“Laat je niet gek maken door die oude gekken”, zei de oude gek. Door wie laat jij je gek maken? Zevenenveertigste van een serie van zestig monologen van Linji.

 

Zaklopers, staar je niet blind op gewaden. Kleren maken geen man. De pij van zuiverheid niet, de pij van geboorteloosheid niet, de pij van verlichting niet, de pij van nirvana niet, de pij van de patriarch niet en de pij van de Boeddha niet. Het is allemaal camouflage. Uiterlijk vertoon om een innerlijk gewoon te verhullen.

Kijk, daar ga je weer. Je spant je middenrif aan, flappert met je tong, klappert met je tanden en hup daar sproeien samen met je zure speeksel je weeë woorden de weerloze wereld weer in. Maar hoe vaardig je ook flappert en klappert, het blijft gebakken lucht.

Van buiten praatjes als losse gewaden, van binnen gedachten – loze gewaden. Kleren breken de man. Zolang je de verpakking aanziet voor de inhoud zul je ook na ontelbare eeuwigheden niet meer zijn dan een kleerhanger voor een grauwe pij. Zelf sta ik liever in mijn hemd. Wat jij?

“Erken hem, maar ken hem niet.
Spreek met hem, maar niet zijn naam.”

 

Deze tekst maakt deel uit van Niet te geloven: de Linji-lu.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu