Vierenveertig erewoorden voor eerzuchtigen.
Eer: iets dat niet bestaat en daarom steeds verdedigd moet worden.
Eercultuur: beschaving die het eergevoel cultiveert en zich daarom verheven voelt boven andere beschavingen.
Eergevoel: het gevoel dat je krijgt als je gelooft dat jij beter bent dan anderen.
Eerherstel: terugvinden of terugvorderen van iets dat niet bestaat en daarom nooit verloren kan worden.
Eerwaarde: iemand die behandeld wil worden alsof hij beter is dan anderen en anderen behandelt alsof ze minder zijn dan hij.
Eerwraak: geweld gepleegd tegen iemand die het de geweldenaar moeilijk maakt te geloven dat hij beter is dan anderen.
Eerzucht: verlangen om te geloven dat jij beter bent dan anderen en dat anderen minder zijn dan jij.
Ereboog: poort om iemands eergevoel te versterken.
Zo ook: eergedicht, erebul, eregordel, eregroet, erehaag, ereketen, erekleed, erekrans, erekroon, erekruis, erelint, eremetaal, erenaam, erepalm, erepodium, erepoort, ereronde, eresabel, eresalvo, ereschavot, ereschot, erestoel, eretempel, eretitel, eretribune, erewapen, erezetel, erezuil.
Ereburger: titel om een burger het gevoel te geven dat hij beter is dan andere burgers zodat de stad die de titel uitreikt beter lijkt dan andere steden.
Eredame: eerloze dame die een eregast het gevoel moet geven dat hij beter is dan andere gasten.
Eredoctoraat: holle titel uitgereikt door een academische instelling aan iemand van naam die er nooit gestudeerd of gewerkt heeft, ter meerdere eer en glorie van die instelling.
Ereprofessoraat: holle functie bij een academische instelling voor iemand van naam die er nooit zal werken, ter meerdere eer en glorie van die instelling.
Eren: iemand het gevoel geven dat hij beter is dan anderen om er zelf beter van te worden.
Erewoord: mondelinge toezegging waaraan iemand zich koste wat het kost zal houden om te bewijzen dat hij zo’n uitzonderlijk iemand is die zich koste wat het kost aan zijn woord houdt.
Veld van eer: plaats waar je roemloos ten onder gaat.
Eregraf: goedkoop graf voor mensen die roemloos ten onder zijn gegaan op het veld van eer.
(Bron: Idioticon niet-weten.)


