Ik kom uit een gezin met zes kinderen. Voor mijn ouders was het een hele klus om ons te voeden, te kleden, met ons te wandelen, te wassen en leuke en nuttige dingen te doen. Mijn vader werkte zich te barsten om het gezinsleven te kunnen bekostigen en mijn moeder was general gezinsmanager. Beiden waren aan het eind van de dag totaal gesloopt maar wij, de kinderen niet. Mijn ouders wilden graag dat als wij naar boven, naar bed gingen, we dan ook binnen redelijk korte termijn gingen slapen. Zodat zij in rust de avond door konden. Maar dat was een illusie.
We klierden wat aan, maakten herrie en gingen in bed en in onze slaapkamers verder met ons jonge leventje. Mijn vader had de hinderlijke gewoonte, daartoe aangezet door mijn moeder, om doodstil op zijn pantoffels de trap op te sluipen en dan opeens de slaapkamerdeur open te gooien en ons te onderhouden en aan te spreken op ons gedrag. Wij vonden dat niet prettig. Op een dag monteerden we een schakelaartje op een traptree. Als je er op trapte, het ding was onzichtbaar verstopt onder de trapbekleding, knipperde bij ons in de slaapkamer een klein lampje. We klierden voort maar zijn nooit meer op heterdaad betrapt.
Ik verkeer in een fase in mijn leven dat al die herinneringen boven komen. Mijn ouders zijn al jaren dood en ik mis ze nog steeds. Ze zijn er jammer genoeg niet om mijn ervaringen te kunnen delen. Mijn vader sluipt de trap niet meer op, het ouderlijk huis is een gewoon huis geworden, maar dat schakelaartje is er nog steeds: de leer van de boeddha. De ene dag lukt het beter dan de andere om dat boeddhistisch pad te volgen. Dan gloeien de waarschuwingslampjes op.
Moge iedereen gezond, vrij en gelukkig zijn, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Moedig voorwaarts!

Geef een reactie