Vandaag is de geboortedag van mijn opa en naamgever Johannes. Hij was een grootvader in de ware zin van het woord. Hij hield van zijn zes kleinkinderen en wij van hem. Opa maakte fietsen voor ons en leerde ons die te berijden. Hij rende hardlopend achter mij aan en behoedde mij voor vallen, op die kinderfiets in die straat in het Oude Noorden van Rotterdam. Waarheen hij met mijn oma verhuisde om dicht bij hun dochter en enig kind te zijn. Opa zwom met mij, ik ging met hem op stap naar veilingen om schilderijen en horloges te kopen. In de kleine woning in Noord was het altijd veilig en voelde ik me welkom. Hij was er gewoon.
Opa was van Friese komaf en verhuisde met zijn ouders naar Rotterdam waar ze een kaashandel begonnen. Hij sprak niet zoveel, alleen al zijn aanwezigheid drukte zijn liefde voor mij, ons uit. Voor altijd, geloofde ik.
Ik was een jonge man van tegen de twintig en zat op een vrijdagavond met vrienden in een zelfgebouwde loods, ons vriendenhome. Het liep tegen middennacht toen mij oudste zus mij kwam vertellen dat opa dood was. Totaal onverwacht. In het kleine huisje in Noord had mijn opa een eind aan zijn leven gemaakt, mijn oma sliep toen al en ontdekte zijn dode lichaam toen ze even wakker werd.
Ik kan nog steeds niet zoveel decennia na zijn dood onder woorden brengen hoe mijn moeder zich voelde, de enige dochter van mijn opa, hoe ik me voelde, mijn vader, de andere kleinkinderen. Wat ik toen ervoer en ook nu nog nu ik over mijn opa schrijf is een lawine van liefde die na zijn dood over ons gezin heen kwam. Niet uitsluitend de vraag: waarom, er was geen briefje, geen aanwijzingen, hoogstens dat mijn opa onder behandeling was van een medisch specialist voor problemen met de prostaat. Zijn dood scheidde ons niet van zijn liefde voor hem.
Lawine klinkt raar, maar ik kan er geen andere naam voor bedenken. De dood van mijn opa, de leegte die hij achterliet, werd opgevuld door een bijzondere liefde voor hem. Geen verwijten, het waarom? Mijn moeder sprak weinig over zijn dood, het was te zwaar. Ze was ook geen prater, net als haar vader.
Ik was zo blij mijn opa gekend te hebben. We herinnerden hem met kleine dingen, een naambordje in een vensterbank, een vaasje waarin hij zijn sigaren bewaarde. Mijn zus bewaart zijn pet en snuffelt er regelmatig aan. Het zijn stoffelijke zaken. Het gevoel is belangrijker. We praten nog steeds over hem, hij is er nog steeds. Zo mooi.
Opa stierf op een vrijdagavond. De politie deed onderzoek in de woning. Behalve wij, het gezin van zijn dochter, was niemand op de hoogte van zijn dood. Mijn moeder was in de woning van haar grootouders samen met mijn oma toen op de zaterdagmorgen zo rond de klok van tien er aangebeld werd. Er stond een onbekende man in een lange jas voor de deur die tegen mijn oma en moeder zei: ‘Jullie moeten de lieve groeten van Jo hebben’. En toen vertrok hij weer. Nu nog weten we niet wie hij was.
Ik ben nu al ouder dan mijn opa is geworden. Maar ik ervaar nog steeds de duwtjes die mij gaf in het leven, en niet alleen toen ik als vierjarige beginnende fietser door zijn straat werd geduwd. Blijf altijd jezelf, gaf hij mij mee.
In gedachten heb ik toestemming aan mijn opa gevraagd om deze tekst te mogen schrijven en publiceren. Uit liefde.
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Laten we een eind maken aan oorlog en geweld, stop de wapenhandel.
Moedig voorwaarts!
BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen is waargenomen, het abonnement op te zeggen. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren maar niet weten waartegen. Het boeddhisme de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. En zo gaat het maar door.

Geef een reactie