Het zwaard van Manjoesri
“Ik zal je over Manjoesri en zijn zwaard vertellen”. zegt mevrouw Musegaas minzaam. “Weet jij wie Manjoesri is?”
Menno schudt het hoofd.
“Geeft niet, geeft niet. Ik denk dat jouw pappa en mamma hem ook niet kennen. Ik denk bovendien dat je alles wat ik je nu ga vertellen zult vergeten, maar dat het desondanks ergens diep in jou toch zal landen, als een zaadje dat jaren nodig heeft om uit te komen. Daarna zal het langzaam groeien, zonder dat iemand er iets van ziet of merkt. Jij zelf ook niet. En dan op een dag, wanneer je zelf zo oud bent als ik nu – of zelfs ouder – zal het ineens aan de oppervlakte komen en tot bloei komen. Dus luister goed jongen, luister goed, want het is belangrijk.”
Mevrouw Musegaas sluit haar ogen en laat een lange stilte vallen. Menno begint zich net af te vragen of ze in slaap is gevallen, wanneer ze begint:
“Manjoesri werd lang geleden ergens in India geboren, in een voorname familie. Dat zegt men. Sommigen zeggen ook dat Manjoesri een knappe man was en dat hij een vrouw had die Saraswati heette. Anderen beweren dat hij een rondzwervende monnik was. Niemand die het weet. Wat is waar, en wat niet? Doordat niemand het precies weet, bestaan er allerlei verhalen over Manjoesri en zijn zwaard, En er bestaan allerlei beeldjes en afbeeldingen van hem…”
“O, ik heb er nooit eentje gezien.” laat Menno zich ontsnappen.
“In het oosten, aan de andere kant van de wereld,” licht mevrouw Musegaas toe. “Hier in Nederland ben ik er eerlijk gezegd ook nog nooit eentje tegengekomen. Hier hebben ze heel andere figuren…”
“Hangt Mansoeri ook aan een kruis?”
“Nee. Maar je kunt een beeld van hem of een schilderij waar hij op staat gemakkelijk herkennen: hij zit meestal op een leeuw of een leeuwenhuid, en in zijn rechterhand houdt hij een heel belangrijk, vlammend zwaard.”
“Zoals Excalibur en het Zingende Zwaard?” Menno moet onwillekeurig denken aan het beroemde zwaard dat koning Arthur ooit uit een steen trok en het zwaard dat Prins Vaillant hanteerde om vijanden een kopje kleiner te maken.
“Nee, die zwaarden zagen er anders uit en dienden een heel ander doel. Het waren zwaarden waarmee tegenstanders elkaar te lijf gaan. Mensen van vlees en bloed.”
“Of een draak.”
“Of een draak,” beaamt mevrouw Musegaas. “Met zwaarden als Excalibur vecht je op een slagveld. Met het zwaard van Manjoesri scheid je zin van onzin.”
Aan het gezicht van Menno valt af te lezen dat hij het een mal verhaal vindt. Wat heb je nou aan zwaard waarmee je zin en onzin kunt scheiden en verder niks? Dat is natuurlijk op zichzelf al onzin. Zwaarden zijn er om mee te vechten. Dat weet iedereen.
“Je leest te veel ridderverhalen.” lacht mevrouw Musegaas. Ze zoekt in een dik boek naar een tekening van Manjoesri. Ze laat Menno een blauw-witte tekening zien van een man op een woeste leeuw. Om de nek van de man hangt een rij tijgertanden aan een snoer. Het vlammende zwaard lijkt in de ogen van Menno meer op een knots dan op Excalibur of het Zingende zwaard.
“Die knots aan het eind zijn vlammen.”
Menno kijkt nog eens en gelooft het daarna wel. Vlammen. Manjoesri heeft dus een brandend zwaard waarmee hij zin en onzin van elkaar scheidt.
“En die kring om zijn hoofd?”
“Zoiets zie je ook op tekeningen van heiligen in het Christendom. Zoiets heet een aureool of stralenkrans. Er zijn nog andere woorden voor, maar daar kom ik nu even niet op. Zo’n krans symboliseert dat de persoon heel erg bijzonder is.”
Menno krijgt het gevoel dat hij privéles krijgt. Volgens mevrouw Musegaas is alles symbolisch en heeft Manjoesri misschien niet eens echt geleefd. En áls hij toch geleefd heeft, was het vast een heel gewoon mens die een scherp inzicht ontwikkelde. Zijn zwaard bestond in de binnenkant uit zacht staal dat liefde heet, en aan de buitenkant uit hard staal dat standvastigheid heet. Manjoesri bracht liefde en standvastigheid samen en vervolgens heeft hij er vast en zeker van alles mee gedaan dat staat voor ‘verhitten’ en ‘klappen krijgen’ ofwel hameren. En alles wat hij in zijn leven meemaakte heeft zijn inzicht, dat zwaard dus, vlijmscherp gemaakt. Daardoor was hij op den duur in staat om als geen ander zin en onzin van elkaar te onderscheiden, waarheid van leugen, domme kennis van wijsheid en dat waar alles om draait van alles dat ronddraait. De mensen hebben van dit gegeven verhalen gemaakt, en ze hebben Manjoesri langzaam maar zeker vergoddelijkt. Hij zou daar zelf met zijn zwaard van inzicht natuurlijk korte metten mee hebben gemaakt.
Geef een reactie