Ik was gisteren op een leeftijdgenotenfeestje, het was erg gezellig. Warm gezelschap, aandacht en bijkletsen. Hoe het onderwerp ter tafel kwam weet ik niet meer. Een leeftijdgenoot zei:
‘Ik eet het altijd zaterdags. Een witte boterham met boter, en doe daar dan speculaasjes op. Vier.’
Ineens kwam dat beeld ook bij mij boven. Ook ik at lang geleden boterhammen met speculaasjes. Van wit, vers brood en het smaakte als de duurste en lekkerste taart. Geen dikke stukken speculoos, maar de kleine koekjes, speculaasjes genoemd. Het brood kraakte niet, de koekjes wel, als je het ’taartje’ in de mond stak. Krak, krak.
Ik vroeg het vandaag aan andere leeftijdgenoten, van dat brood met speculaasjes. Ja, zeiden ze, heerlijk. Maar het moet wel wit brood zijn, dan komen de speculaaskruiden het best tot hun recht.
Moge iedereen een lang, gezond en gelukkig leven hebben, niemand uitgezonderd.
Vrede en alle goeds, zeggen de Franciscanen.
Moedig voorwaarts!
BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen is waargenomen, het abonnement op te zeggen. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren maar niet weten waartegen. Het boeddhisme de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. En zo gaat het maar door.

Willem zegt
Ja, mooie herinnering. Alleen op zaterdag was er witbroood en met kerst en Pasen. Wij deden naast speculaasjes ook wel gewoon kaakjes (biskwietjenof in ‘t Grunnigs meel koekje)..
Nellie Tankink zegt
Ja herkenbaar en heerlijk, bij gebrek aan beleg op de maandagmorgens, na het weekend en met acht kinderen en twee ouders was alle beleg dan op. Dus gingen er boterhammen met speculaas in de lunchtrommels. We woonden op een boerderij en de scholen lagen kilometers daarvandaan. Er was veel brandstof nodig met al dat heen en weer gefietst en de lange dagen en met op maandag dus veel boterhammen met speculaasjes, die gaande weg de dag zachter werden, dan smeuïg en dan bruine smurrie en in al zijn varianten heerlijk heerlijk heerlijk. Trommels helemaal leeg bij thuiskomst : ‘Ze eten me de oren van het hoofd,’ verzuchtte mijn moeder vaak. En op dinsdag was er dan weer vers brood en vers beleg, gehaald door mijn moeder, kilometers op de fiets met twee volle fietstassen en twee volle tassen aan het stuur terug naar huis en de hongerige kinderschaar:))