Rondom de Eerste Wereldoorlog was er een Engelsman uit een gegoede familie, die op zoek was naar de zin van het bestaan nadat hij op de slagvelden van België en Frankrijk gediend had. Hij overleefde de verschrikkingen van de oorlog, maar de structuur van zijn denken en voelen was uiteengereten door de granaatinslagen en het gedonder van het geschut. Thuis, in de beschutte omgeving met zijn aristocratische ouders, kon hij die structuur ook niet zelf herstellen, met of zonder whisky. Hij herbeleefde in menig nachtmerrie de hel van verscheurde lichamen in loopgraven vol modder. Hij vond zijn draai ook niet meer in zijn voormalig veilige familiebestaan. En trok op een regenachtige novemberochtend het hek van het voorvaderlijk landgoed achter zich dicht en ging, met vrijwel geen bagage, doch slechts een een rugzakje en weinig geld op zak op zoek.
Goethe
Boeken – Het pompeblêd en de lotus
‘Het gevolg was dat het boeddhisme eigenlijk niet begrepen werd door hen die pretendeerden er alles van te weten. Ik heb de professoren nog gekend die nooit in India of China geweest waren, die nooit een seconde hadden gemediteerd, maar die de acht jhānas haarfijn konden uitleggen.’ Boekbespreking door Erik Hoogcarspel.
Taigu – omdat er iets is en niet niets
Erik Hoogcarspel en Taigu hebben een verschillende beoordeling van én Schopenhauer en én het westerse boeddhisme. Schopenhauer koesterde hoop op een convergentie van Oost en West een eeuw voordat Japanse studenten in Europa en Amerika neerstreken om zich te verdiepen in de kunst van wetenschap en filosofie. Zij droegen, eenmaal terug in eigen land, bij aan het imperialisme dat Japan in 1945 van een koude kermis deed thuiskomen.



