Deel 2 van een 5-delig dwaalgesprek over hoofd- en hartzaken.
Babs: Ken jij ‘Het wijze hart’ van Jack Kornfield?
Hans: Ik kende het niet, moest ervoor naar de bieb. Een canon van de psychoboeddhistische inzichten van een serieauteur, en natuurlijk weer uit naam van meestersouffleur Siddharta Gautama, schrijver van alle soetra’s en shastra’s aller tijden heb ik gehoord, evam me sutam. ‘De wijze neus’ was een betere titel geweest, en wel zo eerlijk. Het boek staat vol principes, wel vijfentwintig, geen beginnen aan, wie kan dat behappen?
Babs: Zit er iets bij wat je aanspreekt?
Hans: Ik vind het niet erg dat mensen hun inzichten canoniseren en aan de man brengen, of ze nu ontspringen aan andermans hoofd, aan hun eigen hoofd, aan hun hart of aan hun duim, zolang ik niet verplicht word om er kennis van te nemen en ernaar te leven.
Babs: Wat is er mis met canons?
Hans: Dat ze een mensbeeld opdringen terwijl de mens zich niet laat canoniseren? Dat ze een wereldbeeld opdringen terwijl de wereld zich niet laat canoniseren? Dat ze een consensus suggereren die er niet is en nooit geweest is? Dat er steeds meer canons komen?
Babs: Ja, zeg dat wel. Religieuze canons, spirituele canons, filosofische canons, psychologische canons, historische canons, politieke canons, wetenschappelijke canons…
Hans: De vijf dit, de zeven dat, de twaalf zus, de veertig zo. Een eindeloze stoet lijstjes, we worden nog doodgecanoniseerd. Straks krijgen we een metacanon van honderd essentiële canons, gevolgd door een metametacanon van tien essentiële metacanons. En dan heb ik het nog niet eens over alle lijfspreuken, motto’s, slagzinnen, wapenkreten, schotschriften en manifesten waarmee mensen zichzelf en elkaar in hun oneindige wijsheid om de oren slaan en naar het leven staan.
Babs: Niet-weten is toch ook een soort canon?
Hans: Niet weten is een lege canon, zeg maar gerust dé lege canon, Ø, want waarin zou de ene lege canon moeten verschillen van de andere? De lege canon, daar schuilt geen kwaad in, en geen goed. Niemand is er ooit in geslaagd een leeg kanon af te schieten.
Babs: Poef.
Hans: Altijd mis.
Babs: Niet-weten is geen wijsheid.
Hans: Niet-weten is herwonnen onwetendheid. Weten wat je allemaal niet weet. Zodat je op het juiste moment je mond weet te houden, dat wil zeggen, bijna altijd.
Babs: Alsof jij ooit je mond houdt.
Hans: Ik hou mijn mond met woorden.

