In de jaren zestig was er een bevlogen christelijke meneer (in die tijd waren dat nog altijd meneren) die het volk opriep om toch vooral ‘rododendron!’ te roepen als je vinger tussen de deur of onder een hamer kwam. Je bedoelde precies hetzelfde als de godslastering, maar het klonk véél beschaafder. Of je nou ‘chips’ of ‘crisis’ roept, de intentie blijft hetzelfde: een krachtterm pakweg richting het universum lanceren om uiting aan pijn en frustratie te geven.

