Waar heb je dat vandaan? Waar heb je dat gehoord? Gelezen? Gezien? Allemaal vragen waarop ik slechts één antwoord heb: “Weet ik niet meer.” Daarop krijg ik vaak commentaar want als ik geen bron kan leveren, is het blijkbaar niet waar, of niet echt, of in ieder geval niet serieus te nemen. Daar denk ik dan het mijne van, en vaak is dat: “Mij een zorg of je het serieus neemt of niet.”
Sommige zaken heb ik zelf bedacht, denk ik, maar zelfs daar kun je aan twijfelen. Elk woord dat ik gebruik staat immers in een Nederlands woordenboek, en zo niet, dan staat het ongetwijfeld in een ander boek met woorden. Waarschijnlijk zijn mijn bedenksels voor mij ook al door tenminste één ander bedacht, mogelijk zelfs door velen. Ik heb persoonlijk nul komma nul behoefte om origineel te zijn. Alles is reeds gedacht, gezegd, geschreven, getekend, geschilderd of gedroomd. Aan Einstein zijn zoveel uitspraken toegeschreven, dat het niet eens aannemelijk is dat hij al die uitspraken ook werkelijk heeft gedaan omdat hij daarvoor zijn godganse leven aan één stuuk door tegeltjeswijsheden moet hebben geventileerd, van kinds af aan dus. Kom op… als het Einstein niet was, was het Nietsche wel, of Schopenhauer, Kant, Aurelius, Aristoteles, of een inwoner van Sodom dan wel Gomorra. Toen Einstein een keer een enorme scheet liet, zal hem dat verlichting hebben opgeleverd, van buikkrampen wellicht. Voor de duidelijkheid: daar heeft hij (voor zover ik weet) nooit iets over gezegd!.
Volgens mij (waar ik het ook vandaan heb) wordt iets niet meer of minder waar doordat een bekende Nederlander, bekende wereldburger, oude filosoof of zeer gewaardeerde wetenschapper het in woorden verpakt. Wat is waar en wat niet? Dat zijn heel andere vragen dan: wat is aannemelijk en wat waarschijnlijk niet? Zeker met de komst van hallucinerende Artificial Intelligende (AI) zijn die laatste twee volgens mij veel betere vragen.
Tot zover de inleiding.
Dat alles relatief is, aan verandering onderhevig en op allerlei manieren afhankelijk van (vul maar in), acht ik zeer aannemelijk. Zo aannemelijk zelfs dat ik ervan uit durf gaan. Als ik iets voor waar aanneem, is dat altijd tot het moment waarop blijkt dat het toch anders is. Iets, wat dan ook, is daardoor – voor mij – nooit voor eens en altijd waar. Ondertussen doe ik wel degelijk alsof allerlei zaken in mijn dagelijks leven waar zijn, omdat de ervaring leert dat dat erg nuttig is in het dagelijks leven. Met blote voeten tegen een enorme steen schoppen, doet pijn! Zonder hulpmiddelen lang onder water blijven, is een benauwd gebeuren. Enzovoorts. En ik neem zonder meer voor waar aan dat verkeersborden de juiste informatie verschaffen. Hoewel… toen kwajongens een keer de borden van een omleiding verzetten, bleef ik wel rondjes rijden … tot ik besloot mij niks meer van die borden aan te trekken en een eigen plan trok.
Op dezelfde manier, om het maar zo te zeggen, trek ik mij niet zoveel aan van wat wegwijzers op gebied van normen, waarden, zeden en gewoonten mij wijzen. Ik volg ze een tijdje, maar zodra ik het gevoel krijg dat ik rondjes draai, trek ik wel degelijk een eigen plan. Dat bestaat eruit dat ik op basis van alles wat ik ervaren, gehoord, gelezen, gezien en vernomen heb (op welke manier ook) mijn eigen plan trek. Eigengereid, en daardoor soms heel dom, soms geniaal, maar meestal leidend tot nieuwe inzichten waar ik mee verder kan. Tot ik ineens niet meer verder kan. Geeft niks, gewoon een nieuw plan maken op basis van alles wat ik heb ervaren, gehoord, gelezen, gezien en vernomen, inclusief alles dat is mislukt.
Wat voor mij werkt, hoeft natuurlijk niet voor iemand anders te werken. Ik vermoed evenwel dat het niemand kwaad kan doen om zelf na te denken, zelf vragen te stellen, zelf twijfels te koesteren.
Een boeddhistisch monnik adviseerde mij eens om mijn door hormonen in gang gezette lusten te beteugelen door als volgt te denken: “ … zie iedere vrouw eens als een met vlees bekleed geraamte! Jouw lichaam wil met haar paren, en jij heb daar allerlei fantasieën bij, de een nog bedwelmender dan de ander, maar het zijn allemaal illusies. Vrouwen – en mannen ook natuurlijk – zijn niets anders dan zakken vlees rond een holle buis, voorzien van sensoren (zintuigen) een reproductief apparaat, een motortje, en ga zo maar door. …” De beste man zei nog veel meer, maar de bedoeling was duidelijk. Ik deed mijn best, en gewapend met mijn behoorlijke anatomische en fysiologische kennis lukte het vrij aardig. Maar ik vond er eerlijk gezegd geen bal aan! Waarom zou ik de mooiste meisjes waarmee ik eventueel, wie weet, misschien … waarom zou ik ze reduceren tot botten, vlees, bloed, poep en andere menselijke stoffen? Daarmee doofde inderdaad iedere lust onmiddellijk, maar wat zou dat? Wanneer ik alles om mij heen, inclusief mijzelf zou ontleden tot basale onderdelen, en nog verder tot verzamelingen grondstoffen, moleculen, atomen, quarks … zou mij dat tot de definitieve bevrijding van alles en nog wat leiden? NEE.
Noch Boeddha, noch Jezus, noch Zarathustra, nog doctor zus of professor zo, nee…
Alleen door zonder vrees, zonder enige terughoudendheid, en alle onvolmaaktheden aanvaardend te ZIJN zoals alleen ik (zonder zelf …’what is in a word?’) kan zijn, kan ik mijn dharma gaan … als een pelgrim. En daarbij beroep ik mij niet op wie of wat ook als autoriteit. Laatst kwam ik Boeddha tegen. Ik heb hem omgelegd.


Geef een reactie