Soms raak je onverwacht in gesprek met iemand. Zomaar op straat. Voor een tuinhekje, op een bankje in het park, op een muurtje op het perron van een treinstation. Het kan overal gebeuren.
Ze stonden kalm herkauwend naar mij te staren, en ik staarde terug. Schapen. Tussen ons in een sloot. Er kwam een vrouw naast mij staan.
“Leuk he?” merkte ze na een tijdje op. “Als je dan bedenkt dat er inmiddels ruim vierhonderd schapen door de wolf zijn gegrepen en vermoord.”
Ik zei niets en keek haar van opzij aan.
“Gelukkig hebben ze die ene probleemwolf nu doodgeschoten … en die andere komt nog wel,” mekkerde ze verder.
“Welke andere …?”
“Die ene… die zo hoog over een wolvenhek kan springen.”
“Dus, omdat ie hoog kan springen moet ie ook ..eh …?”
“Natuurlijk!” riep de vrouw. “Wolven hebben alleen dit jaar al ruim vierhonderd schapen doodgebeten. Dat is toch te gek voor woorden? Zo’n wolf verdient gewoon afgeschoten te worden.”
Ik zuchtte en schudde mijn hoofd.
“Vindt u van niet dan?” drong de vrouw aan. Ik weet niet precies wat ze nu van mij verwachtte, maar waarschijnlijk geen morele of ethische uiteenzetting. Dus bleef ik maar zwijgen. Ik richtte mijn blik weer op de schapen.
“De boeren hebben last van de wolven!”
Ik besloot mij tot de schapen te wenden. “En wat willen jullie later worden?” vroeg ik ze. “Of wat hopen jullie dat jullie kindertjes zullen worden? Kebab? Shoarma? Sjasliek? Of liever gewoon hondenvoer? En je hoeft er niets voor te doen hoor. Gewoon lekker gras blijven eten. In weer en wind. Als je aan de beurt bent halen ze je gewoon op en brengen ze je naar het slachthuis… Wisten jullie dat er alleen dit jaar al meer dan zeshonderdduizend van jullie tot consumptieartikel zijn gepromoveerd?”
Met een schuin oog zie ik dat de vrouw haar mond open laat zakken en besluit nog even door te gaan. “En weten jullie wel dat mensen een mens die hoog kan springen een medaille geven, maar een wolf die hoog kan springen dood willen schieten? En dat mensen die ziek worden van het eten van teveel kebab, shoarma of sjasliek op allerlei manieren hulp krijgen maar dat mensen het wolven – die hun natuur volgen en schapen doden – zo moeilijk mogelijk maken? Jullie boffen maar dat je zelf geen wolf bent.”
“U steekt de draak met mij…” kermt de vrouw.
“Ik steek geen draken,” kaatst ik terug, “en ik steek ze al helemaal niet met u. U vindt volgens mij wolven een probleem. Dat vind ik niet. Wolven waren er al ver voor er mensen waren. Maar mensen denken dat zij overal waar ze komen de baas zijn over van alles en nog wat. Mensen zijn de enige echt gevaarlijke wezens op aarde … zelfs voor elkaar. De mens is zelfs de mens een wolf… ofwel homo homini lupus est … Meer dan zeshonderdduizend schapen? Bravo! Vierhonderd schapen? Vreselijk…”
De vrouw loopt zonder mij nog een woord of blik te gunnen weg, pakt haar fiets en rijdt heen. Ik wend mij weer tot de schapen: “Sorry meiden… ik hoop voor jullie nageslacht dat het anders wordt.”
‘Nageslacht’ denk ik. Na-geslacht te zijn …


Geef een reactie