Verschijnen illusies in Bewustzijn of is Bewustzijn een van die illusies? Advaita vedanta en het vicieuze verhaal van de onkenbare grond.

Inhoud

  1. Je gedachten allemaal opzijzetten
  2. De illusie van binnen en buiten
  3. Het Ene is eeuwig alleen
  4. Kan een universeel Bewustzijn iets voor zichzelf verborgen houden?
  5. Waarin verschijnt het Bewustzijn?
  6. Het dogma van de onkenbare grond
  7. Zijn atomen ruimteschepen?
  8. Gedachten verkrachten
  9. Wat als de hemel maar een gedachte zou zijn?

Je gedachten allemaal opzijzetten

Beste Hans,

Als ik mijn ogen open, ervaar ik een buitenwereld die wordt verlicht door een uiterlijke lichtbron. Als ik mijn ogen sluit ervaar ik een binnenwereld die wordt verlicht door een innerlijke lichtbron.

De uiterlijke lichtbron is de zon of een afgeleide daarvan. De innerlijke lichtbron is het Universele Bewustzijn dat alles verlicht maar zelf onzichtbaar is. Het verlicht ook het ego dat schijnbaar rondwandelt in de schijnbare buitenwereld maar in werkelijkheid niet meer is dan een illusie in het Bewustzijn.

De kleine golf bestaat niet zonder de grote zee. Ik ben niet de golf, ik ben de hele zee. Het afgescheiden ik is een illusie. Er is alleen het ondeelbare Ene. Het ware Zelf. Daarom is het oneindig kleine even groots als het oneindig grote.

Het is zinloos om het antwoord buiten mezelf te zoeken. Alles wat ik echt moet weten, weet ik al. Ik heb alleen teveel verkeerde gedachten, dus die zet ik best opzij. Aangezien ik niet zo goed weet wat de verkeerde zijn, zet ik ze gewoon allemaal opzij. Ik houd me er niet langer aan vast want ze zijn zo vluchtig en het kost me zoveel energie om ze na te jagen. De hemel zal mijn beloning zijn.

Ik heb alles om tot weten te komen als ik niets meer weet. Wat daarna rest is het inzicht en het uitzicht.

Beste Gijsbrecht,

Aangezien ik niet zo goed weet welke de verkeerde gedachten in je brief zijn, lijkt het mij het beste om je advies op te volgen en ze gewoon allemaal opzij te zetten. Bij dezen.

De illusie van binnen en buiten

De buitenwereld en de binnenwereld blijken elkaar zozeer te doordringen dat ik geen idee heb waar de ene ophoudt en de andere begint.

Gijsbrecht: Daar heb je me mooi te pakken, Hans. Ik zou het op prijs stellen als je toch wat dieper op de inhoud van mijn brief in zou willen gaan. Je hoeft me niet te ontzien. Gespaard ben ik al te vaak.

Hans: Dan loop ik je brief punt voor punt langs.

Om te beginnen maak je onderscheid tussen een buitenwereld die je met je ogen kunt zien en een binnenwereld die je kunt zien met je ogen dicht. Ik zal niet ontkennen dat de wereld op het eerste gezicht in tweeën uiteen lijkt te vallen, maar zelf ben ik er bij nader inzien niet in geslaagd de grens tussen de uiterlijke en innerlijke wereld te trekken.

Integendeel, de buitenwereld en de binnenwereld blijken elkaar zozeer te doordringen dat ik tegenwoordig geen idee meer heb waar de ene ophoudt en de andere begint. Ik zie het verschil niet meer. Wat mij betreft kun je alles net zo goed buitenwereld als binnenwereld noemen. Of buitenwereld én binnenwereld tegelijk. Of buitenwereld noch binnenwereld. Laat staan dat ik de kenstructuren van beide werelden doorzie.

Dat er een innerlijke lichtbron, namelijk Bewustzijn, moet zijn om de innerlijke wereld ervaarbaar te maken, net zoals een uiterlijke lichtbron nodig is om buiten iets te kunnen zien, lijkt mij alleen al daarom een gewaagde analogie.

 

Het Ene is eeuwig alleen

Van de golf die dacht dat hij de zee was

Dat de buitenwereld en de binnenwereld bij nader inzien onontwarbaar zijn, of zelfs fictief, betekent uiteraard niet dat ‘alles’ één is. Hoe stel je zoiets vast? Wie kan ‘alles’ overzien? Is ‘alles’ wel meer dan een woord?

De beeldspraak van de kleine golf die niet doorheeft dat hij de grote zee is, biedt troost aan eenzame zielen, maar is daarom nog niet waar. Een druppel is geen golf, je kan er niet op surfen. Een golf is geen zee, je kan er niet op varen.

Al zou de golf onbetwistbaar de zee zijn, dan nog was het een schrale troost. Juist door zijn alomvattendheid is het Ene onherroepelijk alleen. Zelfgenoeg zijn is geen samenzijn, maar het toppunt van afgescheidenheid.

Het zelfgenoeg zijn van het ene Bewustzijn is een vorm van solipsisme. Per definitie. En de liefde van de solipsist kan alleen maar liefde voor zichzelf zijn, want buiten hem is er niets. Dit heet narcisme. Als het Ene bestaat tenminste, anders heet het gewoon een illusie.

 

Kan een universeel Bewustzijn iets voor zichzelf verborgen houden?

Retoriek ruik ik van verre, en als je er eenmaal immuun voor bent, hoor je alleen maar ruis.

Stel dat ik inderdaad het ene Bewustzijn ben. Wat heb ik daaraan als ik er geen toegang toe heb? Waarom ben ik altijd hier en nooit daar, laat staan overal?

Waarom kan ik in mijn hoedanigheid van universeel Bewustzijn niet jouw gedachten lezen en niet door jouw ogen kijken? Waarom weet ik niet onmiddellijk, zelfs zonder te lezen of te kijken, wat jij denkt en ziet?

Als alle wezens een en hetzelfde Bewustzijn belichamen, waarom zijn wij dan veroordeeld tot lichaamstaal, moedertaal en gebarentaal? Vanwaar al die misverstanden tussen ons? Waarom zijn wij niet transparant voor elkaar? Waarom zijn wij niet eens transparant voor onszelf?

Los van deze praktische vragen dienen zich ook principiële vragen aan. Kan een universeel Bewustzijn iets voor zichzelf verborgen houden en toch nog universeel zijn? Kan het Ene zichzelf opsplitsen in delen en toch nog één zijn? Kan het Onbegrensde zichzelf begrenzen en toch nog onbegrensd zijn?

Denkbeelden van deze strekking – kleine golf versus grote oceaan, het valse ego versus het ware Zelf, het afgescheiden ik versus het ondeelbare Ene – kom je tegen in uiteenlopende tradities, waaronder advaita vedanta, taoïsme, zen en dzogchen. Ik zal de laatste zijn om ze te ontkennen.

Persoonlijk durf ik het bestaan van een persoonlijke ego of een persoonlijk bewustzijn al evenmin te bevestigen of te ontkennen als het bestaan van een onpersoonlijk Zelf of een universeel Bewustzijn. Laat staan dat ik mij laat verleiden tot uitspraken over de relatie tussen beide. Of antwoorden ga zoeken op de vele vragen die ze oproepen.

Ik zal ook de laatste zijn om ze te erkennen. De rationalistische argumenten en analogieën die in dit verband gewoonlijk worden opgevoerd en die de afgelopen jaren veelvuldig door correspondenten op mij zijn uitgeprobeerd, hebben geen enkele indruk op me gemaakt. Retoriek ruik ik van verre, en als je er eenmaal immuun voor bent, hoor je alleen maar ruis.

Zelf bedien ik me ook van retoriek, iets anders heb ik niet. Ik gebruik het om niets te zeggen, dit ook niet. Dat is hoe ik ruisss.

 

Waarin verschijnt het Bewustzijn?

Het regressieprobleem

Het al dan niet vermeende Bewustzijn wordt door non-dualisten vaak omschreven als de onkenbare grond van het kennen. Waarom het kennen zo nodig een grond zou moeten hebben heeft niemand mij ooit duidelijk kunnen maken. Waarom die grond onkenbaar zou moeten zijn ook niet. Waarom die grond zelf geen grond nodig heeft ook niet.

Dit laatste is het aloude regressieprobleem waaronder de meeste kosmologieën gebukt gaan.

De wereld is geschapen door de Schepper, alla, maar waardoor is de Schepper geschapen? En als de Schepper zichzelf kon scheppen, kan de wereld dan niet net zo goed zichzelf geschapen hebben? En als de wereld zijn eigen schepper was, waar is die Schepper dan nog voor nodig?

De wereld is veroorzaakt door de Eerste Oorzaak, alla, maar wat veroorzaakte de Eerste Oorzaak? En als de Eerste Oorzaak zichzelf kon veroorzaken, kan de wereld dan niet net zo goed zichzelf hebben veroorzaakt? En als de wereld zijn eigen oorzaak was, waar is die Eerste Oorzaak dan nog voor nodig?

De wereld verschijnt in Bewustzijn, alla, maar waarin verschijnt Bewustzijn? En als Bewustzijn in zichzelf verschijnt, kan de wereld dan niet net zo goed in zichzelf verschijnen? En als de wereld in zichzelf verschijnt, waar is dat Bewustzijn dan nog voor nodig?

Hele bibliotheken zijn er over het regressieprobleem volgeschreven. Ook daar is geen beginnen en geen einde aan.

 

Het dogma van de onkenbare grond

Dogma’s over de onkenbare grond kunnen net zomin waar als onwaar zijn.

De grootste moeilijkheid van een onkenbare grond is zijn onkenbaarheid. Zo’n grond is principieel niet waar te nemen of te ervaren en daarom is zijn bestaan onmogelijk te verifiëren of te falsificeren.

Iedere rechtstreekse of indirecte waarneming of ervaring van de onkenbare grond, bijvoorbeeld in de vorm van een visioen, een inzicht, een eenheidservaring, verzonkenheid, exaltatie, extase, kensho, satori, ananda, jhana, moksha of samadhi, moet worden afgewezen als een illusie, anders zou de grond niet onkenbaar zijn.

Ook de rede biedt geen soelaas: over het onkenbare kan per definitie en bij gebrek aan premissen niet geredeneerd worden.

Uitspraken over de onkenbare grond kunnen daarom net zo goed waar als onwaar zijn. Nee, dat zeg ik verkeerd. Uitspraken over de onkenbare grond kunnen net zomin waar als onwaar zijn.

Geloofsartikelen die zich helemaal niets aan de rede of de realiteit gelegen laten liggen en waaraan de rede en de realiteit zich helemaal niets gelegen laten liggen, heten dogma’s. Het zijn vicieuze verhalen, tautologische structuren, onneembare leer-stellingen, onweerlegbare zekerheden in een onzeker heden.

De meeste mensen kunnen niet zonder.

 

Zijn atomen ruimteschepen?

In religies is het idee van het oneindig grote een toevluchtsoord voor mensen die zich anders verloren voelen.

Het oneindig kleine en het oneindig grote waar jij het over hebt, ken ik uit de wiskunde. Daar zijn het gedachteconstructies die als katalysator van het onderzoekende denken fungeren. Ze inspireerden in de loop der eeuwen tot de differentiaal- en integraalrekening van Leibniz en Descartes, tot alternatieven voor de Euclidische meetkunde en tot de overaftelbare verzamelingen van Cantor.

In religies dient het idee van het oneindig grote als toevluchtsoord voor mensen die zich anders verloren voelen. Het oneindig grote mag dan oneindig groot zijn, het idee van het oneindig grote is net als alle ideeën oneindig klein.

Het oneindig kleine geeft een oneindig gevoel van veiligheid. Het inspireerde in de loop der eeuwen tot oneindig gedoe: woordvloed, zwijgzaamheid, hoogmoed, bescheidenheid, zonde, boetedoening, ascese, barmhartigheid, bouwdrift, beeldenstormen, bekeringsdrang, gelatenheid, extase, verzuiling, oecumene, inquisitie, martelaarschap, heiligverklaring en oorlog. En nou deze correspondentie weer.

 

Gedachten verkrachten

Dat gedachten goed of verkeerd kunnen zijn is ook maar een gedachte. Is die volgens jou goed of verkeerd?

In je brief maak je een onderscheid tussen goede en verkeerde gedachten. Je neemt je voor de verkeerde gedachten opzij te zetten, en voor de zekerheid meteen maar álle gedachten.

Dat gedachten goed of verkeerd kunnen zijn is ook maar een gedachte. Is die volgens jou goed of verkeerd? Wat je ook ten antwoord geeft, het is opnieuw een gedachte. Goed of verkeerd?

Volgens de spiritueel therapeute Byron Katie is iedere gedachte een goede gedachte, zolang je maar afstand houdt. Volgens de non-dualist Jan van Delden is iedere gedachte een verkeerde gedachte die je maar beter op afstand houdt. Zelf beschik ik niet over een boven alle discussie verheven maatstaf om vast te stellen welke gedachten goed of verkeerd zijn, dus kan ik daarover geen boven alle discussie verheven oordeel vellen.

Volgens jou kun je je gedachten opzijzetten. Volgens Byron Katie kun je ze niet opzijzetten omdat ze zich nou eenmaal ongevraagd aandienen, maar wel onderzoeken. Zelf heb ik inderdaad weleens de indruk dat ik mijn gedachten onderzoek of opzij zet, maar of ik dat doe of onderga of beide of geen van beide kan ik, alle intuïties daarover ten spijt, niet objectief vaststellen. Het zou net zo goed een droom kunnen zijn, of een verkeerde gedachte.

Niet lang geleden schreef iemand mij dat hij zijn gedachten uit kon zetten wanneer en zolang hij maar wilde. Dat kon ik natuurlijk niet verifiëren want iedere keer dat hij mij schreef had hij ze net weer aanstaan. Bovendien is uitzetten geen opzijzetten, want hij kon duidelijk niet zelf bepalen wat hij dacht als hij dacht. Of laat ik het zo zeggen, wat hij tegen mij dacht had ik nooit zelf willen denken.

Vandaar mijn vraag: zeker weten dat je je gedachten naar believen opzij kunt zetten? Zo niet, dan zou ik die gedachte maar gauw opzijzetten.

 

Wat als de hemel maar een gedachte zou zijn?

In agnose heb je alle inzichten achter je gelaten zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen. Behalve een weids uitzicht.

Als je je gedachten niet langer najaagt, zal de hemel je beloning zijn, zeg je. Hoe weet je dat? Ben je er op bezoek geweest of heb je hem al gevonden of vertrouw je op je eigen voorgevoel of op andermans beloften misschien? Wat als de hemel zelf maar een gedachte is – misschien zelfs een verkeerde?

Denk jij dat ik met mijn niet-weten, of wat het ook is, al in de hemel ben? Zelf heb ik geen idee waar ik ben of hoe ik het moet noemen. Dat is vast niet jouw idee van de hemel?

Als je niets meer weet, heb je alles om tot weten te komen, zeg je. Alsof het een voorafje is. Eerst niet-weten, dan spinazie eten.

In mijn ervaring is het niet-weten zelf de spinazie. Spinazie à la crème. Je krijgt er geen spierballen van, zoals Popeye, en geen anker op je onderarm om je aan vast te houden, maar wel een smedige geest. Een vredige geest. Zonder tatoeages. Zonder ankers.

Niet-weten is het einde van de rusteloze zoektocht naar een Definitieve Verklaring voor Alles. In agnose heb je alle inzichten achter je gelaten zonder dat er iets voor in de plaats is gekomen. Behalve een weids uitzicht. Ik kan er eindeloos naar kijken. En ik mag het graag schilderen, al is het dan met woorden.

Nou Gijsbrecht, dat was het wel zo’n beetje. Excuses voor mijn verbositeit. Ik had je liever rechtstreeks via ons gemeenschappelijk Bewustzijn benaderd, maar ik kon je nergens vinden. Zelfs niet in mijn dromen.

Ik hoop maar dat je innerlijke licht intussen niet is uitgegaan. Doe de groeten aan de maan.

Beste Hans,

Wat ik pretendeer, doe jij daadwerkelijk. Je hebt zonder enige consideratie al mijn gedachten opzij gezet. Ik vrees dat ik nog een weg te gaan heb.

Hans: Als je nou eens begon met het opzijzetten van de gedachte dat je nog een weg te gaan hebt?

Gijsbrecht: Daar heb je me alweer te pakken.

Deze tekst maakt deel uit van de serie Brieven Advaita; het Bewustzijn voorbij. Alle Brieven Advaita in het Boeddhistisch Dagblad.

 

Categorieën: Hans van Dam
Tags: , , , , , , , , , , , , ,

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu