Een vriend liet me onlangs een haiku lezen die gemaakt was met behulp van AI. Hij wilde laten zien wat mogelijk is. Mijn eerste reactie was: “leuk”. Maar er was wat mee. Ik kon er niet de vinger opleggen. Tot ik het zag: het was een mooie haiku, maar het was alleen maar een buitenkant. Ik las er geen diepte in. Als een vrucht met een mooie schil, maar van binnen leeg.
Matsuo Bashō
Gedachten over een haiku, nr. 45 – Kenjin
Deze haiku spreekt mij aan vanwege het eigentijdse beeld van de vissers. Wie heeft er niet ooit deelnemers aan een viswedstrijd gezien, zittend langs het kanaal, op een paar meter afstand van elkaar? Of rond de vijver van de plaatselijke visclub, de leden op “praat-afstand”?
Leven in het hart van vergankelijkheid
Hoe aanvaard je het onaanvaardbare? In verschillende boeddhistische verhalen staat het (leren) aanvaarden van een groot en pijnlijk verlies centraal. Bekend is het verhaal van de jonge vrouw Kisagotami, die volledig radeloos na het overlijden van haar enige kind, van de Boeddha opdracht kreeg bij ieder huis in het dorp aan te kloppen en een mosterdzaadje mee te nemen uit een huis waar nog nooit iemand was gestorven. Kisogatami keerde zonder mosterdzaadje terug, maar mét het inzicht dat de dood ons allen treft.
Gedachten over een haiku (7) – Bashō
Vertalingen van Japanse haiku’s kunnen verschillen. Niet alleen omdat de Japanse taal en levensopvattingen zo ver van de Nederlandse afstaan, ook de persoonlijke interpretatie van de vertaler speelt een rol. En Nederlandse taalregels veranderen, zoals in deze voorbeelden bij het woord “kerse(n)bloesems”.
Gedachten over een haiku – Bashō
In de traditionele haiku wordt binnen een strak schema, van 17 lettergrepen, een kleine verandering of gebeurtenis beschreven.





