Nederland stelt dat gedwongen verplaatsingen, het doelbewust aanvallen van kinderen en uithongering elementen van genocide kunnen zijn. Deze daden kunnen wijzen op de intentie om een groep te vernietigen.
Nederland lijkt zijn steun te geven aan een aanzienlijk aantal punten in de genocide-aanklacht van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof. Dat staat in een zogeheten ‘verklaring van interventie’ die Nederland naar het Gerechtshof heeft gestuurd.
Dergelijke interventies kunnen de zaak van de aanklager (Zuid-Afrika) of de aangeklaagde (Israël) ondersteunen. Landen zoals Brazilië, België, Spanje, Mexico, Chili en Ierland hebben hun steun gegeven aan Zuid-Afrika, Paraguay deed dat recent aan Israël. Tot vandaag hadden staten de tijd om een verklaring in de zaak af te geven.
Nederland gaat in het laatste deel van de verklaring in op de verplichting voor derde staten om genocide te voorkomen. Het lijkt deze plicht te bagatelliseren, maar hoe het precieze standpunt van Nederland eruit gaat zien is afwachten.
‘Dit is een verklaring waarin Nederland aangeeft op welke punten het later in wil gaan. We kunnen hier niet veel uit afleiden en moeten wachten op de volgende fase waarin uitgebreidere documentatie wordt ingediend’, zegt Marcel Brus, hoogleraar Internationaal Publiekrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Gedwongen verplaatsingen om groep te vernietigen
Nederland stelt in de verklaring dat gedwongen verplaatsingen een onderdeel van genocide kunnen zijn. Gedwongen verplaatsingen kunnen ‘leiden tot, of neerkomen op, het opleggen van omstandigheden aan een groep die gericht zijn op het fysiek vernietigen van deze groep’ – en kunnen dus een schending zijn van een van de bepalingen van het Genocideverdrag.
De bevolking van Gaza werd via evacuatiebevelen van het Israëlische leger, onder dreiging van geweld, voortdurend gedwongen te vluchten en daarmee werd hun leven onmogelijk gemaakt. VN-rapporteur Francesca Albanese zag hier twee jaar geleden ook al een element van de genocide in.
De gedwongen verplaatsingen kunnen volgens Nederland ook een bewijs vormen dat Israël de intentie had de Palestijnen als groep te vernietigen.
Kinderen als doelwit
Nederland stelt verder dat om te bepalen of daden genocidaal zijn, er specifiek moet worden gekeken naar het effect van die daden op kinderen. ‘Het gericht aanvallen van kinderen als zodanig kan bewijs leveren van genocidale intentie’, stelt Nederland.
Deze stelling leest als een ondersteuning van de aanklacht van Zuid-Afrika. De afgelopen twee jaar zijn er regelmatig artsen uit Gaza in het nieuws gekomen die zeiden dat ze op dagelijkse basis door het hoofd geschoten kinderen behandelden.
Uithongering als element van genocide
De verklaring van interventie verwijst vervolgens naar uithongering als onderdeel van genocide. Nederland betoogt dat hongersnood of het opzettelijk onthouden van humanitaire hulp kan neerkomen op het schenden van meerdere bepalingen van het genocideverdrag, waaronder het doden van leden van een groep en het opleggen van omstandigheden gericht op de vernietiging van de groep.
Het is bekend dat Israël bewust humanitaire hulp voor Gaza tegenhield en houdt, en in augustus 2025 werd officieel hongersnood vastgesteld. Nederland stelt dat uithongering niet perse hoeft te leiden tot de fysieke vernietiging van een groep om genocidaal te zijn. Al wanneer de uithongering bedoeld was om deze verwoesting te bewerkstelligen, is het een schending van de bepaling van het Genocideverdrag.
Eigen straatje schoonvegen
In de verklaring van interventie staat nog een vierde punt, dat betrekking heeft op de verplichting van derde staten om genocide te voorkomen. Hier lijkt Nederland zijn eigen straat schoon te willen gaan vegen.
Nederland benadrukt dat de plicht geldt om ‘binnen alle redelijkerwijs beschikbare middelen’ genocide ‘zoveel mogelijk te voorkomen’. Het beargumenteert dat de plicht situatie-afhankelijk is.
Wat precies van staten verwacht mag worden om genocide te voorkomen ‘hangt af van de omstandigheden van een bepaalde situatie, waaronder de mate waarin een derde staat invloed kan uitoefenen op die situatie’.
De afgelopen twee jaar heeft de Nederlandse regering regelmatig gezegd dat het wel degelijk maatregelen tegen Israël had willen nemen, maar dat het dit in Europees verband wilde doen. Alleen optreden zou geen zin hebben, zo stelden bijvoorbeeld de voormalige ministers Caspar Veldkamp en Ruben Brekelmans.
Daar staat tegenover dat Nederlandse ministers keer op keer herhaald hebben dat Nederland een speciale relatie met Israël heeft. Dat zou impliceren dat voor Nederland ook extra verantwoordelijkheden gelden.


Geef een reactie