Monistische en dualistische vormen van spiritualiteit zijn stellend, katafatisch, constructief, canoniek. Non-dualistische vormen (advaita, zen, niet-weten) zijn ontstellend, apofatisch, deconstructief, laconiek. Duiden of doden? Schiet mij maar lek.

 

Van dualisme naar monisme

 

Een boekje voor het bloeden

 

Beste Flavia,

Je boekje, De Zachte Kracht, viel me niet tegen. Ik vond het lekker weglezen. In zijn soort is het aardige, toegankelijke lectuur. Voor mij wat te zoet. Bewustzijn, vrede, liefde, mededogen, blijdschap, dankbaarheid, bloemen, eeuwig licht. Ik hou meer van pittig.

De schrijfster zelf komt over als een onthecht, sereen en gelukzalig mens die alle ballast uit het verleden heeft losgelaten, geen schuld, angst of wrok meer kent, geen conflicten meer heeft en alle twijfel voorbij is. Iemand die het leven minzaam knikkend toelacht, hoe het zich ook misdraagt.

Niet de Flavia die ik heb leren kennen.

Voor mij leest De Zachte Kracht niet als het verslag van iemand die, ik citeer, ‘het denken heeft overwonnen’ (pagina’s 12, 23, 55, 127) en ‘het verstand heeft doorzien’ (12, 16, 47, 55, 143), maar als de geloofsbelijdenis van iemand die het ene verstand heeft ingeruild voor het andere. Het gezonde verstand voor het spirituele. De dualistische canon voor de monistische:

  1. de hokjesgeest voor de eenheidsworst
  2. de lineaire tijd voor het Eeuwige Heden
  3. materie voor Bewustzijn
  4. de illusie voor de Werkelijkheid
  5. iemand voor Niemand
  6. de doener voor de Getuige
  7. worden voor Zijn

 

Van monisme naar non-dualisme

 

Heb je er voorgoed tabak van, dan prop je ze alle verhalen in de loop van een kanon, aanstampen, lucifer erbij, BOEM!

 

Zelf kan ik net zomin geloven in het ene verstand als in het andere. Er is niets maar dan ook niets in de spirituele canon, of in welke canon ook, waarvoor ik mijn hand in het vuur zou steken zonder asbest handschoen. En er is niets waarvoor ik mijn hand in een asbest handschoen zou steken.

Vandaar misschien dat ik het spiritueel verstand met zijn monistische dogma’s alleen maar kan begrijpen als een voor sommigen blijkbaar noodzakelijk tussenstation op het pad van weet-ik-toch naar weet-ik-veel. Het laatste houvast vóór het grote laatlos. Een noodsprong om alvast aan de verstikkende dualistische denkbeelden van het gezond verstand te ontsnappen zonder meteen alle zekerheden op te geven. Een voorproefje. Een pilot. Een generale repetitie. Uitstel van executie. Wat meestal uitdraait op afstel.

Je kunt het natuurlijk ook omdraaien. Dan noem je niet-weten een tussenstation. Dat is de visie en/of ervaring van de christelijke mysticus Johannes van het Kruis: God kan pas in je ziel afdalen als je je van ieder godsbeeld en zelfbeeld hebt ontdaan. Bij deze Johannes (1542-1591) is niet-weten slechts een voorbereiding op de mystieke eenwording. Het laatste wat je ‘zelf’ kan doen. Daarna is het afwachten geblazen, doffe ellende, dorre vertwijfeling, diepe eenzaamheid, peilloze wanhoop – de donkere nacht van de ziel waaraan voor menig aspirant geen einde komt dan de dood. Want de laatste zet is aan God, en de Almachtige laat zich dwingen noch haasten, dat is genoegzaam bekend.

Je ziet, verhalen zat. Voor elk wat wils, en anders verzin je zelf iets. Heb je er voorgoed tabak van, zoals ik, dan prop je alle verhalen in de loop van een kanon, dit verhaal ook. Aanstampen, lucifer erbij, BOEM!

Leeg is je canon.

 

De mensheid maakt drie stadia door

 

Dansen als een derwisj op hete kolen

 

Omdat je het in De Zachte Kracht steeds over ‘dansen als een derwisj’ hebt, permitteer ik me een citaat van de soefi Juzjani:

De mens beeldt zich in dat hij de Waarheid kent en de goddelijke perceptie. In feite weet hij niets.1

Hoe Juzjani dat weet wordt nergens vermeld. Wij mindere goden moeten het dus op gezag aannemen. Een hachelijke zaak. Wat hij er precies mee bedoelt, wordt ook al niet vermeld. Dat de mens principieel geen toegang heeft tot de Waarheid en de goddelijke perceptie? Dat er niet zoiets is als de Waarheid en de goddelijke perceptie? Dat de Waarheid en de goddelijke perceptie alleen toegankelijk zijn voor de soefi, die bijgevolg geen mens is, althans geen gemiddeld mens?

We kunnen het hem niet meer vragen. Daarom voor de zekerheid een tweede citaat van een andere beroemde soefi, die maar liefst veertigduizend kwatrijnen bij elkaar ululeerde, Jalaludin Rumi.

De mensheid maakt drie stadia door. Eerst aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen. Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij God. Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid God’; ook niet: ‘Ik aanbid God niet.’2

In plaats van God kan je hier een van je eigen eternalistische koosnaampjes gebruiken: het Bewustzijn, de Bron, het Zelf, de Boeddha, het Zijn, de Dao, het Mysterie, de Zachte Kracht enzovoort.

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid het Bewustzijn’; ook niet: ‘Ik aanbid het Bewustzijn niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid het Zelf’; ook niet: ‘Ik aanbid het Zelf niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Boeddha’; ook niet: ‘Ik aanbid de Boeddha niet.’

Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid de Zachte Kracht’; ook niet: ‘Ik aanbid de Zachte Kracht niet.’

Om het citaat van Rumi verder aan te passen aan onze postchristelijke postmoderne tijd moeten we misschien het eerste en het tweede stadium omwisselen:

De mensheid maakt drie stadia door. Eerst aanbidt hij God. Daarna, als hij wat vorderingen heeft gemaakt, aanbidt hij alles: man, vrouw, geld, kinderen, de aarde en stenen. Ten slotte zegt hij niet: ‘Ik aanbid alles’; ook niet: ‘Ik aanbid alles niet.’

Hoe je het ook wendt of keert, Rumi was niet voor één gat te vangen. Mooie definitie van verlichting? Zeg ja en je bent voor één gat te vangen. Zeg nee en je bent toch niet ontsnapt.

 

De Zacht Kracht komt onverwacht

 

Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

 

Flavia: Dank voor je reactie op De Zachte Kracht. Ik zou er een heleboel over kunnen zeggen maar ik beperk me tot één vraag. Klopt het dat jij je verheven voelt boven al die zoekers voor wie het spirituele verstand het eindstation is? Heb jij inderdaad het idee dat iedereen het verkeerd ziet behalve jij? Dat jij verder gaat dan iedereen? Zie jij jezelf als de enige ware verlichte? Lijkt het maar zo of is jouw spiritualiteit één grote egotrip?

Hans: Als dit één vraag was, ben ik blij dat het er niet meer zijn.

Flavia: Nou?

Hans: Nee, ik voel me niet verheven boven zoekers voor wie het spirituele verstand een eindstation is. Ook niet boven mensen voor wie het gezond verstand het eindstation is. Ik voel me ook niet hun gelijke. Ik voel me ook niet hun mindere. Wie of wat of dat ik ben is voor mij een onuitgemaakte zaak, om over anderen nog maar te zwijgen. Wie zou zich dan waarop moeten laten voorstaan in vergelijking met wie?

Ik zeg alleen maar dat ik er niet meer in kan geloven. In het gezond verstand niet, in het spiritueel verstand niet, in welke verstand dan ook niet. En laat het onverstand ook maar zitten.

Als een natte hond schud ik alles van me af. Kijk, een regenboog!

Flavia: Noem dat maar wijsheid.

Hans: Ik maak geen aanspraak op wijsheid of dwaasheid.

Flavia: Noem dat maar verlichting.

Hans: Ik waan mij niet verlicht of onverlicht, gehecht of onthecht, aards of heilig, egoïstisch of egoloos of wat dan ook. Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren. Dat is nou net de grap.

Flavia: De Kosmische Grap.

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: De Waarheid is voorbij de woorden.

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: Denk je dat je ooit de weg naar het spirituele verstand zult vinden?

Hans: Al die woorden hebben hun zeggingskracht voor mij verloren.

Flavia: Het spirituele verstand is nota bene je eigen woord.

Hans: Kun je nagaan.

Flavia: Wat blijft er over als alle woorden hun zeggingskracht verliezen?

Hans: Niet alle. Al die.

Flavia: Wat blijft er over als al die woorden hun zeggingskracht verliezen?

Hans: Geen idee.

Flavia: Wat heb je daar nou aan.

Hans: Noem het dan maar de Zachte Kracht.

 

  1. Het pad van de Soefi, Idries Shah, uitgeverij Ten Have, Kampen 2009, pagina 197
  2. idem pagina 229

 

 

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu