”
Ze keek mij verbaasd aan. “Ik zag laatst toch frisdrank in uw wagentje…” mompelde ze zacht.
“Klopt. Zo af en toe koop ik wel eens een fles. Eentje. En die ene is dan net zo duur als die van u in uw karretje nu.”
Ze lachte. Volgens haar zag ik dat helemaal verkeerd. Zij had er nu negen voor de prijs van zes. Dat waren dus drie gratis flessen. Reken de winst maar uit. Ik rekende het vervolgens voor. Wanneer je twee flessen in prijs verhoogd, kan de derde gemakkelijk uit. De winkel rekent er vervolgens op dat je ook nog wat andere zaken koopt, want zo werkt het vaak… je krijgt een euforisch gevoel en dat wakkert kooplust aan. Dus ach… nog dit erbij en nog dat… wat kan het schelen, je hebt immers je slag al mooi geslagen. En je staat uiteindelijk buiten met een legere portemonnee. Je hebt meer uitgegeven dan je van plan was.
“Ik koop nooit goedkope olifanten,” zeg ik ter afsluiting. “En al helemaal geen dure”.
De vrouw zet grote ogen op. Ze snapt niet wat ik bedoel en daarom leg ik het uit. “Ik heb helemaal geen olifanten nodig. Zelfs al zou ik ze gratis krijgen… dan nog wil ik er geen.”
Ze schudt haar hoofd…
“Olifanten zijn best duur in onderhoud,” verklaar ik. “Gratis olifanten zijn daardoor duur…”
“U houdt niet van olifanten?”
Ik zucht. “Jawel. Het zijn schattige beesten. Beetje groot en tamelijk zwaar, maar ik hoef er zelf geen. Zelfs niet met geld toe … En dat geldt voor heel veel zaken. Deze supermarkt staat vol met van alles dat ik helemaal niet nodig heb. Dat weet de eigenaar heel goed. Maar hij probeert mij op allerlei manieren te verleiden toch iets te kopen dat ik niet nodig heb. Soms lukt dat (ik heb ook mijn zwakke punten) maar zo te zien heeft hij bij u en vele anderen meer succes. Gratis? We zijn met zijn allen veel en veel te dik! De kosten voor de zorg rijzen de pan uit. Dat merkt u ook aan de kosten voor uw ziektekostenverzekering. Kortom … ik betaal met mijn ziektekostenverzekering mee aan uw negen flessen frisdrank. Niks is gratis! We betalen met onze gezondheid … “
De vrouw kijkt mij met stijgende verontrusting aan. Tenslotte onderbreekt ze mij en zegt: “Drie flessen … waar maakt u zich druk om!”
“Ik maak me helemaal niet druk,” verontschuldig ik mij. “Ik begon met te zeggen dat ik helemaal geen behoefte had aan flessen frisdrank. Dat is alles.”
Ze schudde haar hoofd en duwde haar boodschappenwagentje van me weg, het pad tussen de koekjes, chocolaatjes en andere versnaperingen op. Ze pakte her en der wat weg. De sloot frisdrank moest gedempt.


Geef een reactie