Op mijn werktafel staat een weerstation. Nu is een helder zonnetje te zien, terwijl het buiten al donker is. Dat geeft aan dat we een heldere nacht krijgen. In een ander venster geven twee sensoren die buiten geplaatst zijn de temperatuur voor- en achter het appartement aan- en de luchtvochtigheid. Achter is het kouder dan voor, ook de luchtvochtigheid verschilt twintig percent. Gisteren was het net andersom. In het venster daaronder worden de temperatuur en de luchtvochtigheid binnen aangegeven. Het is zo droog dat een mummie hier goed zou gedijen. Op het weerstation kan ik ook zien hoe laat het is en welke dag we leven.

Ik kijk ook vaak naar buiten, zie dan wat voor weer het is. Regen, sneeuw, zon. Dus eigenlijk heb ik geen weerstation nodig. Als ik naar buiten ga merk ik vanzelf of het koud is of niet.

Ik ben verslaafd aan het weerstation. Vorige week merkte ik dat. De sensoren gaven hun informatie niet meer door aan de ontvanger. Ik verving de batterijen in die sensoren en toen dat niet hielp punnikte ik in de twee gaatjes in sensor drie met een klein stokje. Om het ding te resetten. Ook dat hielp niet. Sensor één ging het vanzelf weer doen. Ach, zei ik tegen mezelf, drie is gewoon kapot, helemaal stuk. Die dingen gebeuren. Ook zonder drie kan ik wel leven.

Maar een akelig stemmetje in me zei het daar niet mee eens te zijn. Waarom nam ik genoegen met dat gedrag van drie? Was ik nou een volwassen vent? Vannacht gaf in mijn droom een stem  antwoord: je moet de batterijen vervangen van de ontvanger, dikke man.

Vanmorgen gelijk gedaan. Alle vensters in het apparaat zijn nu gevuld met waarden. Sensor drie geeft thans 00 graad Celsius aan. Meten is weten.

Jullie moeten weten dat ik me dagelijks oefen in niet-reageren, soms voel ik me een bemoeizuchtig type die graag zijn mening geef. Ik word beroerd van mezelf maar ben op de goede weg. Ik oefen in niet spreken en niet reageren. Laatst was ik bij iemand die 45 minuten achter mekaar tegen mij sprak. En ik maar drie korte zinnen tegen hem.

Ik ben een levend mens en geen weerstation waarin de batterijen op kunnen raken zodat er geen contact meer tot stand komt. Dat ik wil zwijgen betekent niet dat ik emotieloos ben of dingen niet wil delen. Soms vragen mensen iets aan mij en wil ik goed nadenken over het antwoord. Of ik wel of niet wil antwoorden, of het antwoord kwetsend is ook al is het waar. Die poging tot formuleren- dat eventjes zwijgen, wordt dan opgevat als een poging om de vraag te ontwijken of niet te willen beantwoorden. Ik word dan agressief bejegend en getypeerd. Terwijl ik alleen maar nadenk. Dat maakt de oefening in het niet-altijd-willen-reageren zo gecompliceerd. Niet spreken wordt niet altijd begrepen.

BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, heimwee naar Chef,  de Kloosterbunker, Bunkerstad, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij  corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen, het abonnement op te zeggen- wat niet kan. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren.

 

Categorieën: Columns, Joop Hoek
Tags:

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op Het jaar 2017 -de zestiende dag

  1. Vajrapala Lut Moerman schreef:

    Dank om je ervaring te delen. Ik heb ergens een gevoel van herkenning: in groep wordt er soms zo hevig over en weer gepraat dat het me veelal niet lukt om ook iets te zeggen. Vooral ook omdat ik ook graag luister naar wat mensen zeggen en dat wat wil laten bezinken en/of tijd nemen om het goed te begrijpen en zinvol te reageren.
    _/\_

Menu