Net als zen is advaita niet de Grote Waarheid, maar de Grote Afrekening. Het rekent af met alle Grote Woorden en Verhalen.

 

Inhoud

 

  1. Niet-weten als Bewustzijn
  2. Niet weten van Bewustzijn
  3. Advaita als niet-weten

 

 

Niet-weten als Bewustzijn

 

Advaita is geen idee.

 

Beste Hans,

Voel jij er wat voor om een boekje te maken van onze correspondentie? Ik denk aan een selectie, de essentie van onze dialoog.

Hans: Ik ben me van geen essentie bewust.

Nina: Een titel heb ik ook al, Advaita en niet-weten.

Hans: Het eerste wat me inviel was Advaita is geen idee. Wat is precies het idee?

Nina: Tja, hoe leg ik dat uit. Toen ik jouw dwaalteksten ontdekte, was dat voor mij een aha-erlebnis. In jou herkende ik eindelijk het niet-weten in mezelf. Maar hoe moest ik dat in overeenstemming brengen met de Hoogste Waarheid van het Ene Bewustzijn dat ik ben?

Onze correspondentie heeft daarin duidelijkheid gebracht. Ik weet niets en tegelijkertijd weet ik dat ik Ben en dat Bewustzijn de Essentie van mijn Zijn is. Dat Bewustzijn, dat Zijn, die Essentie, dit Leven dat ik ben, dit Niet-Weten, is niet in woorden uit te drukken en kan door het verstand niet begrepen worden.

De tegenspraak tussen mijn weten en mijn niet-weten, waar ik eerst zo mee zat, speelt zich volledig af binnen het verstand. Natuurlijk weet ik van alles, maar dan hebben we het over begrippen, denken, redeneren, feitenkennis. Een stoel is een stoel, ja, maar dat is niets meer dan een maatschappelijke conventie. Je komt er geen stap dichter mee bij de Uiteindelijke Werkelijkheid, die onkenbaar is.

Bewustzijn kent alles maar is zelf onkenbaar. Bewustzijn is ondeelbaar in zichzelf besloten en kent als zodanig geen innerlijke tegenspraak. Tegenstelling opgelost.

Advaita vedanta, heeft mij laten zien dat ik in essentie bén. Niet wát ik ben is mijn essentie, maar dát ik ben. Mijn Zijn, mijn Bewustzijn is altijd spontaan, moeiteloos en probleemloos, en altijd alleen maar hier en nu. Het is een constant, neutraal gegeven.

Wanneer mijn aandacht echter wordt opgeslokt door het denken, het voelen en het ervaren, dan verdrink ik in voorbijgaande indrukken die mij meevoeren uit de Hoogste Werkelijkheid. Advaita betekent voor mij in Bewustzijn verblijven. De aandacht op het Bewustzijn zelf gericht houden. Dat verlicht mijn zorgen en relativeert mijn pieken en dalen zodat ik er niet in blijf hangen.

Advaita is Zien, niet met je ogen maar met Bewustzijn. De dingen zien zoals ze zijn, niet zoals ik wil dat ze zijn. Niet met het verstand maar met het hart. Een geleefde waarheid die tegelijkertijd volkomen subjectief en volkomen universeel is. De hemel is blauw, geen twijfel mogelijk. Ik ben, geen twijfel mogelijk.

Ik weet het, het zijn allemaal concepten maar ik gebruik ze om te verwijzen naar de niet-conceptuele Werkelijkheid. Geen enkel concept legt het goed uit. ‘Bewustzijn’ is een vinger die naar de maan wijst. Ook niet-weten legt niets uit.

Jij verwerpt én omarmt, wel én niet, weten én niet-weten, niet-weten én niet weten van niet-weten. Ik denk niet dat uitleggen jouw drijfveer is, maar wat dan wel? Waarom produceer jij non-stop dwaalteksten? Laat ik het maar niet vragen, we doen wat we doen tot we het niet meer doen.

Ik kan in ieder geval niet meer weg uit Bewustzijn. Dat heeft het Leven mij geopenbaard en onze correspondentie heeft het bevestigd en verdiept. Het besef werkelijk gevestigd te zijn in Bewustzijn heeft grote vreugde gebracht, en diepe verwondering.

Er is een groot niet-weten in mij, als Zuiver Bewustzijn, dat nederig maakt. Louter Bewustzijn te zijn is een troost, een zegen, een vreugde en een stille achtergrond die ik mocht herontdekken dankzij de advaita vedanta.

 

Niet weten van Bewustzijn

 

‘Ik sta erop,’ zei de fundamentalist, ‘er is maar één fundament.’

 

Hans: Dank voor je uitleg. Je klinkt al helemaal als een boekje.

Nina: Het zou de inleiding van ons boekje kunnen zijn.

Hans: Alleen is het eerder de essentie van jouw denken dan van onze dialoog.

Nina: Wat is volgens jou de essentie van onze dialoog?

Hans: Langs elkaar heen praten is volgens mij de essentie van onze dialoog.

Nina: Wat dacht je van de titel Bewustzijn als Niet-Weten?

Hans: Wat dacht je van de titel Niet weten van Bewustzijn?

Nina: Dat lijkt mij heel wat anders.

Hans: Het is ook heel wat anders. Dat probeer ik je nu al maanden duidelijk te maken. Voor mij betekent niet-weten alleen maar dat ik het niet allemaal niet meer weet. Jij verwijst met de term niet-weten naar iets absoluuts dat je Bewustzijn noemt. Beide betekenissen zijn legitiem – definiëren staat vrij – maar ze verschillen als nacht en dag, en dat krijg ik je maar niet aan je verstand gepeuterd.

Nina: Niet iets absoluuts, het absolute. De universele, kosmische grond. De enige. Zowel die van jou als die van mij als die van iedereen en van het hele universum.

Hans: ‘Ik sta erop,’ zei de fundamentalist, ‘er is maar één fundament.’ En stortte in de afgrond.

Nina: Alles is Bewustzijn. Er is alleen maar Bewustzijn. De tienduizend dingen en wezens ontstaan in Bewustzijn en vergaan in Bewustzijn. Tijdens hun bestaan zijn ze gemanifesteerd Bewustzijn. Daarvoor en daarna zijn ze latent Bewustzijn.

Jouw bewustzijn maakt deel uit van Bewustzijn. Mijn bewustzijn maakt deel uit van Bewustzijn. Er is alleen maar Bewustzijn, Hans. Er is alleen maar dít.

Hans: Dit of dat, het is altijd wat.

Nina: Het is de Waarheid.

Hans: Dat zeggen ze allemaal.

Nina: Wat zeggen ze allemaal?

Hans: Dat het de Waarheid is. Volgens de materialist is alles stof. Dat is de Waarheid. Volgens de taoïst is alles chi. Dat is de Waarheid. Volgens de mysticus is alles God. Dat is de Waarheid. Volgens de zenboeddhist is alles leeg. Dat is de Waarheid. Volgens de non-dualist is alles Bewustzijn. Dat is de Waarheid. Volgens de nihilist bestaat de waarheid niet. Dat is de Waarheid. Steeds is het de Waarheid. De enige Waarheid.

Afijn, ieder zijn ding of onding. Mij is het om het even.

Nina: Stof verschijnt in Bewustzijn. Chi verschijnt in Bewustzijn. God verschijnt in Bewustzijn. Leegte verschijnt in Bewustzijn. Alles verschijnt in Bewustzijn. En alles ís Bewustzijn.

Hans: En dat noem jij niet-weten.

Nina: Het is de enige redelijke verklaring.

Hans: Er zijn tienduizend redelijke verklaringen. Het worden er iedere dag meer. Je herkent ze van verre: ze verklaren alles, ze voorspellen niets en ze zijn onweerlegbaar. Vlaggen zonder lading.

Nina: Al waren het er een miljoen. Alle verklaringen zijn manifest Bewustzijn.

Hans: Dat bedoel ik nou. Jij duidt alles in idealistische termen en er valt niets tegen in te brengen. Een ander duidt alles in materialistische termen en er valt niets tegen in te brengen. Misschien is dat de kick. Dat je alles kunt verklaren en overal een antwoord op hebt. Zeg jij het maar.

Nina: Bewustzijn is een ervaringsfeit.

Hans: Ik heb nog nooit Bewustzijn ervaren, of mijn ervaring ervan nooit als zodanig herkend. Ik weet niet wat Bewustzijn is, ik weet niet dát Bewustzijn is, of zelfs maar dat het niet is. Ik heb er niets over te melden. Daarom valt jouw project om de wezenlijke identiteit van Bewustzijn en niet-weten vast te stellen voor mij bij voorbaat in het water. Bij jou zijn Bewustzijn en niet-weten synoniem, dus op voorhand identiek, met hetzelfde gevolg.

Nina: Als je alleen maar niet wist, zou je heus niet zoveel schrijven.

Hans: Ik heb niks uit te leggen, en dat leg ik uit. Noem het spelen, noem het puzzelen, noem het mediteren.

Nina: Geen boekje dus?

Hans: Jij bent zelf een boekje.

Nina: Jij bent toch ook een boekje?

Hans: Ik ben een dummy met een gummie wiens schrijven wissen is.

 

Advaita als niet-weten

 

Maanden later

 

Nina: Ik heb er nog eens over nagedacht, Hans. Volgens mij verwijzen wij in de grond naar hetzelfde.

Hans: Begin je nou weer?

Nina: Jouw niet-weten is mijn Bewustzijn. Jij bent niet-weten, ik ben Bewustzijn. Jij bent ik. Is dat geen vreugdevolle gedachte?

Hans: Je geeft toe dat het maar een gedachte is?

Nina: Het komt tot mij als een gedachte omdat wij nou eenmaal Bewustzijn zijn. Voor mij is advaita vedanta de Grote Waarheid.

Hans: Voor mij is advaita vedanta de Grote Afrekening. ‘Niet-twee, het einde van de wijsheid’. Het rekent af met alle Grote Woorden, ook deze, en daarmee met alle Grote Verhalen, die immers op Grote Woorden berusten.

In de Alagaddupama-Sutta wordt de boeddhistische leer een vlot genoemd om de rivier mee over te steken, niet om de rest van je leven achter je aan te slepen. Ik mag graag denken dat dat ook van toepassing is op de advaita vedanta.

Nina: Wat versta jij onder oversteken?

Hans: Je schepen achter je verbranden.

Nina: Is dat alles?

Hans: Het is niets.

Nina: Ik vind dat geen vreugdevolle gedachte.

Hans: Niet-weten is geen vreugdevolle gedachte. Het is een louteringsvuur. De vreugde komt op haar eigen tijd, als ze komt.

Nina: Niet-weten is net zo goed een Groot Verhaal.

Hans: Integendeel, niet-weten is een wegwerpverhaal. Net als de advaita vedanta. Net als zen. Ik vertel die verhalen en tijdens het vertellen gooi ik ze weg. Ik vertel ze uitsluitend om ze weg te kunnen gooien. Zo vertel ik wat ik doe, en doe ik wat ik vertel.

Nina: Maar waarom?

Hans: Daarom.

Nina: Ik bedoel, waar is het goed voor?

Hans: Wou je er weer een vreugdevolle gedachte van maken?

Nina: Dat is ook geen antwoord.

Hans: Ik heb ook geen antwoord, of zelfs maar een vraag. Het is de aard van mijn denken. Binnen een paar gedachten loopt het in zichzelf dood. Zo houdt het zichzelf levend.

 

Lees ook: Piekeren over piekervaringen

 

 

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu