Het is duidelijk dat de visie die het orthodoxe christendom uitdraagt, en we hebben gezien dat die teruggaat op Paulus, niet het beeld van de eerste volgelingen van Jezus is geweest. Hoe die Jezus precies hebben gezien is moeilijk te achterhalen, wel is duidelijk dat het hele proces van vergoddelijking van later datum is. Die lijn van deïficatie kunnen we mooi volgen door de evangeliën heen. Bij Marcus daalt de goddelijke geest op Jezus neer bij zijn doop in de Jordaan (door Johannes de Doper). Bij Mattheus en Lucas start zijn goddelijkheid bij zijn conceptie met tussenkomst van de heilige Geest. Bij Johannes tenslotte is hij altijd God geweest, voor alle tijden (bladzijde 121).
Onmenselijk christendom
Het christendom is niet onschuldig. Argumenten voor deze stelling hoeven we niet in het verleden te zoeken bij de kruistochten, de heksenvervolgingen, de vervolging van katharen of de brandstapels voor de protestanten. Nee, de slachtoffers van de huidige brandhaarden op de wereld, zoals Gaza en Iran, hebben het volste recht om de vinger te wijzen naar een bepaald soort christendom dat op ons platteland, maar ook op het platteland van de Verenigde Staten gemeengoed is geworden. Het is het christendom van mensen die hun geloof gebruiken als excuus om zich onmenselijk te gedragen. Ze vormen een merkwaardige variant van de menselijke soort die er vast van overtuigd is dat zij uitverkorenen zijn die zich niet hoeven te storen aan het internationale recht of aan een minimale vorm van intermenselijke solidariteit. Deze onmensen geloven dat ze de lievelingen zijn van hun God, die zij beschrijven als een soort sadist met Alzheimer. Ze denken dat ze de plicht hebben om hun medemensen te vermoorden, te martelen en hen te beroven van al de eigendommen die door hard werken zijn verkregen en opgebouwd. De huidige minister van oorlog van de Verenigde Staten, Pete Hegseth (1980), is bijvoorbeeld een overtuigd aanhanger van deze religieuze hallucinatie, wat hij in woord en daad overal ten uitvoer brengt. Dit onmenselijke christendom heeft een geschiedenis, het is ontstaan door oorzaken en omstandigheden en deze ontstaansgeschiedenis wordt door onderzoeker Jos Stollman bondig en helder beschreven.
Een geschiedenis van Jezus
Wie was Jezus? Was hij een wijsheidsleraar, een gezant van God, of een messias, een redder der mensheid die een nieuwe wereld zonder leed en kwaad zou stichten? De meningen zijn verdeeld, maar de meerderheid van gemakzuchtige gelovigen neigen te kiezen voor het laatste. Bovendien hebben theologen in de loop van de eeuwen deze laatste opvatting met veel zorg uitgebouwd tot een bastion van onbegrijpelijkheid. Geen wonder, met God weet je het immers maar nooit? Stollman kiest echter voor de eerst mogelijkheid en weet zijn keuze overtuigend te rechtvaardigen.
In 14 korte hoofdstukken worden eerst de hellenistische en joodse achtergronden beschreven die hoogstwaarschijnlijk op de historische Jezus van invloed zijn geweest. Deze achtergronden zijn in het latere christendom onzichtbaar geworden door ingewikkelde theologische begrippenconstructies. Jezus wordt hierbij gedefinieerd als de zoon van God, dus als een levend-dode paradox, een bovenmenselijke mens, waarin metafoor en letterlijke betekenis vrolijk door elkaar fietsen. Onwillekeurig moet je hierbij denken aan de filosoof Socrates, waarvan de historische persoon volledig is overdekt door de kunstige literaire en politieke fantasieën van zijn afvallige leerling Plato.
Stollman laat zien dat Nazareth, de stad waar Jezus opgroeide, op een kruispunt lag van handelswegen en internationale doorgangswegen. Als gevolg hiervan waren er in de tijd waarin Jezus er opgroeide vele verschillende stromingen in het Jodendom vertegenwoordigd, sommige zelfs beïnvloed door de gnostiek en de leer van Pythagoras (bladzijde 87). Later zouden er in de eerste eeuwen van het christendom ook vele verschillende stromingen ontstaan. Dat we hiervan zo weinig weten, is voornamelijk te wijten aan de vervolgingen en plunderingen die plaatsvonden vanuit politieke motieven. Zo werd in het jaar 391 het tempelcomplex van de god Serapis in Alexandrië, waarin zich een enorme bibliotheek bevond, door een horde fanatieke christenen verbrand. Bovendien vond in het jaar 325 het concilie van Nicea (nu het Turkse Iznik) plaats waarbij de grens tussen rechtgelovigen en ketters scherp werd afgebakend (bladzijde 118). Dit concilie werd uitgeroepen door keizer Constantijn (273 – 337), die het christendom wilde gebruiken om eenheid af te dwingen in zijn rijk. Vanaf dat moment werd duidelijk wie er vervolgd moest worden en wie niet.
Onbetrouwbare pamfletten
Na de dood van Jezus stond de gemeenschap van zijn volgelingen eigenlijk met lege handen. Het zou kunnen dat Jezus’ vriendin, Maria Magdalena, de leiding van de gemeenschap toen heeft overgenomen. Zij zou ook de eerste zijn geweest die de uitspraken van Jezus heeft opgeschreven, maar van deze tekst zijn alleen maar een paar fragmenten overgebleven. Een andere oude tekst is het evangelie van Thomas, maar dat werd tijdens het concilie van Nicea niet als authentiek aanvaard. De oudste erkende tekst is het evangelie van Marcus dat waarschijnlijk omstreeks het jaar 70 is geschreven, dus meer dan 30 jaar na de dood van Jezus. De evangeliën van Mattheus en Lucas hebben grote delen tekst gemeen en proberen het leven van Jezus te koppelen aan het oude testament. Beide staan duidelijk onder invloed van de ideeën van de apostel Paulus. Het eigenzinnige evangelie van Johannes is het jongste van de vier en is geschreven rond het jaar 100 (bladzijde 45). Hier zijn al sporen van Griekse invloeden aan te wijzen.
Deze teksten, eigenlijk weinig meer dan pamfletten, vormden echter een smalle basis voor een religie, dus er werden vele rituelen en gebruiken uit bestaande religies geïncorporeerd, misschien nog wel het meest uit de toen erg populaire Mitrasreligie. De filosofische rechtvaardiging en de metafysica werden regelrecht overgenomen uit het Griekse neo-Platonisme. In de Middeleeuwen zouden afwisselend Plato en zijn leerling Aristoteles als baken dienen voor de zwalkende theologie.
De meest beslissende invloed was echter die van de apostel Paulus. Deze leverde de oplossing voor een nijpend probleem: als Jezus de zoon was van God, hoe kon God dan toestaan dat Jezus als een ordinaire misdadiger aan het kruis was gestorven? Paulus kwam met een geniale verklaring: de kruisdood was geen afgang maar een opgang. Jezus was gestorven als boetedoening voor de zonden van de mensheid. De verklaring heeft een hoog Efteling-gehalte, maar alles was beter dan niets. De gemeente ging ervoor. Als bewijs werd het verhaal van het lege graf en de opstanding gefabriceerd. Het verhaal ging erin als koek en is sindsdien de kern van de christelijke geloofsbelijdenis gebleven.
Nag Hammadi
Er werd in wetenschappelijke kringen al meer getwijfeld aan het orthodoxe christendom, vooral toen de historische datering wat op gang kwam. De klap op de vuurpijl was de ontdekking van de verzameling teksten die in 1945 bij het Egyptische dorp Nag Hammadi werd ontdekt. Onder deze teksten bevond zich een bijna complete uitgave van het Thomas evangelie, waarin Jezus als wijsheidsleraar of filosoof naar voren komt. Volgens Stollman is hier de historische leraar Jezus aan het woord en hij vergelijkt Jezus graag met een zenleraar. Hij heeft bovendien een vertaling van de tekst van het Thomas evangelie op zijn webstek gepubliceerd met verwijzingen naar andere vertalingen.
Stollman weet zijn visie met overtuiging te brengen en verwijst regelmatig naar onderzoek van collega’s over de gehele wereld. Het boek leest als een trein, ondanks de soms vrij ingewikkelde materie. Het boek staat bovendien vol met verrassingen, omdat de standaardvisie op het christendom erg afwijkt van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Zelfs de lezer die het niet helemaal eens kan zijn met Stollman vindt in dit boek voldoende aanwijzingen om zich verder in de materie te verdiepen. Het boek bevat ook een aantal mooie illustraties, een korte boekenlijst en een index.
Dit boek toont hoe de geschiedenis een religie totaal kan veranderen en dat kunnen we in het boeddhisme ook zien. Daar hebben we de Lotussoetra als voorbeeld van een monsterlijke tekst die tot onenigheid en zelfs zelfverminking aanzet. We hebben de ontwikkeling van de Zuivere Landdoctrine, die boeddhisten met een kluitje in het riet stuurt.
Een ander gevolg is dat, als we Stollman volgen, het christendom is begonnen met een inzicht en een realisatie die ook in de leer van de echte Socrates, het boeddhisme en daoïsme is terug te vinden en derhalve een integraal onderdeel vormt van het menselijk bestaan. Dit inzicht wordt echter door de meeste belijders van deze religies nog niet begrepen of zelfs ontkend. Ik denk dat we daarvoor meer aandacht zouden moeten hebben en dat daarom dit boek ook voor boeddhisten interessant kan zijn. Uiteindelijk heeft de religieuze antropologie zich teveel beziggehouden met het aanleggen van lijstjes met overeenkomstige rituelen en regels, dus de uiterlijke vormen, die dan keurig in categorieën werden gegroepeerd. Omdat het zo interessant was en je er een museum mee kunt vullen. Het is tijd om het nirvana serieus te nemen.


Geef een reactie