Ik was vergeten een afslag te nemen- het was al donker, en ineens stond ik in de Marten Meesweg. Het was alsof ik in een warm bad terecht kwam, emoties overvielen me. Even later stond ik voor het pand waar in het verleden de Nederlandse Dagblad Unie (NDU) gevestigd was, mogelijk nu nog wel, ik heb geen zin om dat uit te zoeken. De grote hal was leeg, achter de balie met ‘receptie’ was niemand te zien.

Ik was vroeger lid van de groepsondernemingsraad (GOR) van de NDU. Een in die tijd gezaghebbend college van vertegenwoordigers van de arbeiders binnen die unie. Journalisten, drukkers uit de vuile hoek, advertentieboeren (zo werden ze genoemd) en andere afdelingen van het concern. We probeerden zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op het functioneren van de dagbladunie, zonder het belang van het concern zelf uit het oog te verliezen. Onze achterban was onze inspirator, de wet de kade die het schip keerde. De mensen in de onderneming droegen  geen cijfers op hun jas of jurk. Tegen de directie van de NDU zeiden we dat alle werknemers ons even lief waren, of je nou een denkbeeldig viertje of negen was. Iedereen deed zijn best er het beste uit te halen voor het concern. Die boodschap kwam over bij de directie, respect voor elkaar was een groot goed binnen de NDU.

Meestal liep het overleg met de directie van een leien dakje omdat we ook in zwaar weer het beste voor het concern voor ogen hadden. De controller oogde dan somber maar de winstuitkering werd altijd uitbetaald.  Soms staakte het overleg en huurden we deskundigen in om ons te adviseren. Heel soms duurde de schorsing maar enkele uren, trokken we ons terug in een ruimte in het gebouw ‘om overleg te voeren met onze achterban’. Dat overleg bestond eruit dat we een stukje fruit nuttigden en met de aandelenlijn van Elsevier belden om te informeren hoe onze aandelen er voor stonden. De deur potdicht. En dan gingen we weer verder overleggen.

Het was een fantastische tijd met ervaren en menselijke bestuurders. Dat kwam bij me boven toen ik vanmiddag in die lege hal keek.

Moedig voorwaarts!

BIJSLUITER: het lezen van deze columns kan leiden tot groot geestelijk ongemak, heimwee naar Chef, de Kloosterbunker, Bunkerstad, woedeaanvallen, depressies, onbeheerst gedrag, angstaanvallen, maagzuur, zweten, ongeloof, twijfel aan eenieder, straatvrees, lange tenen en het geloof in het eigen gelijk. Bij de lezers. Scheldpartijen en een onbedwingbare drang om te reageren zijn waargenomen. Sommigen willen mij corrigeren. Of bedanken. Of prijzen. De drang om in verzet te komen, het abonnement op te zeggen- wat niet kan. Sommigen besluiten de krant niet meer te lezen, of te boycotten. Er kwaad over te spreken. Te janken of te vloeken. De straat op te gaan om te demonstreren. De politiek de rug toe te keren. Of aan de drugs te gaan. Kwaad spreken over Feyenoord. Breken met de familie. Het haten van planten en groenten. Aantijgen of beschuldigen. Het stopzetten van gedachten. Sprookjes verwerpen. Houden van Donald Trump. Sommigen voederen geen vogels meer. Of gaan de redactie stalken en bedreigen. Of geloven niet meer in Sinterklaas. Of wantrouwen de banken. Of er kruipt een poes op je hoofd.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Categorieën: Columns en Joop Hoek Tags: GOR, joop hoek, NDU en Nederlandse Dagblad Unie 

2 reacties op Het jaar 2018 – de driehonderdendrieendertigste dag – NDU

  1. Poldermick schreef:

    Ook ik heb goede herinneringen
    aan de NDU, maar dan in de
    Witter dan Witstraat.
    Ik liep er een ongeneeslijke
    drukinktinfectie op.

    • Joop Ha Hoek schreef:

      Jammer van die infectie. Ik kwam er ook wel aan de Witte de With, in de tijd dat er met lood werd gezet. Grote staven, letterbakken. Het rook wel lekker, maar het was natuurlijk ziekmakend.

Menu