Wees je er altijd bewust van wat de universele natuur is en je eigen natuur. (Meditaties, 2.9)
Ja, beste lezer, ik weet dat het spreekwoord iets anders zegt: de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens, maar volgens de schrijvers van het boek “De stoïcijnse school” begint de weg naar het grote geluk toch echt met goede voornemens. Dit is een mooie boodschap voor het nieuwe jaar. Niettemin stemmen de schrijvers, Michiel Buis en Dennis de Gruijter, toch in met het oorspronkelijke spreekwoord als daarmee bedoeld wordt dat de weg niet moet worden beperkt tot goede voornemens. Om een gelukkig leven te leiden moet men zich bezighouden met zichzelf, zoals Socrates al zijn leerlingen op het hart drukte. Dit betekent dat men goede voornemens moet omzetten in praktisch gedrag, dat wordt ondersteund door een veeleisend trainingsprogramma. In onze tijd van eenzaamheid en individuele verantwoordelijkheid is zo’n trainingsprogramma weer aantrekkelijk geworden. Een uurtje zingen in de kerk is niet meer genoeg.
Toch moeten we oppassen om niet alleen de glanszijde van deze praktische toepasbaarheid te zien. Juist de eenheid en de directheid die stoïcijnse ideeën onze tijd zo aantrekkelijk maken voor een groot publiek, brengen het risico mee van oppervlakkigheid. De stoïcijnse revival legt veel nadruk op “wat we eraan hebben” in het dagelijkse leven, op persoonlijk voordeel, mentale rust, succes en veerkracht. Diepere filosofische lagen en het bredere geheel waaruit deze ideeën voortkomen, verdwijnen daarmee vaak uit beeld. Hoeveel voordelen de praktische benadering van de stoïcijnse filosofie ook heeft, daarmee loopt ook gevaar om met stoïcijns stoïcisme te reduceren tot een “locate” van handige “life hacks”. Dan dreigen we te vergeten dat er een samenhangend filosofie systeem achter schuilgaat (bladzijde 24).
Onzekere bronnen
Volgens de schrijvers hebben we te kampen met vier moeilijkheden als we de filosofie van de stoa wat beter willen begrijpen. Ten eerste is het overgrote deel van de stoïcijnse geschriften verloren gegaan. Verder zijn de teksten die bewaard zijn gebleven vaak talloze malen gekopieerd waardoor er veranderingen en fouten zijn ingeslopen. Een ander probleem is dat de oude teksten een ander karakter hebben dan wij gewend zijn: het waren vaak notities van gesprekken en men vindt daarom vaak onregelmatigheden, herhalingen en abrupte overgangen. Elke vertaling is daarom een interpretatie, waardoor de verschillende vertalingen nogal uiteenlopen. Tenslotte is er dan nog de culturele kloof tussen de antieke tijd en onze huidige 21e-eeuwse denkwereld. Sommige woorden, bijvoorbeeld het woord “natuur” hadden in de oudheid een andere betekenis dan die welke we er nu aan geven.
School, scholè, vrije tijd
Het boek is opgezet als een school in de oudheid, vandaar de naam. School komt van het Grieks scholè, wat zoveel betekende als de tijd die je vrij kon besteden aan studie. Het boek staat vol met lessen en oefeningen en het heeft een zekere opbouwende structuur, maar bevat ook herhalingen, die je volgens de schrijvers zou moeten lezen als verdiepingen.
Dit boek is als een school waar je kunt binnenlopen, waar je lessen volgt en waar je terugkeert om opnieuw te oefenen. Het is bedoeld als gids die je naast je neer kunt leggen en die je weer op kunt pakken als je er behoefte aan hebt. Niet om de lezer te overtuigen, maar om hem of haar te vormen. Als je het zo leest haal je eruit waar het om draait: niet alleen theoretische kennis opdoen, maar een manier van leven opbouwen die stand houdt, ongeacht wat je op je levensweg tegen zou komen (bladzijde 32).
Hierbij zijn vier principes van belang:
- de stoïcijnse filosofie is geen rechte weg, maar een beweging die in cirkels verloopt. De hoofdstukken vormen daarom geen logische rechtlijnige structuur;
- stoïcijnen zijn geen heiligen en de lezer moet ook niet al te streng zijn voor zichzelf;
- de stoïcijnse filosofie is nooit af, ze is levend en in beweging net zoals degene die haar beoefenen;
- ook de schrijvers achten zich niet boven elke kritiek verheven. Ze hebben hun best gedaan, maar ze achten het niet onmogelijk dat ze zich kunnen vergissen. Ze moedigen de lezer aan om bij twijfel zelf onderzoek te doen.
Het schoolgebouw
Na een korte inleiding in de geschiedenis van de Stoa wordt de lezer bij monde van de Romeinse stoïcijnen Seneca en Cato met de praktijk geconfronteerd. Het ideaal waar een stoïcijn naar streeft is heel moeilijk te bereiken. De volmaakte mens, de wijze of sofos is zeer zeldzaam. Het is iemand die onder de moeilijkste omstandigheden gelukkig is. Boeddhisten zouden deze persoon dus waarschijnlijk een boeddha noemen. De Romeinen beschouwden Cato als zo’n wijze. Gewone stoïcijnen, zoals Seneca zijn niet volmaakt, ze zijn alleen onderweg en doen hun best om het doel zo goed mogelijk te benaderen. Dit betekent dat de stoïcijnse filosofie totaal ongeschikt is voor de collegebanken. Het doel van filosofie aan de universiteit is immers het produceren van slimme verhalen en redeneringen. Daar kun je op promoveren, dit doe je niet op goed gedrag, dat zit je zelfs meestal in de weg. Vandaar dat de schrijvers de stoïcijnse filosofie een ambacht (technè) noemen (bladzijde 62).
Om je in dit ambacht te bekwamen zijn een aantal mentale en fysieke oefeningen ontwikkeld en die krijgt de lezer voorgeschoteld in het volgende hoofdstuk.
Het hoofdstuk over emoties (bladzijde 116-132) is een poging om de huidige christelijke kijk op het gevoelsleven te verenigen met de antieke [maar faalt]. Vervolgens wordt de stoïcijnse ethiek besproken. Het leven van een stoïcijn bestaat uit ploeteren, maar de beloning is onverstoorbaarheid en innerlijke vrijheid. Dit is de stoïcijnse paradox van vrijheid: door te erkennen dat je geen controle hebt op externe zaken, krijg je controle over je leven. Door te accepteren dat je niet kunt garanderen hoe anderen reageren, krijg je de vrijheid om altijd volgens je eigen waarden te handelen (bladzijde 151).
Literaire passages
De schrijvers proberen de lezer tussendoor met gefingeerde levendige verslagen een idee te geven van het alledaagse leven en van de kenmerkende bijzondere gebeurtenissen in de Griekse en Romeinse tijd. Het is nog maar de vraag of deze “reportages” historisch verantwoord zijn, maar ze verlevendigen wel de ervaring van het boek en ze kunnen misschien helpen bij het overdenken van de stof.
Een belangrijk onderwerp is het “leven volgens de natuur”. Het begrip natuur wordt hier niet uitgelegd en dat is jammer, want het had in de antieke tijd een andere betekenis dan wij gewend zijn. De natuur of fysis was toentertijd zoiets als de orde van het bestaan, ook wel logos genoemd. Het is jammer dat de schrijvers hierbij het begrip natuurwet gebruiken. Dit is een christelijk begrip dat verwijst naar het idee dan God de wereld volgens bepaalde door Hem verzonnen wetten heeft geschapen. Gelukkig wordt dit tussen de regels door weer goed gemaakt in het hoofdstukje over de kosmos. Het is ook jammer dat in dit gedeelte de uitleg voornamelijk berust op teksten van Seneca, dus de late Romeinse stoa, waardoor de eerdere opvattingen van de Griekse niet aan bod komen.
We ontkomen trouwens hier niet aan een tegenspraak, want de stoïcijn is zowel wereldburger als lid van zijn plaatselijke gemeenschap. Het is dus een open vraag wat een Russische stoïcijn zou moeten doen als hij wordt opgeroepen tot het vervullen van zijn dienstplicht. Op bladzijde 227 wordt nog vermeld dat de stoïcijnen vaak immigranten waren, wat wordt vergeten is dat dit ook gold voor sofisten en filosofen van andere scholen.
Een enorme rijkdom
Het is een mooi boek dat de pretenties van de schrijvers zeker waar maakt. Het leest bijzonder prettig, je kunt merken dat de schrijvers in het onderwijs werkzaam zijn en gewend zijn om hun visie aan gewone mensen uit te leggen. Ik vind de literatuurlijst wel wat mager en ook is het gebruik van eindnoten in plaats van voetnoten nogal hinderlijk. Voor kleine toelichtingen moet je helemaal naar het einde van het boek bladeren.
Ik heb echter ook wat bezwaren tegen de inhoud. Om te beginnen gaat de tekst niet erg diep in op psychologische en filosofische aspecten. Er wordt van alles beschreven, maar waarom het werkt of zo wordt gesteld wordt nergens vermeld. De schrijvers, laten bovendien nogal wat van de leer onvermeld. Zo maken ze geen gebruik van het onderscheid in twee soorten bekering van de Franse filosoof Pierre Hadot, die ze wel hebben gelezen. Daarom blijft het verschil en de relatie tussen de stoa en andere scholen onderbelicht.
Een nog grotere omissie is de verwaarlozing van de sterke band tussen de eerste volgelingen van Socrates, de cynici, en de stoa. De lijn Socrates-Antisthenes-Diogenes wordt nergens genoemd. Blijkbaar geloven de schrijvers nog steeds in het verouderde beeld van Plato als een soort geschiedschrijver, die een waarheidsgetrouw verslag van het optreden van Socrates heeft geschreven. In feite was Plato een conservatief rijkeluiszoontje die politieke traktaten schreef. Diogenes wordt een enkele keer terloops genoemd, hoewel hij de een van de grootste inspiratiebronnen voor de stoa, zeker ook voor Epictetus, is geweest. Daardoor komt het accent wel sterk te liggen op de kleinburgerlijke variant van de stoa, zoals deze wordt belichaamd door Seneca. Deze krijgt in het tweede deel van het boek onevenredig veel aandacht.
Voor veel lezers zal dit echter in eerste instantie van secondair belang zijn. Het gaat om de leefwijze! Ik zou zelf dan echter daarvoor liever eerst naar Diogenes kijken dan naar Seneca. Niettemin heb ik van het boek genoten.
Aan het einde van het boek blijken de schrijvers trouwens toch ook wel te willen overtuigen:
Laat dit slot geen afscheid zijn van de stoïcijnse filosofie, maar een uitnodiging om verder te gaan. Blijf nieuwsgierig, blijf oefenen, en geef jezelf de ruimte om te groeien. Vergeet niet af en toe terug te kijken en te zien hoeveel je al bent opgeschoten. En bovenal: houd vol. Met elke beproeving die je bewust aangaat, met elke motie die eerder staat met wijs inzicht, ben je bezig je innerlijke vrijheid en gemoedsrust stoïcijns te versterken. En zo, beetje bij beetje, wordt het ideaal van de wijze misschien nooit helemaal bereikt, maar je nadert het wel steeds meer. Je leeft steeds meer volgens de natuur, in eenvoud, in verbondenheid en in dankbaarheid. Dat is een leven dat geen voortijdig toeval je kan afnemen, maar leven daadwerkelijk van jou is (bladzijde 345) .


Geef een reactie