Op de 18e van elke maand was het in Bukkokuji ‘Kannonsama-dag’: een dag dat we Kanzeon (of Kannon, Chinees: Quan Yin) vereerden. Mensen kwamen van heinde en verre om deel te nemen aan de ceremonie en om de teisho (dharma-toespraak) van roshisama te horen. De Kannondo werd volgelegd met zachte zabutons en de gasten, jong en oud, namen er stilletjes plaats met een paar buigingen in de richting van het altaar. Dit altaar was voor de gelegenheid versierd met bloemen, kleurige slingers van origami-kraanvogeltjes, allerlei fruit en vooral de gulle donaties van toegewijden: tientallen pakken witbrood, kazen, dozen Japanse zoetigheid en wat niet meer. Temidden van deze kleurenpracht straalde onbewogen het bronzen beeld van Kanzeon, met een kroon op en een lotus in haar hand, lieflijk en verstild; tijdloos. De ceremonie begon met het zingen van de Hartsoetra en de Enmei Jikku Kannon Gyo (tienregelige Kanzeon-soetra). Deze laatste zongen we tientallen keren achter elkaar begeleid door de krachtige taiko (trom) van Dogo-san – totdat roshisama zijn mala met een ratelend geluid tussen zijn handen wreef. Dan werd het stil en werd er plechtig een wierookoffer aan Kanzeon gebracht.

De teisho van roshisama had iets magisch. Hij zat in vol zen-ornaat (robe en monnikskleed in prachtige kleuren) op zijn zijden zabuton voor het gezelschap en sprak altijd vol ontroering en enthousiasme. Mijn Japans was op den duur wel goed genoeg om het thema van de teisho op te pikken. De Japanse bewoners zeiden altijd, dat roshisama’s taalgebruik poëtisch en archaïsch was; echt heel mooi, vonden ze. Wij buitenlanders zaten geduldig tussen het Japanse publiek en genoten op een andere manier mee. Er kwam altijd wel een punt waarop roshisama met zijn armen een grote cirkel in de lucht tekende en opnieuw zei wat hij niet kon nalaten te herhalen: ‘Alle dingen zijn één lichaam. Alles is verbonden. Alles wat het leven brengt, is een zegening. Ontvang alles met een diep dankjewel, dankjewel…’ En hij vouwde zijn handen samen in gassho en maakte een diepe buiging. De oude dametjes in het publiek – sommigen helemaal gekromd van het levenslang rijst oogsten – knikten ijverig mee op zijn woorden en misschien pinkte een keurige dame uit Tokyo een traantje weg. Op de een of andere manier raakte hij iedereen in het hart. We zijn allemaal Kanzeon, zei roshisama ook wel eens, Kanzeon is niet wie we werkelijk zijn. Hij praatte met zoveel liefde over deze bodhisattva; alsof het een intieme bekende van hem was. Kannonsama-dag was een van mijn lievelingsceremonies.

Op een dag fluisterde mijn Japanse kamergenote in de Byakurendo (de vrouwenvertrekken) mij toe: ‘Is Kannonsama eigenlijk wel een vrouw, of is het een man? Ons Kanzeon-beeld heeft helemaal geen borsten!’ Dat is waar, zei ik, maar volgens mij is het een vrouw, ze draagt toch een jurk en heeft opgestoken haar als een Chinese hofdame.

Oorspronkelijk, vele eeuwen terug, was Avalokiteshvara een mannelijke bodhisattva in India, maar ergens door de eeuwen heen werd het een vrouwelijke figuur in China en Japan, met de kleding en de gelaatstrekken van een schone hofdame. Evenwel hebben de beelden van Quan Yin en Kanzeon nooit ronde borsten, hun borst is helemaal plat. Zodoende heeft Kanzeon altijd iets androgyns gehouden. Mijn kamergenote vond mijn antwoord dus niet bevredigend. Kanzeon kon net zo goed een man zijn, vond ze. In het Japans is het persoonlijk voornaamwoord derde persoon geen geslacht: sare, are of kare kan allemaal zowel ‘hij’ als ‘zij’ betekenen. Dus dat had gaandeweg geen duidelijkheid kunnen geven. ‘Vraag het aan roshisama’ zei ik, ‘die weet het wel.’ Mijn kamergenote staarde me een moment aan, sloeg toen haar ogen neer, fluisterde ‘ Nee!’ en draaide zich resoluut van mij af. Het was natuurlijk veel te gênant om tegen de roshi over borsten te moeten praten. Dit keer bracht mijn on-Japanse aard een voordeel met zich mee. Geen schaamte hierover, alleen maar nieuwsgierigheid. Bovendien zou ik het via de tolk vragen, dus dat was ook neutraler.

De volgende theeceremonie, wanneer we ruimte hadden om vragen te stellen, bracht ik onze twijfel naar voren en legde onze discussie in de Byakurendo aan roshisama voor. Hij luisterde geamuseerd naar onze overwegingen. Tenslotte schraapte hij zijn keel en zei langzaam, met glinsterende ogen: ‘Kanzeon is helemaal een man. En…’ (pauze) ‘Kanzeon is helemaal een vrouw!’ Roshisama had duidelijk plezier in zijn tegenstrijdige antwoord. ‘Hoe kan dit?’ vervolgde hij. ‘Kanzeon is één met alles wat voor hem(haar) verschijnt. Als er een kind bij Kanzeon komt, is Kanzeon een kind. Als er een vogel komt, is Kanzeon een vogel. Is het een bloem, dan is Kanzeon een bloem. Kanzeon valt samen met wat of wie er maar voor haar(hem) komt. Geen scheiding!’ ‘Van nature ben je zelf Kanzeon – Kanzeon is je ware aard. Van nature wil je iets oprapen dat valt, wil je iemand troosten die verdriet heeft, iemand helpen die hulp nodig heeft. Alleen wanneer ego-denken ertussen komt, raakt deze ware aard verduisterd.’ Onze discussie in de Byakurendo was hiermee naar volledige tevredenheid opgelost.

Terwijl ik al die jaren in de tempel sleet met thee drogen, onkruid wieden, vloeren dweilen en vooral vele uren wanhopige zazen (zitmeditatie), deden mijn vriendinnen thuis wat je hoort te doen als dertiger: trouwen, kinderen krijgen, carrière maken. Toen een van mijn dierbare vriendinnen haar eerste kindje kreeg, vroeg ik roshisama een kalligrafie voor haar te maken op een mooi stuk Japans karton. Een paar dagen later bracht hij mij het resultaat, twee karakters: Moeder en Hart. Het karakter voor moeder is afgeleid van het karakter voor vrouw, met twee stippen er middenin, die tepels symboliseren. ‘Hart’ is afgeleid van een schets van het fysieke hart. ‘Moeder-Hart’ las ik hardop. ‘Wat is Moeder-Hart, roshisama?’ Hij antwoordde spontaan: ‘Jíj bent perfect Moeder Hart! Maar…. soms verschijnt het kleine ego, en Moeder Hart ontsnapt!’ En tot mijn verbazing proestte roshisama het uit alsof het de grootst mogelijke grap was; zo aanstekelijk, dat ik niet anders kon dan met hem mee schateren.

Ciska Matthes woonde en trainde van 1999-2005 (zes jaar lang) in Bukkokuji, de tempel van de in 2018 overleden Harada Tangen roshi in Obama, Japan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

1 reactie op Herinneringen aan Harada Tangen roshi – Kanzeon is iedereen – en iedereen is Kanzeon

  1. Piet Nusteleijn schreef:

    Moederhartverwarmende tekst.
    Uitleg van “ik ben de weg, de waarheid en het leven”.
    Een diepe buiging voor het leven.
    Warme groet.

Menu