Wat voor leraar heb of ben jij? Een achtvoudige atypologie.

 

1. Een koan

 

– Mag ik jou een vraag stellen, Hans?

– Nee.

– Waarom niet?

– Daar komen alleen maar antwoorden van.

– Het is de taak van de spirituele leraar om ons bij te staan op onze weg naar non-dualiteit, schrijft Nico Tydeman in Transmissie en Transcendentie.

– God sta ons bij.

– In zijn boek maakt hij onderscheid tussen drie aspecten van het spirituele leraarschap.

– Ik weet er wel driehonderd.

– Vriend, goeroe en mystagoog.

– Scheiden doet lijden.

– Wat?

– Of was het nou andersom?

– Lijden doet scheiden?

– Wat zegt de Boeddha daar ook weer over?

– Ik kan je even niet meer volgen.

– Ik al heel lang niet meer.

– Maar waar pas jij in zijn lerarenschema?

– Mooie koan.

– Werk nou even mee.

– Ik pas er niet in, ik sta er niet buiten, ra ra.

– Je staat erboven, wou je zeggen.

– Nee dank je, ik zit liever.

 

(lees verder onder de afbeelding)

Vriend, goeroe of mystagoog?

 

2. Een mens

 

– Ben jij een vriend?

– Alleen voor mijn vijanden.

– En voor je vrienden?

– Een vrijhand.

– En voor je leerlingen?

– Ik heb niet eens een leer.

– Of ben je meer een goeroe.

– Gewoon een ouwehoeroe.

– Die de dharma demonstreert door zijn gedrag?

– God sta ons bij.

– Wat demonstreer jij door je gedrag?

– Dat ik ben uitgedemonstreerd.

– Wat als ik toch een voorbeeld aan jou zou nemen?

– Dan werd je wat je was en bent en blijft.

– Te weten?

– Een mens, een mens en een mens.

 

3. Een wolk van niet-weten

 

– Geen vriend, geen goeroe, dan moet je wel een mystagoog zijn.

– Een misagoog. Een mistagoog. Een mistagoochem.

– Afijn.

– Weet je wat ik wel zou willen zijn?

– Een bloemetjesgordijn?

– Ik dacht eerder aan een mistgordijn.

– Het moet niet veel gekker worden.

– Een dunne, transparant, je kunt er dwars doorheen kijken.

– Een doorzichtige nevel.

– Of doe maar een mistbank.

– Je zegt het maar, Hans.

– Dan kan je gezellig naast me komen zitten.

– Ik sta liever.

– Verschil moet er zijn.

– Juist niet.

– Doe dan maar een wolk van niet-weten.

 

4. Een minnaar

 

– Ben je het er tenminste mee eens dat de spirituele leraar ons bij moet staan op onze weg naar non-dualiteit?

– Weg met de non-dualiteit.

– Even serieus.

– Ik meen het.

– Wat versta jij dan onder non-dualiteit?

– Transparantie. Overal doorheen kijken. Ieder onderscheid doorzien. Ook het onderscheid tussen dualiteit en non-dualiteit. Ook het onderscheid tussen leraar en leerling. Ook het onderscheid tussen de vriend, de goeroe en de mystagoog.

– Oké, vergeet Nico’s typologie dan maar even.

– Vergeten en vergeven.

– Wat voor spirituele leraar ben jij dan?

– Een minnaar.*

– Pardon?

– Transparantie en transpiratie.

– Wát?

– Vinger in je gat.

– Je kunt toch wel normaal antwoord geven?

– Serieus.

 

5. Een afleraar

 

– Ik wil alleen maar weten wat voor leraar jij bent, Hans.

– Wat voor vader ben jij?

– Ik ben een vrouw, sufferd.

– Nou dan.

– O, zo.

– O zo.

– Je probeert me al die tijd duidelijk te maken dat je geen leraar bent.

– Nou dat weer.

– Laat ik het dan zo stellen: als jij een spirituele leraar was, wat voor een zou je er dan zijn?

– Een afleraar?

– Wat doet een afleraar?

– Afleren?

– Wat afleren?

– De leer?

– Welke leer?

– Elke leer?

– Wat nog meer?

– Jouw leer?

– Nou, leer…

– Keer op keer?

– Waar is dat goed voor?

– Is het ergens goed voor?

– Is het nergens goed voor?

– Wat heet goed?

– Wie zit er nou te wachten op een afleraar.

– Een afleerling?

– Vanwaar al die vraagtekens?

– Vanwege dat afleren?

– Ik geloof niet dat ik er gevoelig voor ben.

– Dat is de tweede reden.

– Voor die vraagtekens?

– Ik moet de eerste afleerling nog tegenkomen.

– Een afleraar zonder afleerlingen dus.

– Als je er maar geen type van maakt.

 

6. Een kraker

 

– Wat heb jij toch tegen typologieën?

– Niks.

– Ha!

– Ik maak ze en ik kraak ze.

– Je kraakt ze.

– Zeker als ze hagiografisch zijn.

– Wat bedoel je daar nou weer mee.

– Een typologie die de leraar hoe dan ook heilig verklaart.

– Zoals?

– Vriend, goeroe en mystagoog.

– Wat is daar mis mee?

– Altijd prijs.

– In plaats van?

– Toneelspeler, leugenaar en hypocriet, bijvoorbeeld.

– Hallo.

– Ik kraak ze en ik maak ze.

– Dat brengt de zaak weer in evenwicht, wou je zeggen.

– Mens, mens en mens.

– Die hebben we al gehad.

– Die brengt de zaak pas in evenwicht, zou ik zeggen.

 

7. Een schrijver

 

– Ik vraag het nog één keer: voel jij je eerder een goeroe, een vriend of een mystagoog?

– Een schrijver dan maar.

– Wat is het doel van jouw schrijverschap?

– Alle doelen van me afschrijven.

– Ik dacht dat je getuigen zou zeggen.

– Waarvan?

– Tja.

– Hoe raad je het.

– Kan een getuigenis niet tevens leerzaam zijn?

– En wat dan nog?

– Dan zou je als getuige tevens leraar kunnen zijn.

– Het zal me worst wezen wat ik ben of niet.

– Hansworst.

– Snijworst, knakworst.

 

8. Een schriftgeleerde

 

– Ik kan je kennelijk niet overhalen om jezelf te typeren.

– Dat is te zeggen… hoe zit het met de schriftgeleerde?

– Die heeft geen plek gekregen in Nico’s typologie.

– Typisch.

– Hoezo, zie jij jezelf als schriftgeleerde?

– De beste die er is.

– Wat is jouw specialiteit?

– De lege schrift.

– Hè?

– Maar daar weet ik dan ook alles van.

– Van jou word je ook niks wijzer.

– Een ander woord voor non-dualiteit.

 

(Lees verder onder de afbeelding.)

 

‘Het is de taak van de spirituele leraar om ons bij te staan op onze weg naar non-dualiteit.’

 

* Kort na het verschijnen van Transmissie en transcendentie kwam uit dat de auteur, die zichzelf als mystagoog ziet, jarenlang een geheime relatie had met een van zijn leerlingen, in weerwil van beider boeddhistische geloften. Daarmee trad hij in de voetsporen van zijn leraar Dennis Merzel, die hij als zijn goeroe ziet: iemand die de dharma demonstreert door zijn gedrag. Niet veel later bekrachtigde Merzel het transcendente leraarschap van zijn navolger met de titel ‘roshi’.

Zelf houd ik het al dertig jaar met mijn lief en niemand spreekt er schande van. Is er een betere leraar dan je minnaar? Geloften hebben we nooit gebroken omdat we ze nooit hebben afgelegd. Behalve de huwelijkse, maar die hebben we weer afgelegd, ongebroken.

Wie meespeelt moet zich aan de regels houden, wie af is is soms beter af, al telt hij dan niet mee.

 

‘Transparantie en transpiratie’ is deel 3 van de tweeluik Transmissie en transcendentie.

Vorige week deel 2: Transmissie is carnaval.

Vorige vorige week deel 1: Transcendentie is een val

 

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu