Mijn moeder was in veel opzichten mijn leermeester en spirituele gids. Zij schonk mij het leven en ik voelde me welkom bij haar. Op weg naar volwassenheid, met vallen en opstaan, met streken en liefde, was het voornaamste dat ze mij leerde mijn eigenheid te behouden. Vast te houden aan eigen normen en waarden, maar ook open te staan voor verandering. Met een nieuwsgierige kijk naar de wereld en de mensen om mij heen. Zo werd ik die ik op dit moment ben, een autonoom individu.
Mijn moeder heette Grietje, een naam die veel voorkomt in haar Friese familie. Als mijn vader naar zijn werk was runde zij het gezin en die taak ging ook door als mijn vader doodmoe thuiskwam en in zijn leunstoel in slaap viel. Het was voor mijn moeder sappelen en pezen geblazen, zoals ze in Rotterdam zeggen. Ik heb haar nooit horen klagen. Liefde heeft geen hersens, schrijft Mensje van Keulen.
Ik ben nu zelf niet meer de jongste en heb al heel wat levenservaring geconsumeerd. Het fundament voor mijn zijn, mijn functioneren nu, is gelegd in die vroege jaren van mijn leven. Mijn moeder en ook mijn vader leerden mij respect te hebben voor anderen, ongeacht hun huidskleur of afkomst. Te delen. Door haar leefwijze en inzicht bracht ze me normen en waarden bij. Meer nog dan dat, ze was mijn spirituele gids. Ze bracht mij liefde voor taal bij- er werd ontzettend veel gelezen in ons gezin, schreef zelf gedichten en teksten. Als jong meisje fotografeerde ze en ontwikkelde zelf haar films. Tientallen jaren later stond ik zelf als persfotograaf in de donkere kamer en schreef ik als journalist artikelen voor dagbladen.
In ons latere ouderlijk huis waren er door het jaar heen veel dieren. Honden, katten, egels, vogels, konijnen en vissen. Af en toe een slang, zelfs een kameleon. Sommige bleven, anderen gingen weer. Zoals mijn ouders met hun kinderen omgingen –organisch, van Rudolf Steiner hadden ze nog nooit gehoord- zo vingen ze ook de (zwerf)dieren op. Zonder dwang, ze in hun waarde latend. Ze waren doeners, geen praters. De katten droegen de namen van de vrouwen en kinderen van de schilder Rembrandt.
Wat we thuis en in de omgeving daarvan niet leerden over de natuur, kregen we mee tijdens boswandelingen met mijn moeder. Ze leerde ons kijken naar de structuur van een herfstblad, een zwam, het gekronkel van een hazelworm. En genieten van een bos wilgentenen, bramen en bessen, de geur van de herfst, dood hout. Mijn moeder was de universiteit van mijn leven. Ze leerde me genieten van literatuur, kunst en kunstenaars.
Vreemdelingen werden vrienden van mijn ouders. Ze spraken Rotterdams met een buitenlands accent en namen hun eigen, boeiende identiteit mee als ze een kop thee kwamen drinken. Ver weg werd dichtbij. Anderen werden zelf.
Maar het belangrijkste wat mijn moeder mij bijbracht is de vaardigheid en de energie om het leven te leven. Door met liefde met anderen om te gaan, te verbinden, weten dat anderen ook gelukkig willen zijn. Ze leerde me dat alle mensen gelijk zijn en met respect willen worden behandeld. Ze leerde me geduldig zijn, op mijn woorden te letten, zonder in een schulp te kruipen. Je zou het juiste spraak kunnen noemen. Ze leerde me dat godsdienst geen banksaldo is, dat je je eigen plan moet trekken. Kracht en in verzet komen als dat nodig is, in rust aanwezig zijn als het kan. Vaardig zijn op velerlei gebied. En ook dat het niet erg is als je het een keer verprutst in het leven.
Een paar jaar na haar dood kwam ik in aanraking met het boeddhisme. Alles wat mijn moeder me had bijgebracht, had verteld, aangereikt, vond ik daar in terug. Voor mij is het boeddhisme het volle leven. Zij plakte er geen etiket op.
Nu ik zelf geen jonge man meer ben, maar nog wel haar kind, zou ik dolgraag nog eens met haar willen praten. Niet om raad te krijgen, maar om mijn eigen ervaringen met haar te delen. Zolang na mijn jeugd. Over het gerijpte vaderschap, mijn relaties, de dingen om mij heen. De onrustige wereld, de gekte, de mooie dingen die dagelijks gebeuren. Het verdriet van gescheiden zijn van anderen. Het boeddhisme. Ik zou haar vertellen over mijn leven, ook haar leven omdat zij mijn moeder is. En tijdens dat gesprek zie ik haar naar buiten kijken, naar de berken in de tuin. De handen gevouwen, een poes op schoot. Ze luistert met aandacht.
Bij het opstaan maak ik een diepe buiging voor haar. Zonder haar was ik niet degene die ik gisteren was en nu ben.
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Moedig voorwaarts!
BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen is waargenomen, het abonnement op te zeggen. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren maar niet weten waartegen. Het boeddhisme de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. En zo gaat het maar door.

Annemiek Deerenberg zegt
Heel mooi stuk!
Marcel Rouweler zegt
Ja een prachtig verhaal.
Hielkje Westerhof zegt
Joop, ik ben zo vrij om te zeggen: je bent een bofkont!
Paula Kuitenbrouwer zegt
Een prachtige ode aan een moeder uit duizenden.
Henk Goeting zegt
Joop, zo’n moeder zou ieder zich wensen !
Dank dat jij ons dit vertelt.