Van de grote heersers wisten de onderdanen nagenoeg niet dat ze bestonden.
De grote heersers zelf wisten nauwelijks dat ze bestonden.
Noch wisten ze of hun onderdanen wel bestonden.
Noch wisten ze wie heerste over wie.
Nooit meenden ze enige verdienste verworven, enig werk volvoerd te hebben.
Nooit waren ze bedachtzaam of onbedachtzaam.
Nooit waren hun woorden of daden kostbaar.
Wat ze ook deden, ze deden maar wat, en dat zeiden ze ook, en ook hun niet doen deden ze niet.
Wat ze ook zeiden, ze zeiden maar wat, en dat zeiden ze ook, en ook hun zwijgen zei ze niets.

 

Deze tekst maakt deel uit van Poort 20 van Niet om door te komen! De Poortloze Poort.

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Categorieën: Hans van Dam Tags: de Poortloze Poort, niet weten, Poort 20, en zen 

Reageren is niet meer mogelijk

Menu