Ik heb altijd m’n geld verdiend. Eerst in een vaste baan, daarna als freelancer. Soms waren er magere jaren. Maar er waren ook tijden dat ik veel meer verdiende dan ik in dienstverband had kunnen vangen. Daarom konden m’n ex en ik een leuk huis kopen in Amsterdam, en stond er een belachelijk grote Volvo S70 voor de deur. En toen sloeg in 2011 de crisis toe. Ik werd wegbezuinigd bij m’n vaste opdrachtgever. Tegen die tijd was ik al zwaar verslaafd en chronisch depressief. Maar dat kon m’n opdrachtgever niet veel schelen: ze wist het al een jaar, want ik had het eerlijk verteld. Ze heeft me nog twaalf maanden kunnen handhaven, en toen moest ik er uit. Dat ze me zo lang binnenboord hield, vond ik een daad van groot humanisme.
Niet lang na m’n ontslag kon ik thuis vertrekken. De twee jaar daarna hing ik vooral rond in klinieken en ziekenhuizen, wat ook z’n charme had. Maar werken kon ik niet, en dus kwam er geen cash binnen. Ook als noodlijdende freelancer krijg je niet zomaar een uitkering. Zeker niet als je een ex hebt met een managers-inkomen. Maar dat wou en wil ik principieel niet aftappen in de vorm van alimentatie. Ik weet namelijk hoe hard ze werkt voor die centen, en ik gun ze haar van harte.
Ik probeer weer aan de slag te komen, maar in mijn tak van sport is er weinig werk. Het resultaat is armoede en schulden. Laatst stond er een deurwaarder op de stoep. Een correcte functionaris trouwens, die een dagvaarding kwam brengen. Omdat ik een rekening van een verzekering al een jaar systematisch niet betaald had, moest ik voorkomen. M’n begeleidster van mijn beschermde woonvorm stak daar een stokje voor, door uitstel van betaling te regelen. Dat moet ze wel vaker voor me doen de laatste tijd.
Ik laat het allemaal gebeuren, zonder schuldgevoel. Vroeger dacht ik dat armoede vernederend was. In de praktijk valt dat erg mee. Als je geen geld meer hebt, en alleen schulden, hoef je je bijvoorbeeld niet af te vragen waar je je geld aan moet uitgeven. Dat scheelt kopzorg.
Je wordt ook creatief van armoede. Ik rook, en dat is duur. Nu wil het geval dat mijn vader – ironisch genoeg zelf longkankerpatiënt door kettingroken – altijd een paar pakjes shag meebrengt als hij langskomt. Maar dat is niet genoeg, want ik ben net zo’n liefhebber als hij. Gelukkig word ik omringd door andere psychiatrische gevallen, en dat zijn bijna altijd verstokte rokers. Dat betekent volle asbakken op het dakterras. Als ik niks meer te roken hebt, en als niemand kijkt, ga ik peuken scoren. Dat is best spannend. In de oorlog doen mensen dat trouwens ook, dat is bekend. En omdat ik geloof dat de Derde Wereldoorlog al lang is uitgebroken, acht ik m’n vuilnisbakkengedrag perfect gelegitimeerd. Ik vind het op een bepaalde manier ook erg romantisch om te doen.
Mijn buurvrouw betrapte me laatst, en kwam met een paar pakjes gruis aanzetten. De solidariteit onder armen is hartverwarmend. Daar kunnen rijken nog wat van leren, met hun greed is good-mentaliteit. Mijn buurvrouw is trouwens ook erg arm. Ze zit in de schuldhulpsanering. Als ze geen beltegoed meer heeft, leen ik haar altijd mijn telefoon. Voor wat hoort wat. Mijn buurvrouw en ik begrijpen elkaar uitstekend.
De zorginstelling waar ik woon voorziet in een dagelijkse warme maaltijd. Ook krijg ik 15 euro boodschappengeld per week, maar dat is zo op. In de bijbel staat geloof ik dat je mag stelen van de rijken als je honger hebt. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Dus jat ik af en toe een paar sneden brood, en een handje koffie. Ik zal maar niet zeggen van wie, om gesodemieter te voorkomen. In de supermarkt stelen durf ik niet, door al die camera’s. Wel overweeg ik te gaan bedelen bij de ingang. Dat moet lukken, als ik in m’n rolstoel zit en een tragisch gezicht produceer. Maar ik moet eerst uitzoeken of de plaatselijke politieverordening bedelen verbiedt. Is dat zo, dan kan ik een bekeuring krijgen. Die ik uiteraard niet kan betalen.
Dan moet ik iets anders verzinnen. Internet-oplichter worden. Of oude vrouwen bij de pinautomaat met babbeltrucs hun AOW afhandig maken. Hoewel, tegen dat laatste zou ik morele bezwaren hebben. Toch schijnt het veel voor te komen. En ik denk dat ik wel weet waarom.
Laatst zei een staatssecretaris dat pensioengerechtigden hun inkomen maar moeten aanvullen met een moestuin. Later trok ze haar keutel weer in, maar de uitspraak is veelzeggend. Ondertussen staat het kabinet toe dat managers van de staatsbank ABN/AMRO zichzelf nog steeds ongegeneerd verrijken door hun toch al fijne inkomen met twintig procent te verhogen. En bijstandsgerechtigden die weigeren goed Nederlands te leren, kunnen hun uitkering kwijtraken.
Ik voorspel dat het nog veel erger wordt. De indirecte boodschap aan armen luidt dat het allemaal hun eigen schuld is. Nu heb ik altijd hard gewerkt, en ik weet dat ik er niks aan kan doen dat ik geen geld heb. Daarom heb ik besloten trots te zijn op mijn armoede. Ik wil niet meer horen bij een bezittende klasse die drop-outs ongegeneerd stigmatiseert en nog verder in de ellende stort. Dus onderga ik mijn materiële neergang met alle zelfrespect. “Verval is de enige waarheid”, schreef Arnon Grunberg laatst. “De rest is verkoop.”


Geef een reactie