Vaak voel ik mij schuldig. Over gedachten, gevoelens, over dingen die ik doe of gedaan heb. Zoals: laatst liep ik naar een plaatselijke supermarkt, toen een jonge vrouw in een volstrekt doorzichtige lange jurk die ze tegen de hitte van de laatste tijd aangetrokken had, de weg overstak. Wat ze daaronder aanhad weet ik niet, want dat lag vermoedelijk thuis. De zon bescheen alles nadrukkelijk, dus ook die doorzichtigheid. De innerlijke restanten van mijn snel verouderende mannelijkheid meldden zich snuffelend en ik voelde Begeerte.
Henk van Kalken
Henk – Goed en Kwaad
In mijn achtertuin had ik geheel eigenhandig een kuilgrot uitgegraven. Nadat ik me in een bordeauxrood gewaad had gewikkeld, en een kussen van gedroogd gras tegen pijnlijke gluteus maximussen had neergelegd ging ik zitten. Vooraf sprak ik de gelofte uit dat ik niet meer zou opstaan vóórdat ik ‘Het’ bereikt had.
Henk – De Staat
De essentie van De Staat, zoals ik hem voor het gemak maar even noem, is niet dat er iets aantoonbaars, grijpbaars, meetbaars, onderscheidbaars, leesbaars of zelfs maar aanwijsbaars is, hoe hard er ook geschud wordt.
Henk – katerlijden
‘Als een braaf dzogchenbeoefenaar probeerde ik mijn ernstig verstoorde staat van zijn zichzelf te laten bevrijden en niet al mijn gedachten te volgen die stormenderhand opkwamen. Te vergeefs. Ik had er gewoon zwaar de pest in.’
Henk – willebeest
‘Wij zijn ons brein,’ filosofeert Dick Swaab, terwijl daar geen enkele wetenschappelijke bewijsvoering voor bestaat, volgens criticasters. ‘We are our thoughts, but we are not our brain,’ zei een Tibetaanse lama tijdens een bijeenkomst die ik in het voorjaar bezocht, en daar houd ik mij aan, zoals Olivier B. Bommel placht te zeggen.
Henk – Vergankelijkheid
Adriaen Valerius schreef een lied, genaamd ‘Die winter is verganghen,’ Adriaen zelf is trouwens ook al lang verganghen.
Maar de symboliek wordt wel heel mooi neergezet in regel twee: ‘Ic sie des meienschijn.’
Het éne gaat, het andere komt.
Henk – Houvast
Dat geeft een paradoxaal gevoel van zekerheid, een soort spirituele houvast. De zekerheid dat we ons druk om niks maken. Zoiets als de herkenning wat in elke bevrijdingsleer geldt: dat de identiteit niet inherent bestaat. Dat alle verschijnselen niet zelfstandig kunnen bestaan en derhalve leeg zijn. Dit alles waargenomen door een waarnemer die niet werkelijk bestaat. Mensen zoeken daarnaast in het normale leven houvasten in concepten die even onbereikbaar zijn als onrealistisch. Oorlog als conflictoplossing. Vrede is er ook zo een.
Henk – Leeftijd en dharma
Ik zag een oudere buurman (ik heb inmiddels dezelfde leeftijd) op straat stilstaan, terwijl hij zoekend om zich heen keek. Hij wist achteraf niet meer waarom hij naar buiten was gegaan. Maar hij wist ook de weg naar zijn huis niet meer. Hij had een dun overhemdje aan, waar de koude regen (het was november), overheen stroomde. Ik bracht ik hem snel naar waar hij wezen moest. Hij keek zoekend om zich heen, en mompelde: ‘Ah… ja, hier woonde ik.’ Ik begeleidde hem naar binnen en zette thee, die hij dankbaar naar binnen slurpte. ‘Weet je wat het is,’ zei hij en nam nog een slokje.’ Oud worden is niet zo erg. Maar oud zijn…’

