Dromen van onkwetsbaarheid.
“Als iemand in een vierkante veerbak een rivier oversteekt en een lege boot botst tegen hem op, dan wordt hij niet boos, ook al is hij misschien wel een humeurig persoon. Maar als er iemand in die boot zit, dan gaat onze veerman schreeuwen dat hij afstand moet bewaren. En als de eerste schreeuw niet wordt gehoord, dan volgen er een tweede en een derde, en daarna, als er nog steeds geen gehoor wordt gegeven, volgen er lelijke woorden. Eerst werd hij niet kwaad, en nu wel: dat komt alleen omdat eerst de boot leeg was, en nu vol! Iemand die zichzelf kan leegmaken en zo in de wereld rondzwerven, wie zou die ooit kunnen deren?”
(Zhuang Zi, de volledige geschriften, Kristofer Schipper, hoofdstuk 20.II.)

Onkwetsbaarheid als heilige graal
Wie zijn emoties niet verdraagt, zal zich na het lezen van bovenstaande gelijkenis misschien willen verdiepen in het taoïsme, in de hoop zichzelf door studie en meditatie leeg te maken zodat niets of niemand hem nog kan deren.
Geestelijke onkwetsbaarheid, onaantastbaarheid, onverstoorbaarheid – dat mag wel de graal van de taoïstische heilsleer heten. En de graal van de boeddhistische heilsleer. En de graal van de non-dualistische heilsleer. Onaangedaan blijven, wat er ook gebeurt. In de wereld zijn, niet van de wereld.*
* Onkwetsbaarheid, maar dan lichamelijke, is ook de graal van de kapitalistische heilsleer, met actiehelden als Archie (de Man van Staal), Batman, Spiderman, Superman, Kwai Chang Caine, Dirty Harry en Rocky. Wie zou die ooit kunnen deren?
De gelijkenis van de veerboot in de Zhuang Zi dankt zijn overtuigingskracht aan zijn eenvoud. Een simpele situatie, twee mogelijke reacties: je blijft rustig of je wordt boos. Een simpele instructie hoe je je kalmte bewaard: door jezelf leeg te maken. Waar niets zit kan niets geraakt worden.
Dat er bij het leegmaken heel wat meer komt kijken dan eventjes een knop omzetten staat er niet bij. Oude verkooptrucs: wat moeilijk is voorstellen als makkelijk, wat duur is als goedkoop, wat pijnlijk is als pijnloos. Het doel is al binnen handbereik, de weg al bijna gegaan, nog één stap en de buit is binnen.
De voelende veerman
In de praktijk zijn situaties oneindig veel complexer en ambivalenter dan in de gelijkenis van de veerboot. Steeds is er een veelheid aan gedachten, gevoelens en reacties mogelijk.
Wat kan er zoal gebeuren als een veerman de rivier oversteekt en een lege boot op de zijne botst?
1. De veerman wordt boos, ook al is hij van nature geen humeurig mens, omdat hij denkt dat de eigenaar nalatig is geweest en zijn boot niet goed heeft vastgelegd.
2. De veerman maakt zich zorgen omdat de arme booteigenaar zijn boot is kwijtgeraakt.
3. De veerman is ingenomen met zichzelf wanneer hij bedenkt dat hij, door de losgeslagen boot naar de kant te slepen, heeft voorkomen dat andere mensen op de rivier ermee in aanvaring kwamen.
4. De veerman verheugt zich omdat hij denkt dat hij, door de eigenaar zijn boot terug te bezorgen, een schouderklopje, een vergoeding, een wederdienst tegemoet kan zien.
Wat kan er zoal gebeuren als er iemand in de andere boot zit?
5. De veerman is bang dat zijn veerboot lek slaat of omslaat en begint te schreeuwen dat de ander moet uitwijken en beter moet opletten.
6. De veerman krijgt medelijden met de ander, die hem met grote ogen aankijkt, zijn pols vasthoudt, wit ziet van schrik omdat hij bijna overboord was geslagen en niet kan zwemmen.
7. De veerman wordt een beetje opgewonden als hij ziet wat een prachtmens er in die andere boot zit, helemaal zijn type, en begint meteen te stralen en te sjansen.
8. De veerman raakt geïrriteerd omdat hij denkt dat de ander expres tegen zijn veerboot botst om hem te pesten, schade te berokkenen, uit te dagen.
Wie zijn emoties als vanzelfsprekend aanvaardt hoeft zichzelf niet leeg te maken om van zijn gevoelens af te komen. Hij wordt boos als hij boos wordt, blij als hij blij wordt, bezorgd als hij bezorgd wordt, leeg als hij leeg wordt, voor zolang het duurt, tot er weer wat anders komt.
Iemand die zo door het leven gaat, die zijn gevoelsleven neemt zoals het komt, wie zou die ooit kunnen deren?
De weteloze veerman
Laten we nog eens naar bovenstaande situaties kijken, ditmaal vanuit het perspectief, of liever het non-perspectief, van de weteloze veerman.
1. Als de lege boot tegen de zijne botst wordt de veerman eventjes een beetje boos, ook al is hij van nature geen humeurig mens, omdat hij denkt dat de eigenaar nalatig is geweest en zijn boot niet goed heeft vastgelegd. Maar wat weet ik ervan, denkt hij dan. Misschien is de boot gestolen en achtergelaten. Misschien is het touw doorgesleten of de boomtak waaraan het touw was vastgebonden afgebroken, wie zal het zeggen.
2. De veerman maakt zich eventjes zorgen omdat de arme booteigenaar zijn boot is kwijtgeraakt. Maar wat weet ik ervan, denkt hij dan. Misschien is de eigenaar uit de boot gevallen. Misschien is hij eruit gesprongen. Misschien heeft hij de boot niet meer nodig omdat hij te oud is, of gaat hij verhuizen naar een streek zonder waterloop en geeft hij de boot prijs aan de gelukkige vinder. Misschien geeft hij niet om bezit. Misschien is hij toe aan verandering en tart hij het noodlot, wie zal het zeggen.
3. De veerman is eventjes een beetje ingenomen met zichzelf wanneer hij bedenkt dat hij, door de losgeslagen boot naar de kant te slepen, heeft voorkomen dat andere mensen op de rivier ermee in aanvaring kwamen. Maar wat weet ik ervan, denkt hij dan. Misschien is er niemand anders op de rivier. Misschien zijn botsingen met andere boten net zo ongevaarlijk als de botsing met de mijne. Misschien had iemand anders op die lege boot willen botsen omdat hij er net eentje nodig heeft om zijn eigen gammele bootje te vervangen; of om te verkopen zodat hij weer wat geld heeft voor eten, drinken, medicijnen voor zijn kindje; of om in stukken te hakken en te verstoken in deze ijzige winter, wie zal het zeggen.
4. De veerman verheugt zich eventjes een beetje omdat hij denkt dat hij, door de eigenaar zijn boot terug te bezorgen, een schouderklopje, een vergoeding, een wederdienst tegemoet kan zien. Maar wat weet ik ervan, denkt hij dan. Misschien wilde de eigenaar van zijn boot af en heeft hij hem daarom aan de rivier prijsgegeven. Misschien geeft de eigenaar nooit schouderklopjes omdat hij het vanzelfsprekend vindt dat zijn spullen worden terugbezorgd. Misschien is de eigenaar een kluizenaar en mensenhater die niets met hem te maken wil hebben. Misschien verdenkt de eigenaar hem ervan de boot eerst gestolen te hebben om hem daarna zogenaamd terug te bezorgen, wie zal het zeggen.
5. Als een bemande boot tegen de zijne botst wordt de veerman misschien eventjes een beetje bang dat zijn veerboot lek of om zal slaan, en begint hij daarom te schreeuwen dat de ander uit moet wijken en beter op moet letten. Maar wat weet ik ervan, denkt hij dan. Misschien gaan we niet hard genoeg om om te slaan. Misschien zijn onze boten niet zwaar genoeg om lek te slaan. Misschien had ik zelf beter uit mijn doppen moeten kijken en opzij moeten gaan. Misschien hebben gewone boten voorrang en is iedere botsing met een veerboot de schuld van de veerman, dat moet ik toch eens uitzoeken.
6. De veerman krijgt eventjes een beetje medelijden met de ander, die hem met grote ogen aankijkt, zijn pols vasthoudt, wit ziet van schrik omdat hij bijna overboord was geslagen en niet kan zwemmen. Maar wat weet ik ervan, denkt hij dan. Misschien had hij al eerder zijn pols verstuikt. Misschien ziet hij daarom zo wit of misschien ziet hij altijd wel wit. Misschien is er niets aan de hand met zijn pols en houdt hij die gewoontegetrouw vast, of van schrik. Misschien is hij helemaal niet schrikachtig en projecteer ik mijn eigen schrikachtigheid op hem. Misschien kan hij uitstekend zwemmen of watertrappelen of blijft hij vanzelf drijven door zijn dikke buik en heeft hij niets te vrezen, wie zal het zeggen.
7. De veerman wordt eventjes een beetje opgewonden als hij ziet wat een prachtmens er in die andere boot zit, helemaal zijn type, en begint meteen te stralen en te sjansen. Maar wat weet ik ervan, denkt hij dan. Misschien is zij (of hij) onder die kleren helemaal niet mijn type. Misschien heeft ze een schrille stem, een onaangename geur, een kwade dronk. Misschien is ze te slim of te dom, te hooghartig of te bescheiden, te spraakzaam of te stil voor hem. Misschien heeft ze allang een partner of twee en kan er niemand bij. Misschien valt ze niet op mannen, niet op oudere mannen, niet op kalende mannen, niet op sjansende mannen, niet op veermannen, alleen op vrouwen, kinderen, lijken, dieren, planten, dingen, helemaal nergens op, wie zal het zeggen.
8. De veerman raakt eventjes een beetje geïrriteerd omdat hij denkt dat de ander expres tegen zijn veerboot botst om hem te pesten, schade te berokkenen, uit te dagen. Maar wat weet ik ervan, denkt hij dan. Misschien heeft de eigenaar een heel ander motief. Misschien heeft hij helemaal geen motief. Misschien heeft hij, wat zijn motief ook is, geen keus en is er iets in hem wat hem tot een ramkoers dwingt. Misschien is er niets in hem en zijn het oorzaken van buitenaf waarop we geen van beide enige invloed hebben die deze botsing onvermijdelijk maken. Misschien bestaat de vrije wil helemaal niet en heeft het geen enkele zin om je af te vragen of mensen iets per ongeluk of expres doen, al kun je daar dan natuurlijk ook niet vrijwillig mee stoppen. Misschien gebeurt dit niet echt en droom ik het alleen maar, wie zal het zeggen.
Niet-weten in de praktijk
En zo wordt de weteloze veerman eventjes een beetje boos, eventjes een beetje bezorgd, eventjes een beetje zelfingenomen, eventjes een beetje blij, eventjes een beetje bang, eventjes een beetje opgewonden, eventjes een beetje geïrriteerd, eventjes een beetje wat dan ook. Eventjes – tot de gedachte die de gevoelens ingaf wordt weggespoeld door een vloedgolf van vraagtekens.
Een veerman die moeiteloos heen en weer vaart tussen weten en onweten hoeft zich niet leeg te maken, hij hoeft zich niet te ontdoen van gedachten of gevoelens. Het zijn de gedachten zelf die hem ontledigen, net zo snel als ze hem opvulden. Hij heeft er geen omkijken naar. Zijn emoties zijn even gevarieerd als die van de voelende veerman maar ze gaan minder diep en ze duren minder lang.
Iemand die zo door het leven kruist, weteloos, zonder heilig geloof in zijn gedachten en gevoelens, heeft het lijden niet overwonnen. Hij voelt alles, alleen niet zo diep, doordat de agnose zowel de pieken als de dalen dempt.
Voor mij zijn al die weteloze gedachten volgend op een wetende gedachte inmiddels overbodig. Ik hoef ze niet meer expliciet te maken, behalve bij nieuwe situaties en nieuwe verwikkelingen in bekende situaties. De mogelijkheid ze te doordenken volstaat om de spanning van de negatieve gedachten af te voeren.
De onwillekeurige gedachte ‘maar wat weet ik daarvan’ is ook voldoende om het genoegen van mijn positieve gedachten af te voeren. Best jammer; ik kan me nooit meer helemaal overgeven aan dagdromen, wensgedachten, piekervaringen.
Vroeger was verheugenis een van mijn grootste genoegens, die tijd is voorbij. Naar mijn volgende maaltijd kan ik nog wel uitzien, een vakantie naar IJsland boeken voor volgend jaar hoeft voor mij niet; teveel vraagtekens. Weet ik veel of ik er dan nog ben, weet ik veel of dan nog gezond genoeg ben, weet ik veel of ik er dan nog zin in heb, weet ik veel of er dan nog vliegtuigen vliegen, weet ik veel of IJsland dan nog van IJsland is en of het er nog is.
Los van de twijfelachtige metafysica (de hypostase van de tao als zelfregulerend principe) steunt het taoïsme op de pijlers van niet-weten en niet-doen. Als dat is waar Zhuang Zi op doelt met ‘leegmaken’, kan ik mijn weteloze veerman zonder gewetensbezwaren de lege veerman noemen, zoals ik de onleer van niet-weten zonder gewetensbezwaren de lege leer noem.
Of je hem nu de lege veerman of de weteloze veerman noemt, hij blijft zoals elke veerman varen over de baren, altijd onderweg. Hij heeft nog niet aangelegd of hij vertrekt alweer. Niet hij krijgt het heen en weer van zijn gedachten; zijn gedachten krijgen het van hem.

