Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Het boeddhisme heeft vooral in Azië veel invloed op daar heersende culturen en het heeft daar ook grote invloed op de ontwikkeling van individuele mensen in de maatschappij, ongeacht of ze zichzelf ‘boeddhist’ vinden of niet. En tegenwoordig begint het boeddhisme invloed uit te oefenen op de Nederlandse cultuur en de ontwikkeling van individuen in de Nederlandse maatschappij. Reden genoeg voor het Boeddhistisch Dagblad om in een reeks artikelen aandacht aan antropologie te besteden.
Nationaliteit is een uitgevonden construct van relatief recente datum. Er moet eerst een land zijn, met landsgrenzen. Deze grenzen lopen overal op de wereld soms dwars door etnische groepen heen.
Nationalisme begint klein… bij individuen, van onder af (‘bottum-up’) en niet vanuit leiders opgelegd (‘top-down’). Dat wil niet zeggen dat mensen aan de top weinig invloed hebben op het ontstaan van nationalisme. Maar geen enkele politicus, volksmenner of andere hotemetoot kan in zijn eentje nationalisme laten opkomen wanneer er op de ‘bottum’ geen individuen zijn die met nationalistische ideeën rondlopen of sympatiseren. Nationalisme speelt vooral in moeilijke tijden op. Nationalisme ontkiemt in de hoofden van individuen, maar groeit doordat het van bovenaf bewaterd en bemest wordt. Media (TV, kranten, tijdschriften, Youtube, Tiktok, X, en zo voorts) spelen daar een behoorlijke rol in, doordat zij de manier beïnvloeden waarop groepen mensen met elkaar over specifieke onderwerpen communiceren. En influencers – waaronder ik gemakshalve ook politici als Wilders, Baudet en co reken – maken graag en handig gebruik van die media. Zonder media verliezen zij vooral invloed en daarmee macht. Vandaar de uitspraak: “Wie de media heeft, heeft de macht”.
Cultuur verbastert nationalisme tot een schijnbaar constante factor. Daar spelen allerlei elementen een rol in, zoals onder meer een gestandaardiseerd educatiesysteem. Iedereen leert de eerste jaren op school zo’n beetje hetzelfde! Nationalisme draait om ‘wij en zij’. De groep ‘wij’ sluit de groep ‘zij’ min of meer uit. Zolang ‘zij’ ver weg blijven en vooral buiten bereik, is er weinig aan de hand, Maar ojee wanneer de ‘zij’ de ‘wij’ te na komen of – God beware! – zich zelfs temidden van de ‘wij’ begeven of zelfs al bevinden. ‘Zij’ krijgen dan al snel de schuld van alles dat in de beleving van de ‘wij’ scheef gaat of mis is, terwijl de ‘wij’ vooral de credits krijgen voor wat wel goed gaat of nog in orde is. Voorbeeld: “Wij’ zijn blanke, christelijke en oppassende burgers die hard gewerkt hebben voor de welvaart, en ‘zij’ zijn joden, negers, asielzoekers, en anderen die uit zijn op ‘onze’ welvaart en ons mooie Nederland willen veranderen in een soort Emiraat aan de Noordzee terwijl ze ondertussen onze vrouwen verkrachten en banen inpikken.
Binnen een staat kun je eigenlijk altijd meerderheden en minderheden onderscheiden. Minderheden kun je beleidsmatig proberen te domineren of zelfs proberen te assimileren door ze min of meer te dwingen zich aan te passen (verplichte inburgering!). Hierdoor ontstaat ofwel een multiculturele samenleving of het werkt juist (onbedoeld!) segregatie in de hand. Segregatie is een mooi woord voor zoiets als rassenscheiding. De praktijk van alledag laat zien dat er eerder segregatie plaats vind dan dat verschillende culturen gelijkwaardig naast elkaar verder gaan. De oorzaak daarvoor is vaak wederzijds onbegrip. ‘Wij’ begrijpen ‘zij’ (hen) niet en ‘zij’ begrijpen ‘wij’ (ons) niet. Hoe al dat wederzijds onbegrip uitpakt, is afhankelijk van allerlei omstandigheden maar vooral van de individuele bereidheid en wens om van onbegrip tot begrip te komen. Onderwijs is daarbij cruciaal. En dan gaat het niet om leren rekenen of zo, maar om leren zelfstandig logisch na te denken, hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden en leren om eens van perspectief te wisselen.
Veel mensen slaan de groep of groepen waartoe zijzelf behoren bijna als vanzelfsprekend hoger aan dan om het even welke andere groepering(en). Anders gezegd: de eigen groep is favoriet. Stereotypering speelt daarbij een behoorlijke rol, zoals een vastgeroeste overtuiging dat bepaalde etnische groepen crimineler zijn dan de eigen groep. Een negatief oordeel over een lid van die niet eigen (etnische) groep is, is dan vlot geveld: “Wedden dat het weer een asielzoeker is?”; “Tuurlijk, tuurlijk … vast een dakloze homo of zo”.
Wanneer je buitenlandse arbeiders samenpropt in goedkope, slecht onderhouden barakken zonder voldoende voorzieningen, ontstaat gemakkelijk het beeld dat ‘die lui die onze banen komen inpikken’ onhygiënische gelukzoekers zijn. Men ziet dan over het hoofd dat onze economie zonder van buiten Nederland komende aanpakkers bijna onmogelijk draaiende kan worden gehouden, tenzij wij zelf … En wie denkt nou echt dat mensen er zelf voor kiezen om tegen een absurd hoog percentage van hun inkomsten beroerd te worden gehuisvest?
(Wordt vervolgd)


Geef een reactie