Woede is een ziekte
Nederland is een boos land. We bedelven elkaar onder drek en dreigementen.
De democratie belooft gelijkheid voor iedereen. In de praktijk zijn sommige varkens gelijker dan andere. Vooral de elite gaat er met de buit vandoor. En de onderklasse ziet knarsetandend toe.
De politie knuppelt desperado’s in elkaar die zich hoogstens nog vertegenwoordigd voelen door haatzaaiers. Ze laten zich hersenspoelen en dragen Jodensterren.
Het gematigde midden, gelukkig nog steeds in de meerderheid, ziet verbijsterd toe. Al neemt daar gegrom om de inflatoire prijsstijgingen zienderogen toe.
Elders ter wereld sterven er nog altijd veel meer mensen aan honger dan aan corona. We leven in een Hollands paradijs, maar willen het niet zien. Chagrijn en rancune zijn van alle tijden, maar zelden misplaatster dan hier.
Ik tel mijn zegeningen. Een land waar je van gemeentewege gratis drie rolstoelen verstrekt krijgt, moet in de kern een goed land zijn.
Verder weet ik me gezegend met een buurvrouw die de banden van die rolstoelen oppompt als ze zacht zijn. Met kerstmis kreeg ik een stuk zelfgemaakte taart van haar.
Een Keniaanse vriend van me heeft niet eens geld om eten en medicijnen voor zijn familie te kopen. Toch klaagt hij niet. Sterker nog: hij smeekt Gods zegen over me af.
Ik had het slechter kunnen treffen in het leven. Daarom speel ik het al vier jaar klaar om nooit meer openlijk boos te worden. Woede is een ziekte, te bestrijden met stoïcijnse hoffelijkheid.


Geef een reactie