‘Ik ben niet-weten, Hans.’*
‘Je subjectiveert je onbegrip.’
‘Wat?’
‘Je verheft een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen tot een tijdloos subject met als enige eigenschap dat het niet begrijpt.’
‘Welk subject?’
‘Wat jij ik noemt en gelijkstelt aan de hypostase van niet-weten.’
‘Wat zou jij zeggen om uitdrukking te geven aan een voorbijgaande ervaring van niet begrijpen?’
‘Joost mag het weten.’
‘Alsof Joost geen subject is.’
‘Daarom zeg ik dat hij het mag weten.’
* Uitspraak van de non-dualist Jan van den Oever in zijn boek ‘Ik weet niet wie ik ben’, zie ook Het ruime sop van Jan van den Oever.

