(Voor de man zonder pleisters)
Op het zwijgen na van de bedremmelde molshoop,
deed zelfs Charly namens mij geen duit in het zakje.
De collectanten van de heer kwamen ook al blut weerom.
Het publiek was even niet zo geverig en andersom,
wou het niet zo vlotten met een gedeeld belang.
De nemerige insteek bevorderend hebbend,
was het ook in zo’n paradijs op aarde ooit jofeler geweest.
De haves zeiden er maar niets meer van.
Dat bleef maar strooien zonder iets van een merci.
Elkaars noden zien was zo’n ding van vroeger.
Vooral als het ziekenfonds de boel toch wel vergoedde,
en ook een molshoop zich een Himalaya wanen mocht.
Als ter relativering zelfs de sprinkhanenplaag achterwege bleef,
en ook de weersomslag statistisch verklaarblaar bleek, keek ik eens naar het warme water en het stopcontact bovendien.
Alles bleef maar werken zonder dat bezield verband.
Dus dan denk je het is vast wel eens erger geweest.
Bij de buren dan, want thuis ging toch wel weer die bel.
Meestal was het niet de deurwaarder en ook de zeloten bleven thuis.
Komt zo’n Ruth toch weer met gebak aanzetten.
En om dat pakketje zonder inhoud had je ook al niet gevraagd.
Later betalen stond gewoon weer overeind.
Dus ja dan moet je maar weer doorgaan, want Charly ging nog even hiken in de Andes.
Als dat kind de verrekijker nu maar niet weer thuis laat.
Da’s dan de kopzorg van een man zonder pleisters;
Lutser zonder panic room, dageraad van smetten blij.


Geef een reactie