Op mijn verjaardag liggen er nooit veel kaarten in mijn bus, maar sinds jaar en dag wel altijd eentje van Pearl. Zo’n twintig jaar geleden kocht ik daar voor het eerst een bril en sindsdien is Pearl m’n hofleverancier. Daar speelt die kaart een grote rol in. Soms ben ik met plezier een open doel voor marketeers.

Vorige week ging ik er weer heen. Eerst werd ik door een stagiaire benaderd die mij, terwijl hij een paar gegevens intikte, zó correct en met zó de juiste gelaatsuitdrukkingen aansprak dat ik toen hij naar achteren liep onwillekeurig op z’n rug naar een paneel met knoppen zocht. Vervolgens kwam een wat oudere medewerker naar me toe. Hij sprak me met mijn naam aan en ik voelde me meteen weer thuis. Waarschijnlijk had hij aan de hand van de ingevoerde data in de gauwigheid mijn naam achterhaald, maar waarom zou ik van goede namaak niet evenveel genieten als van het origineel? Ik hield hem mijn bril voor. De man glimlachte grootmoedig bij het zien van de afgebroken arm en de afgeknaagde resten van de coating aan het uiteinde. Die glimlach gaf me een gevoel van veiligheid. Hij keek zonder oordelen.

‘Ik hoop dat dit onder de service van Pearl mag vallen…?’ De glimlach bleef maar ik meende dat de scherptediepte iets afnam.

‘Daarnaast zie ik de laatste tijd slechter. Daar maak ik me, helemaal als buschauffeur, wel zorgen over’.

In een achteraf gelegen kamertje nam ik plaats achter een groot apparaat (‘U mag de kin even hier neerzetten, heel goed!’). Er schoven zoveel glazen voor m’n ogen langs, dat ik er duizelig van werd. ‘Tsja’ zei hij vervolgens in een beeldscherm turend. Ik had lang geleden, als leidinggevende, geleerd dat bij een slechtnieuwsgesprek de klap maar beter direct kan worden uitgedeeld.

‘Uw ogen zijn bijna perfect’. Ik keek verbaasd.

‘Met de jaren beweegt de kwaliteit van min naar plus en in uw geval zit u op het ogenblik vrijwel op nul; dat betekent dat u nauwelijks nog een afwijking heeft’.

‘Maar waarom zie ik de laatste tijd dan slechter?’

‘U ziet niet slechter omdat uw ogen niet goed zijn, maar omdat u uw oude bril nog draagt’.

Zijn uitspraak haakte ergens aan vast. Iets van betekenis, iets van waarde. Ik wist op dat moment niet wat het was.

‘Maar u heeft wel een leesbril nodig. Had u al een montuur uitgezocht?’.

‘Nee, ik wil daar nog even over nadenken’. Ik dacht: ik koop er wel een voor vijf euro bij de HEMA.

‘Prima, dan hoor ik het wel van u’. Hij dacht: die haalt er een voor drie euro bij de HEMA.

Op de fiets naar huis dacht ik over het zinnetje na: ‘U ziet niet slecht omdat uw ogen niet goed zijn, maar omdat u uw oude bril nog draagt’. Toen begreep ik het. Had de man met dat ene zinnetje niet de kern van de gehele dharma samengevat? Ik realiseerde me dat er met mezelf niets mis is en dat als ik zonder de oude bril van overtuigingen en oordelen zou kijken ik elk moment een nieuw inzicht zou kunnen opdoen. Dat ik non-dualiteit zou kunnen waarnemen en de eenheid van alle dingen. Dat ik zou zien dat liefde en mededogen de enige manier zijn om tegenstellingen en uitsluitingen te overwinnen. Tegenstellingen tussen mensen onderling, tussen mens en dier, tussen mens en aarde, … En dat als alleen mededogen en liefde overblijven alles niets blijkt te zijn. En dat ik dat proces binnen mezelf heb aan te gaan en van daaruit anderen kan inspireren.

De volgende keer laat ik bij die Pearlvestiging m’n schoenen buiten staan. En de verjaardagskaart van Pearl krijgt een plek op mijn altaartje. Naast de Boeddha.

Categorieën: Nieuws, Eelco van der Meulen, Columns
Tags: , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu