“Laat je niet gek maken door die oude gekken”, zei de oude gek. Door wie laat jij je gek maken? Vierenveertigste van een serie van zestig monologen van Linji.

 

Meester Linji zei: Leeglopers, jullie zeulen maar rond met je ransel en je strontzak, onvermoeibaar op zoek naar de Boeddha en de dharma. Wie is het die zich een slag in de rondte zoekt? Hij is wakker en dartel en heeft geen wortels. Hij laat zich niet vangen, hij laat zich niet wegjagen. Hij staat altijd achter je. Zolang je je neus achterna rent, zul je hem over het hoofd zien. Zodra je je omdraait, komt hij tevoorschijn. Zijn onzichtbare licht zal zich op je netvlies branden. Zijn onhoorbare stilte zal weergalmen in je oren. Wie dit niet gelooft, zal zijn hele leven achter de feiten aanlopen. En wie het wel gelooft? Ai.

Leeglopers, het stelt allemaal niets voor. In een poep en een scheet dring je de Lotuswereld binnen, het Zuivere Land, het Land van Vairocana, het Land van de Verlossing, het Land van de Bovennatuurlijke Krachten, het Rijk van de Dharma. In een vloek en een zucht ga je het bevlekte en het onbevlekte binnen, het wereldse en het heilige, het rijk van de hongerige geesten en het rijk van de wilde beesten. Wat blijkt? Het zijn allemaal maar namen.

“Spiegelbeelden, luchtkastelen: Ga er niet in wonen.
Goed en kwaad, winst en verlies: Boek ze af, voorgoed.”

 

Deze tekst maakt deel uit van Niet te geloven: de Linji-lu.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu