Soms raak je onverwacht in gesprek met iemand. Zomaar op straat. Voor een tuinhekje, op een bankje in het park, op een muurtje op het perron van een treinstation. Het kan overal gebeuren.
“Jij schrijft toch af en toe wat in een soort van internet-krant?” vraagt mijn overbuurman. “Het Boeddhistisch Nieuwsblad toch?”
“Boeddhistisch Dagblad,” corrigeer ik “en het is geen soort van … het is een dagelijks op internet verschijnende krant. Ja, daar lever ik regelmatig bijdragen aan. Hoezo?”
Mijn overbuurman is een sympathieke kerel van mijn leeftijd. We spreken elkaar evenwel niet vaak, want hij zit overdag meestal ergens aan de waterkant met een hengel (ik heb zelf niets met vissen) en ik rij als het licht is regelmatig op de fiets door de provincie (hij heeft niets met fietsen). ’s Avonds gaan we nooit bij elkaar op visite, dus onze contacten spelen zich doorgaans af wanneer we elkaar toevallig op straat voor onze woningen tegenkomen.
“Nou… iemand tipte mij dat jij stukkies schreef en ik was nieuwsgierig. Dus ben ik gaan zoeken en heb wat stukkies gelezen.”
“Mooi. En…?”
“Ze gaan helemaal niet over boeddhistische dingen!” Mijn overbuurman klinkt oprecht verbaasd.
“Wat dacht jij dan?”
Hij kijkt mij lichtelijk bevreemd aan en zegt dan: “Nou … van iemand die stukkies schrijft voor in een boeddhistisch nieuwsblad verwacht ik toch dat ie in ieder geval iets over boeddhistische dingen schrijft…”
“Juist ja. Dan moet iemand die voor een rechts populistische krant schrijft natuurlijk iets rechts-populistisch schrijven; iemand die voor een reformatorische krant moet altijd iets reformatorisch schrijven; en ga zo maar door. Katholiek? Katholieke stukkies. Links? Linkse stukkies!”
Overbuurman denkt na. “Nou ja… eh ..nee, ik bedoel …” en daarna zwijgt hij. Ik kom daardoor niet te weten wat hij bedoelt. Na nog even te hebben gewacht, zeg ik: “De stukkies zijn heel boeddhistisch hoor, als je daar tenminste voor open staat.”
“Hoe bedoel jij dat?” klinkt het voorzichtig.
“Hoe ik dat bedoel? Wel … boeddhisten zijn heel gewone mensen die heel gewone dingen meemaken; over heel gewone zaken nadenken en over heel gewone dingen schrijven. Alledaags eigenlijk. Er is niets bijzonders mee. Ik maak niks mooier, anders, verhevener of wat ook. Heel boeddhistisch dus. Iets is wat het is, en dat is het is. Take it or leave it. Als ik overal een sausje overheen zou gieten om het boeddhistisch te laten lijken, zal het alles, behalve boeddhistisch zijn. Snap je?”
Het blijft lang stil. Tenslotte zegt de man: “Nee, eigenlijk niet … maar ik vond de stukkies wel leuk.”
“Mooi,” zeg ik met een glimlacht. “Jij blij, ik blij. Laten we het hierbij laten.”
We nemen op de gebruikelijke, volstrekt neutrale wijze, afscheid. Een hand omhoog. Een knikje van het hoofd. “Fijne dag …”


Geef een reactie