Hoe de gevoelige materie van het oog, het zichtbaar object en oogbewustzijn tot stand komen.
De fysieke wereld wordt gekend door zintuigelijke indrukken. Elk zintuig (indriya, vermogen) doet dat op een specifiek zintuig gebied (gocara). In principe ziet het oog contrasten, die zo goed als onmiddellijk als een vorm, ‘Gestalt’ ervaren worden. Bij hoge alertheid is wel ervaarbaar dat de zintuigelijke indrukken zich tot een beeld van de werkelijkheid opbouwen. Bijvoorbeeld als je gewaar wordt dat je van een ongefocusde mijmerblik weer over gaat op actief rondkijken. In de loop van ons leven leren we allerlei vormen herkennen. Dit herkennen is een mentale capaciteit, een van de vijf khandha’s en een van de mentale elementen. Herkenning is gebaseerd op eerdere ervaringen en indrukken. Zoals klanken en lettervormen waarmee men zich in het Nederlands verstaanbaar kan maken. Het Pāli begrip voor herkenning is sañña. De mentale elementen worden later in dit feuilleton onder de loep genomen. De getrainde menselijke geest zal iets als een stoel of tafel herkennen. Terwijl een vis die een stoel in de plomp tegenkomt daarvan zeker een ander idee bij zal hebben.
Het oog is niet perfect. Om een beeld te krijgen moet het oog geaccommodeerd zijn, liever geen staar hebben en voldoende van bloed (voedsel / zuurstof) voorzien zijn. Het oog en het brein creëren uit losse indrukken een als continuïteit ervaren ervaring. Vroeger, toen er nog filmrollen waren was dat goed te zien. Als de film op snelheid kwam draaide, zag je eerst de losse beelden. Maar als de beeldjes sneller dan circa 24 frames per seconde ontstaat het filmische beeld. Bij hogere frame frequentie ontstaat een vloeiender beeld. Dit verschijnsel, een film, een schijnbare continuïteit waar er in werkelijkheid een snel opeenvolgende discontinuïteit is wordt in het Pāli aangeduid met het begrip santati-paññatti . Een film, een rivier een muziekstuk… de Rijn is een snelle opeenvolging van regendruppels, hagel en sneeuw. De vijfde van Beethoven een opeenvolging van klanken. Dus Rijn en symfonie zijn woorden die een ‘idee van een schijnbare continuïteit’ aanduiden. Maar binnen een leven is er een continue ontwikkeling. En, een leven is natuurlijk eindig, dat is doodnormaal.
Visus (zicht) is maar een onderdeel van onze zintuiglijke indrukken door de vijf zintuigen. Verschillende witte poeders lijken visueel sterk op elkaar. Maar poedersuiker smaakt zoet en lost snel op, terwijl zout, zout smaakt en snel oplost en talk poeder vast ook naar iets zal smaken en korrelig blijft in de mond (vermoed ik). Deze andere elementaire eigenschappen en zintuigen komen hierna aan bod in het elementen feuilleton.
De term rūpa is betekenisvol: ‘een lichaam, een vorm, een figuur, beeld of object van het oog en een of andere materiële samengesteldheid’. De term is dus breder dan het aarde element omdat nu ook gestaltes bedoeld worden en die voel je niet, maar zie je met het oog. Dat is dus net even anders dan het begrip massa. Volgens mijn de Dikke van Dale uit 1950 is een massa namelijk: ”een toebereide stof (zonder gedachte aan hoeveelheid of gedaante)”.
Het woord rūpa is etymologisch verwant aan ons woord ruptuur. De breekbaarheid en tijdelijkheid van materie blijkt uit alles. Een goede fles wijn raakt leeg. Hij gaat niet alleen op, maar ook het wijn omhullende materiaal gaat er een keer aan. De fles, die eerst de vorm had van kwarts gesteente, daarna van zand, daarna van gesmolten zand die daarna afgekoeld tot een wijnglas of – fles zal een keer breken, er treed een ruptuur in op.
In het volgende deel steken wij ons licht op over geluid, de materie die gevoelig is voor geluid en gehoorbewustzijn.


Siebe zegt
“Het Pāli begrip voor herkenning is sañña”. (Arjan Schrier)
Sanna is denk ik meer dat mentale vermogen dat de specifieke kenmerken van het ken-object kan onderscheiden. Zoals wanneer je doorsneden van verschillende soorten hout ziet. Sanna is het vermogen de verschillen waar te nemen qua structuur, hardheid, geur, etc. Het vereist niet dat je de soorten hout her-kent als eik, beuk, mahonie.
Je hoeft een persoon ook niet te herkennen om toch te zien dat zo’n persoon een ander gezicht etc heeft dan een ander. Her-kenning vereist wel sanna, maar sanna vereist geen herkenning. Eerst ziet een vogelaar de specifieke kenmerken van een vogel en dan herkent ie die als een groene specht. Maar zelfs al zou ie een onbekende vogel zien, niet herkend als van die en die soort, dan is er alsnog wel sanna.
Arjan Schrier zegt
Mee eens. Een kenning is niet per se een herkenning. Sanna is een sankhara, iets dat gevormd is en vormend is. Iets kennen als iet wat je nog niet kent zoals een onbekende vogel. Dat is een kennen dat nieuw is maar ook wordt het gekend uit eerdere ervaringen als iets wat -niet eerder- gekend is. En in die laatste zin is het toch geconditioneerd door eerdere ervaringen. Sanna kan ook hallucineren door in iets tijdelijks iets blijvends te zien. Of door iets dat niet blijvend bevredigend is iets bevredigends te zien of iets dat on-eigen is iets eigens te zien.