Wereld’: hetzelfde woord dient om mijn eigen werkelijkheid èn die van de hele mensheid aan te duiden. Dat is zowel overmoedig als overtrokken. Hebben mijn minimale context en die maximale iets gemeenschappelijk waardoor ik er hetzelfde etiket op kan plakken? Trump lijkt er, als zelfbenoemde wereldregisseur, geen moeite mee te hebben om zichzelf uit te vergroten, maar ik wel.
En dan heb ik het nog niet eens over mijn binnenwereld. Dat extra maakt ‘mijn wereld’ nog aanmatigender. Als de grote wereld maar een miniem onderdeel is van een immens universum, dan is mijn wereldje, zelfs mèt binnenwereld, microscopisch petieterig. Niettemin doe ik alsof ik een territoir bewoon van een ongebreidelde omvang, mijn eigen universum. Elke vrijdag maak ik het een stukje groter. Dat maakt het W-woord nog arroganter, alsof ik aan mijn ruimte mijn gelijk kan ontlenen.
Per saldo is het gebruik van het woord ‘wereld’ voor mijn context natuurlijk alleen maar een metafoor, ontleend aan de enige echte wereld, de grote. En dan geldt voor deze metafoor, net als voor al die andere metaforen die we gebruiken, dat de vergelijking al snel vastloopt. De metafoor ‘wereld’ is wel een leuk troostbeeld, ‘je stelt iets voor’, maar niet meer dan dat. Nog een meevaller dat deze beeldspraak versteend in het spraakgebruik zit, een bruikbaar fossiel.
Intussen is het wel avontuurlijk om de schaal van het universum naar mijn bestaan en mijn binnenwereld door te trekken. Mijn eigen leefruimte is zo gezien mijn uitdaging naar de buitenwereld, helemaal in deze tijden van machteloosheid (vorige VZ). Sinds vorige week zaterdag is de grote wereld een flink stuk chaotischer geworden. ‘Mijn wereld’ staat onder stroom van de wereldwijde actualiteit.
Toch onderneem ik mijn eigen ruimtevaart, in omgekeerde richting, van het heelal , via de grote onvoorspelbare wereld, tot aan mijn binnenwereld. Dat de menselijke betekenisgeving eindeloos is en zelfs zwarte gaten telt, rechtvaardigt die schaalvergroting naar binnen. Als mens ben ik in staat mijn bestaan zo in te richten dat enige gelijkenis met die enorme wereld al voldoende is om mijn particuliere manier van zin zoeken te billijken. Zo lukt het me om iets om mij heen te scheppen dat ik ‘mijn wereld’ kan noemen, zelfs inbegrepen een binnenwereld. Duidelijk: het is allemaal grootspraak, een 24/7 volgehouden patience, een aangenaam onwerkelijk spel. Maar de illusie werkt.
En trouwens, met mijn piepkleine wereldje ben ik wel deel van die grotere wereld. Er is een verbinding. Toegegeven, die is volstrekt asymmetrisch. Immers, ik leef op een schaal van 1: ruim 8 miljard (negen nullen), want zoveel bewoners telt de aarde tegenwoordig. En dan heb ik het nog niet eens over verschil in politieke macht en economisch vermogen. Onder die ongelijke verhoudingen heb ik als machteloze alleen maar lege briefjes in te brengen. Nu ja, af en toe schrijf ik er toch iets op, en dan zijn er zowaar geadresseerden die aan lezen toekomen. Dank! Er is verbinding!
Misschien dat die verbondenheid me de moed geeft om iets dat mij grotelijks overstijgt te relativeren, door te beweren dat ik ook een wereld ben, of zelfs een universum. Ik zet een grote mond op en denk mijn extreme kleinschaligheid zo te compenseren. Wat mij overstijgt en machteloos maakt, kan ik weer te boven komen, lekker puh.
Zo begrepen blijk ik mijzelf toch Trumpiaanse claims aan te kunnen meten, als regisseur van mijn eigen wereld. Ik doe het zelfs beter dan hij, want ik heb in ‘mijn wereld’ in ieder geval een redelijk duurzame vrede gesticht.


Geef een reactie