Het vierde type van elementaire zintuig materie is de materie die onontbeerlijk is voor de smaak ervaring. De ervaring is specifiek en daarmee ook een elementair aspect van het fysieke bestaan.
Tot niet zo lang geleden werd veronderstelt dat de smaak zich alleen op de bovenzijde van de tong bevindt. Er zou alleen zoet zout en zuur en bitter mee waargenomen kunnen worden. Ondertussen wordt ook unami, hartigheid tot de smaak gewaarwordingen gerekend. En men is erachter gekomen dat de smaaksensoren zich niet alleen op de tong bevinden. Als je suiker onder je tong legt zal, nadat het opgelost is in het speeksel, een zekere sensatie van zoetheid opwekken in de kinnebak.
De smaakpapillen schijnen vaak vervangen te worden, ze hebben ook een andere innervatie als de gewone tastzin sensoren. De spieren van de tong en de kaken worden weer door andere zenuwen geïnnerveerd. De smaakpapillen schijnen continu te vergaan en ontstaan. Blijkbaar slijten ze snel.
De zes zintuigen gezamenlijk worden de salāyatana genoemd. De zes zintuiglijke vermogens. In de leerstelling van het afhankelijk ontstaan komen de zintuigen op door de door geest/materie interactie. De salāyatana zijn zelf weer de voorwaarden voor zintuiglijk contact (phassa).
Smaak komt door een direct contact van iets proefbaars met de tong. Terwijl dat voor zicht, gehoor en geur niet zo geldt. De dhammapadda voert dat aan in deze twee verzen:
Al verkeert een dwaas zijn hele leven
In de nabijheid van de wijzen:
Hij komt de Dhamma niet te weten,
Zoals een lepel de smaak van soep niet kent.
Al verblijft een intelligent man
Slechts kort in nabijheid van de wijzen:
Hij komt de Dhamma snel te weten,
Zoals de tong de smaak van soep kent[1].
Niet alles wat in de mond gestopt kan worden heeft een smaak. Een schone knikker smaakt nergens naar.
Volgende week komt het elementaire vijfde zintuig, de tastzin in de krant.


Geef een reactie