Zwichten voor het ongerichte.

– Wat is mediteren volgens jou, Hans?

– Oefenen voor een leven zonder oefenen.

– Pardon?

– Streven naar het einde van het streven.

– Hoe vaak mediteer jij, hoe lang achter elkaar, in welke houding en met welke techniek?

– Ik mediteer nooit en ik mediteer nooit niet. Je kan je voorstellen dat het voor iemand die nooit mediteert onpraktisch is om daarbij steeds dezelfde houding aan te nemen. Voor iemand die nooit niet mediteert ook. Vandaar dat ik genoegen neem met de houding of activiteit van het moment, en de veranderingen die zich daarin van nature voordoen voor lief neem.

– Doe jij weleens retraites?

– Ik ben permanent in retraite, in mezelf of in niet weten of in een retraitewaan of wat het ook is en hoe het ook heet. Daarom heeft het voor mij weinig zin om op retraite te gaan. Misschien krijg ik nog eens behoefte om mij een poosje uit mijn retraite terug te trekken, als dat tot de mogelijkheden behoort, maar tot het zover is kan ik er niet over meepraten.

– Wat versta jij onder de meditatieve staat?

– In de meditatieve staat waarin ik nooit niet verkeer heb je geen idee of je in een meditatieve staat verkeert en maak je je daar geen moment zorgen om. Maak je je er toch zorgen om dan maak je je dáár geen zorgen om, zou ik denken, maar dat heb ik nog niet meegemaakt.

Bij gebrek aan definitie en finaliteit valt er niets te doen of te laten, niets te cultiveren, niets te beheersen en niets te bezweren. Iedere meditatietechniek of improvisatie daarop of simulatie ervan of weerstand ertegen of afwezigheid ervan is zonder meer welkom.

In deze weldadige niet-staat of niet-dadige welstaat is het niet alleen onduidelijk of er gemediteerd wordt, het is evenzeer onduidelijk of er wel iemand is die, of iets is dat, dit al dan niet mediteren doet of ondergaat. De hang om hierin, of waarin dan ook, duidelijkheid te scheppen, is allang geen partij meer voor de drang om elke vorm van duiding en eenduidigheid te onderscheppen.

Ongewild verwijlen in het wisse ongewisse, zo zou ik de staat omschrijven die mijn woorden doel doet missen, die mijn schrijven maakt tot wissen en zich toch niet laat verdrijven.

– Maar wat heb je eraan? Word je er een beter mens van? Maakt het een einde aan het lijden?

– Wat je eraan hebt weet ik precies niet. Ik kan wel beweren dat je er een beter mens van wordt, maar wat is dat – iemand die net zo leeft en denkt en spreekt als ik? Weinigen zullen dat beamen, ik ook niet, nog minder zullen erop uit zijn, ik al helemaal niet. En ik kan wel liegen dat er in het ongewilde ongewisse geen lijden is, maar dat zou het op slag gewis en gewild maken, van jou een loser en van mij een verlosser, met alle lijden van dien. Dit kan ik je wel verzekeren: ik krijg er nooit genoeg van. Tot nog toe niet tenminste.

– Wat kan je mij aan- of afraden?

– Niets of niemand, aan noch af. Welke richtlijn of verrichting kan het richten zelf ontwrichten? Valt hier nog wat te oefenen en behalen of is het meer een kwestie van neerhalen en effenen wat nooit was?

Gelukkig is dit zo’n probleem dat verdwijnt zodra de oplossingen zijn doorzien. Tot die tijd is alles best. Na die tijd helemaal.

Hans mediteert

Deze tekst maakt deel uit van Zondagskindjes, een serie teksten over niet-weten die geen deel uitmaken van een serie.

 

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

2 reacties op Dubbele lotus of dubbele houdgreep? Mediteren zonder mediteren

  1. Sjoerd schreef:

    !!!???000

Menu