Joep: Zou jij iets of iemand kunnen doden?
Hans: Ik dood en ik laat voor mij doden.
Joep: Wát?
Hans: Wat niet.
Joep: Bijvoorbeeld?
Hans: kippen, koeien, varkens, stadsduiven, muskusratten, ratten, muizen, vissen, bomen, struiken, planten, schimmels, gisten, bacteriën, virussen.
Joep: Eet jij stadsduiven en muskusratten?
Hans: Nee, ik lust alleen bomen.
Joep: Ik alleen schimmels.
Hans: De gemeente vergast stadsduiven omdat ze overlast bezorgen en ik verzet me er niet tegen. De waterschappen vangen muskusratten omdat ze dijken ondermijnen en ik verzet me er niet tegen. Boeren vergiftigen muizen en ratten, en ik verzet me er niet tegen. Ze gebruiken pesticiden om onkruid en insecten te verdelgen, en ik verzet me er niet tegen. Vervoermiddelen doden massa’s dieren en insecten, en ik verzet me er niet tegen.
Iedereen wiedt, snoeit, oogst, melkt en raapt, en ik profiteer mee. Bomen worden met nesten en al omgezaagd voor het karton waarin mijn boodschappen zijn verpakt, het wc-papier waarmee ik mijn kont afveeg en het printpapier waarop mijn boeken worden afgedrukt. Ik ben grootgebracht met koemelk en kippeneieren, en ik eet ze nog steeds, al zijn er legio vervangers.
Joep: Je doodt planten en dieren en je laat ze voor je doden.
Hans: En mensen.
Joep: Wát?
Hans: Er sterven voortdurend mensen voor mij en door mij.
Joep: Hoe dan? Waar dan? Ben jij lid van de maffia of zo?
Hans: In mijnen, waar ze met gevaar voor eigen leven grondstoffen winnen, ook voor mij. In fabrieken, waar ze met gevaar voor eigen leven goederen vervaardigen, ook voor mij. Op boerderijen, waar ze met gevaar voor eigen leven vee houden en gewassen telen, ook voor mij. In de bouw, waar ze met gevaar voor eigen leven huizen bouwen, ook voor mij. In het verkeer, waar ze met gevaar voor eigen leven goederen vervoeren, ook voor mij, en op hun beurt andere weggebruikers in gevaar brengen, ook voor mij. In ziekenhuizen, waar ze met gevaar voor eigen leven ziekten bestrijden, ook voor mij. Op straat, waar ze met gevaar voor eigen leven de orde bewaren, ook voor mij. Te land, ter zee en in de lucht, waar ze met gevaar voor eigen leven oefenen om ons land verdedigen, ook voor mij.
Joep: Zou jij eigenhandig een mens kunnen doden, bijvoorbeeld om je eigen leven, dat van je geliefde of van een klas schoolkinderen te redden?
Hans: Ik mag het graag denken, maar ik ben niet zo’n held.
Joep: Ik eerlijk gezegd ook niet.
Hans: Dus ik reken nergens op.
Joep: Jij denkt niet dat je persoonlijk ooit iemand zult doden.
Hans: Tegen zijn zin, bedoel je?
Joep: Ja, niet om hem een plezier te doen.
Hans: Ik mag het graag denken, maar ik reken er niet op.
Joep: Pardon?
Hans: Dodelijke agressie heeft allerlei aanleidingen en oorzaken waar je niets over te zeggen hebt. Paniek. Oorlog. Een verkeerde inschatting. Een hersentumor. Paranoia. Medicijnvergiftiging. Een psychose.
Joep: Blinde woede.
Hans: Domme pech. Iemand die je lastig valt een zet geven waardoor hij van de stoep valt en zijn nek breekt.
Joep: Terugslaan waarbij je vuist per ongeluk zijn strottenhoofd verbrijzelt waardoor hij stikt.
Hans: Je weet maar nooit.
Lezer, wie en wat heb jij eigenhandig gedood in je leven? Wie en wat laat jij voor je doden, opzettelijk en onopzettelijk? Heb je ooit eigenhandig een mens gedood? Heb je ooit een mens willen doden? Fantaseer of droom je over geweld? Lees je graag over geweld, kijk je er graag naar? Denk je dat je iemand eigenhandig zou kunnen doden?

