Waar vind je in deze chaotische tijd gedrag dat beschaafd genoemd kan worden? Hoe beschaafd zijn we eigenlijk nog? Waar huist de beschaving die correcte omgangsvormen onderbouwt? Is dat misschien een typisch Europese vraag?
Toegegeven, Europa hanteerde in de koloniale tijd het begrip beschaving op een elitaire manier. De rest van de wereld moest kennis maken met onze beschaving. Dat was natuurlijk een excuus voor scheve economische en politieke uitbuiting, recht gepraat vanuit een overtuigd gevoel van eigenwaarde.
Als antropoloog heb ik het niet zo op de term ‘beschaving’. De culturen waar antropologen zich aanvankelijk vooral op richtten, waren juist voorwerp van Europese kolonisatie. Dat die ‘beschaafd’ moesten worden, betekende dat ze gezien werden als ‘primitief’. Dat stond gelijk aan onbeschaafd, ongeciviliseerd. Later werden de zogenaamde ‘primitieven’ ‘schriftloze volken’ of ‘stamsamenlevingen’ genoemd. Dat klonk wat neutraler. Maar hoe dan ook bleef Europa de elitaire top. Men dacht evolutionistisch: wij hebben het ver geschopt. Intussen werd al schoppend veel ellende aangericht.
Sommige ‘hoogstaande’ culturen in het Midden-Oosten, Azië en Latijns Amerika kregen nog wel het etiket ‘beschaving’. Die moesten dan schrift hebben, een lange beschreven geschiedenis, en liefst wat fraaie bouwwerken. Maar ook die culturen werden gekoloniseerd. Hoe dan ook, Europa bleef zichzelf profileren als hét toonbeeld van beschaving.
Dat sijpelde door in het alledaagse spraakgebruik . ‘Beschaafd’ kreeg de betekenis van ‘fatsoenlijk’, ‘netjes’. In de klassensamenleving heeft dat evengoed iets elitairs, tegenover ‘volks’. De term kan dienen om een kind toe te spreken: ‘gedraag je een beetje beschaafd, alsjeblieft!’. Of ook: ‘we wonen hier niet in een achterbuurt, hoor’.
Diplomaten bedienen zich van een taal die als super-beschaafd wordt gezien. Vaak is dat indirecte taal waarmee men voorzichtig zegt wat feitelijk een hard statement is. Iedere diplomaat kent de codes en wordt er zelfs in opgeleid. Maar daarin doet zich nu een verschuiving voor, met Donald Trump als voornaamste spraakmaker.
In de landelijke politiek had ‘beschaafd’ de betekenis van correct gedrag. Parlementariërs noemden elkaar ‘de geachte afgevaardigde’. Men bediende zich van ‘parlementaire taal’. Onparlementair was een scheldwoord. Dankzij Wilders is daar nogal wat in veranderd. Indirect gaat het daarbij om een rehabilitatie van het volkse, vaak wel met het oog op stemmenwinst. Ironie: rechts labelt de traditioneel linkse verdedigers van ‘het volk’ nu als ‘elite’ en werpt zich op als echt ‘volks’, tot in het taalgebruik, met name in verkiezingstijd.
Recent doen sociale media iets met wat ‘beschaafd’ heet. De anonimiteit van de scribent maakt het mogelijk dat h/zij zich bedient van uitdrukkingen die niet in het beschaafde woordenboek voorkomen. Voor sommigen is dat dan ‘de stem des volks’.
Overzie je die trends, dan is het aan de ene kant wel goed dat Europa zich niet langer elitair kan presenteren als de top van de beschaving. Enig eerherstel van het ‘volk’ past daarbij. Anderzijds gaat iets verloren, mede door Trump, Wilders en sociale media. Basale waarden zijn geleidelijk uit de taal verdwenen en worden steeds meer met voeten getreden. Dat het World Economic Forum in Davos dit jaar als thema ‘The Spirit of Dialogue’ had, is nogal wrang. Wat is de rol van Europa in het gesprek met VS, Rusland en China?
In de steeds chaotischer situatie waarin de wereld terecht is gekomen, lijkt Europa nog enigszins vast te houden aan basale waarden. Strompelend en hijgend op zoek naar Beschaving 2.0?


Geef een reactie