Mijn moeder zong dit lied – er zijn meer coupletten, voor haar kinderen toen ze klein waren. Meestal als we een pijntje hadden opgelopen. Vandaag moest ik daar opeens aan denken, aan mijn moeder, het lied, zonder dat ik op mijn tong had gebeten. Wat kunnen herinneringen toch mooi en dierbaar zijn.
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven
Miertje is de dokter thuis
Kan hij mij een drankje geven
Voor een arme zieke muis
Die zooeven van de treden
Van een ladder is gegleden
Op een plat, in de stad
Miertje, Miertje, haast je wat
Even wachten, juffrouw Brommer
Want de dokter is absent
Hij is net naar vader Nachtuil
Dien je zeker ook wel kent
Die heeft bij het middageten
Eensklaps op zijn tong gebeten
Wat een Pijn, zal dat zijn
Daarvoor helpt geen medicijn
Moge iedereen gelukkig zijn, met name jij.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Moedig voorwaarts!

Geef een reactie