‘Wat is bezorgdheid, Hans?’
‘Denken dat je iets kan overkomen.’
‘Wat is zorgeloosheid?’
‘Denken dat je niets kan overkomen.’
‘Het zijn allebei maar gedachten, wou je zeggen.’
‘Dat is nog tot daaraantoe.’
‘Wat maakt het nog erger?’
‘Dat het leven zich er niets van aantrekt.’

