Voortschrijdend uitzicht

1

‘Wat is verlichting voor jou?’
‘De mist van het ik is opgelost.’

2

‘Wat is verlichting voor jou?’
‘De mist van het ik is opgelost.’
‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’
‘De mist van het zelf is opgelost.’

3

‘Wat is verlichting voor jou?’
‘De mist van het ik is opgelost.’
‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’
‘De mist van het zelf is opgelost.’
‘Met het zelf bedoel ik atman.’
‘De mist van atman is opgelost.’

4

‘Wat is verlichting voor jou?’
‘De mist van het ik is opgelost.’
‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’
‘De mist van het zelf is opgelost.’
‘Met het zelf bedoel ik atman.’
‘De mist van atman is opgelost.’
‘Jij hebt anatman gerealiseerd?’
‘De mist van anatman is opgelost.’

5

‘Wat is verlichting voor jou?’
‘De mist van het ik is opgelost.’
‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’
‘De mist van het zelf is opgelost.’
‘Met het zelf bedoel ik atman.’
‘De mist van atman is opgelost.’
‘Jij hebt anatman gerealiseerd?’
‘De mist van anatman is opgelost.’
‘Geen atman, geen anatman, wat dan?’
‘De mist van het wat dan is opgelost.’

6

‘Wat is verlichting voor jou?’
‘De mist van het ik is opgelost.’
‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’
‘De mist van het zelf is opgelost.’
‘Met het zelf bedoel ik atman.’
‘De mist van atman is opgelost.’
‘Jij hebt anatman gerealiseerd?’
‘De mist van anatman is opgelost.’
‘Geen atman, geen anatman, wat dan?’
‘De mist van het wat dan is opgelost.’
‘Heb je de non-dualiteit gerealiseerd?’
‘De mist van de non-dualiteit is opgelost.’

7

‘Wat is verlichting voor jou?’
‘De mist van het ik is opgelost.’
‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’
‘De mist van het zelf is opgelost.’
‘Met het zelf bedoel ik atman.’
‘De mist van atman is opgelost.’
‘Jij hebt anatman gerealiseerd?’
‘De mist van anatman is opgelost.’
‘Geen atman, geen anatman, wat dan?’
‘De mist van het wat dan is opgelost.’
‘Heb je de non-dualiteit gerealiseerd?’
‘De mist van de non-dualiteit is opgelost.’
‘En dat zou verlichting zijn?’
‘De mist van verlichting is opgelost.’

8

‘Wat is verlichting voor jou?’
‘De mist van het ik is opgelost.’
‘Jij hebt het zelf gerealiseerd?’
‘De mist van het zelf is opgelost.’
‘Met het zelf bedoel ik atman.’
‘De mist van atman is opgelost.’
‘Jij hebt anatman gerealiseerd?’
‘De mist van anatman is opgelost.’
‘Geen atman, geen anatman, wat dan?’
‘De mist van het wat dan is opgelost.’
‘Heb je de non-dualiteit gerealiseerd?’
‘De mist van de non-dualiteit is opgelost.’
‘En dat zou verlichting zijn?’
‘De mist van verlichting is opgelost.’
‘Alle mist is opgelost?’
‘De mist van het oplossen is opgelost.’

Deze tekst maakt deel uit van Zondagskindjes, een serie teksten over niet-weten die geen deel uitmaken van een serie.

 

 

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu