Een paar dagen geleden was het de sterfdag van mijn vader. Meer herinneringen dan anders kwamen bij mij boven.
Zoals dat ik met mijn vader naar een wedstrijd van de voetbalclub Feyenoord ging. Het is al verschrikkelijk lang geleden. We fietsten toen samen van het Oude Noorden naar Rotterdam-Zuid- ook wel Boerenzij geheten, waar het prachtige stadion ligt.
Mijn vader trapte, ik zat achterop de bagagedrager, op een wit kussentje. Van de wedstrijd kan ik me niks meer herinneren, ik was nog zo’n klein ventje. Ik herinner me nog wel flarden van de rit. Dat we de Maasbruggen passeerden, mijn vader hield ik stevig vast. Wat een avontuur. Met mijn vader op stap.
Het was in een tijd dat er nog geen vuurwerkbom naar een steward op het veld werd gesmeten, dat er geen scheidsrechters werden bedreigd, of grensrechters doodgeslagen. Het was in een tijd dat ‘supporters’ door de brievenbus van een Feyenoordspeler nog geen doodsverwensingen schreeuwden. Het was in een tijd dat een club mocht verliezen, omdat dat een wetmatigheid is. Pieken en dalen. Zoals het leven.
Mijn vader is in een Rotterdams ziekenhuis op een verschrikkelijke manier aan zijn eind gekomen. De rooms-katholieke moraal van gij zult niet doden was er de norm. Hij had een agressieve vorm van kanker, de stank was door het rottende lichaam niet te harden in de ziekenkamer. Niemand van het personeel, artsen en verpleegkundigen, hielp hem om zijn dood menswaardiger te maken.
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Laten we een eind maken aan oorlog en geweld, stop de wapenhandel.
Moedig voorwaarts!
BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen is waargenomen, het abonnement op te zeggen. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren maar niet weten waartegen. Het boeddhisme de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. En zo gaat het maar door.

Geef een reactie