Twee recente incidenten in Guangdong en Jiangxi, hoewel ze honderden kilometers van elkaar plaatsvonden, laten een duidelijke trend zien: de Chinese autoriteiten verscherpen hun controle op religieuze en gemeenschappelijke activiteiten van de bevolking. Wat vroeger als onschuldige gebruiken werd beschouwd – zoals processies van goden, voorouderlijke hallen en seizoensgebonden rituelen – wordt nu steeds meer gezien als een bedreiging die moet worden beheerst of uitgebannen.

