Antropologen bestuderen menselijke culturen en de ontwikkeling van de mens als onderdeel van een maatschappij. Deze serie artikelen in het Boeddhistisch Dagblad pretendeert niet volledig te zijn. Over vrijwel ieder thema valt ontegenzeggelijk veel meer te zeggen, en bepaalde zaken komen zelfs niet of nauwelijks aan bod. Voor wie door deze serie in antropologie geïnteresseerd raakt, is er meer dan genoeg boeiende, verdiepende literatuur te vinden.
Ik heb het vorige keer over bruidsschatten en nageslachtsschatten gehad, als vormen van reciprociteit. Eerwraak sluit hier mooi op aan. Of moet ik zeggen: lelijk, want er valt weinig moois over eerwraak te zeggen. Althans… het is natuurlijk aan wie je vraagt. Personen die eerwraak uitoefenen, doen dat vanuit het idee dat ze niet anders kunnen omdat de familie-eer zo grof is geschonden, dat alleen de dood van de schender die smet kan wegwerken.
Eer heeft hier de betekenis van reputatie, aanzien, te respecteren iets. Eerwraak is iets dat een geschonden reputatie, een beschadigd aanzien of een onthouden / niet getoond respect moet compenseren.
Een familie kan een echtscheiding of het verlaten van de partner of zelfs alleen maar het afwijzen van een huwelijkspartner ervaren als een grote schande. Zoiets doe je de familie niet aan. Zelfs het kiezen van een andere huwelijkspartner dan die welke de familie heeft uitgekozen, brengt de hele familie in diskrediet en veroorzaakt schaamte. Zeker wanneer er een bruidsschat is betaald of beloofd, of wanneer er andere belangen op het spel staan zoals nakomen van beloften die natuurlijk nooit gebroken mogen worden. Het verlaten van de eigen ‘ingroup’ – waaronder ook de groep mensen die dezelfde religie aanhangen is te rekenen – vindt men te veroordelen. Soms is zelfs de dreiging dat er iets schandelijks kan gebeuren al voldoende om in actie te komen. Voorkomen is immers beter dan genezen? Degene die de schande veroorzaakt, of dreigt te veroorzaken, wordt verminkt of gedood. Meestal zijn het jonge vrouwen. Daders kunnen leden van de eigen familie zijn, van de verlaten partner, of zelfs van de verlaten ingroup. Daders die het vonnis voltrekken beroepen zich doorgaans op de (ongeschreven) regels die gelden binnen de eigen cultuur. ‘Zo doen wij dat omdat het zo hoort!’. In islamitische gemeenschappen klinkt dan nogal eens een beroep op de sharia. In christelijke kringen beroept men zich op de Bijbel (bijvoorbeeld op Lucas 19:27) , en sommige criminele bendes – zoals de Cosa Nostra, Camorra en ‘Ndrangheta – beroepen zich op de ‘omerta’ ofwel erecode. Redenen kunnen verschillen, maar het gaat altijd om het wreken van geschonden ‘eer’. Andere woorden in dit verband: bloedwraak, vendetta, genoegdoening.
Komt eerwraak dan ook onder christelijke Nederlanders voor? Jazeker. Niet dat bepaalde christelijke families hier te lande hun dochters letterlijk vermoorden, maar figuurlijk doen ze dat soms wel. Dat doen ze bijvoorbeeld door ze uit de familie te verstoten: “Jij bent niet langer onze dochter!” of “Jij mag geen contact meer opnemen met wie dan ook uit onze gemeenschap, en als je dat toch doet, zal niemand uit onze gemeenschap jou te woord staan, helpen of wat ook.” Doden mag niet, maar doodzwijgen is niet bij wet strafbaar.
Nog even die sharia: dat is (voor wie het weten wil) een verzameling islamitische normen en waarden. Deze verzameling is over de hele wereld net zo verschillend als de culturen. Dat houdt in dat ze niet overal hetzelfde zijn. Er zijn grofweg vijf verschillende categorieën waarden en normen: verplichte, aanbevolen, toegestane, afkeurenswaardige en verboden. Maar wat in de ene cultuur aanbevolen is, is in een andere juist verplicht en omgekeerd. Hetzelfde geldt voor afkeurenswaardig en verboden. Alles is afhankelijk van wie het interpreteert. Er is geen eenduidigheid. Hetzelfde geldt overigens ook voor christelijke culturen. Ook de Bijbel is niet eenduidig.
Over de hele wereld zijn het vooral mannen die vrouwen als goederen behandelen. Gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen is vaak schijn. Alles draait om eer en macht. Zolang mannen de (meeste) touwtjes in handen houden, blijven vrouwen helaas het kind – de vrouw – van de rekening. Dat leidt er hier en daar toe dat de familie van de man beslist wat er met de vrouw van een overleden man moet gebeuren, of over wat zij moet doen. Voor 1829 vond men het in India bijvoorbeeld een goede oplossing om de vrouw levend bij haar overleden man te begraven of gewoon mee te verbranden bij een crematie. Zij was immers van hem? Deze praktijk is gelukkig verboden. In andere culturen hebben ze andere oplossingen bij gedwongen scheidingen door overlijden, of bij uitblijven van nageslacht: een vrouw erbij (bijvoorbeeld een zus van de echtgenote, of een slavin), een broer die de plichten moet vervullen (denk maar weer aan Onan) enzovoorts. Tegenwoordig hebben we IVF, draagmoeders, spermadonoren, en niet te vergeten de pakketbezorger (ter vervanging van de melkboer). Zolang de band tussen families maar in stand blijft.
(Wordt vervolgd)


Geef een reactie