Hij kneep haar goeiig in haar arm. Ze antwoordde hem met een stralende glimlach en streek een getatoeëerde hand door zijn korte haar dat gestijfd recht overeind stond.
Hertenkamp
Halte Hertenkamp – Wachters in de nacht
In de binnenspiegel zie ik haar plotseling in het gangpad staan, de perkamenten handen rond een aluminium stang geklemd. Zacht remmend parkeer ik de bus dicht langs de stoeprand van de halte.
Halte Hertenkamp – ‘Geluk is dat je niet te veel pech hebt.’
Hij kneep haar goeiig in haar arm. Ze antwoordde hem met een stralende glimlach en streek een getatoeëerde hand door zijn korte haar dat gestijfd recht overeind stond.
Halte Hertenkamp – Waar is de monnik met z’n verwondering
Het afscheid halverwege de vrijdag is als de zonsverduistering eerder in de week. Al op weg naar huis ontregel ik.