‘Wat is de zin van het leven volgens jou?’
‘De aarde weer gezond maken, Hans.’
‘Wat is de zin daarvan?’
‘De biodiversiteit vergroten.’
‘Wat is de zin daarvan?’
‘Dat het leven blijft voortbestaan.’
‘Wat is de zin daarvan?’
‘Dat de mensheid zich verder kan ontwikkelen.’
‘Wat is de zin daarvan?’
‘Dat we onze volledige potentie kunnen realiseren.’
‘Wat is de zin daarvan?’
‘Dat we een betere versie van onszelf worden.’
‘Wat is de zin daarvan?’
‘Dat we… omdat we een betere versie… dat we de aarde…’
‘Ga door.’
‘Dat weet ik eigenlijk niet.’
‘Wat is dan de waarde van je eerdere antwoorden?’
‘Nou, dat… eh…’
‘Ik dacht al zoiets.’
‘Wat is de zin van het leven volgens jou?’
‘Op dit moment of in het algemeen?’
‘In het algemeen.’
‘Steeds wat anders?’
‘Is dat een vraag of een antwoord?’
‘Allebei?’
‘En op dit moment?’
‘Dit gesprek?’
‘Is dat een vraag of een antwoord?’
‘Allebei?’
‘Hoe kan een vraag een antwoord zijn?’
‘Hoe zou een antwoord iets anders dan een vraag kunnen zijn?’
‘Dat doet de deur dicht.’
‘Integendeel.’
‘Wat dan?’
‘Het zet hem wagenwijd open.’

