“Laat je niet gek maken door die oude gekken”, zei de oude gek. Door wie laat jij je gek maken? Zeventiende van een serie van zestig monologen van Linji.

 

Meester Linji zei: Vanuit mijn vluchtpunt gezien is er niets om van te houden of te haten. Er is niets. Er is niets heiligs en niets aards. Wie het heilige aanbidt, aanbidt namen. Wie het aardse minacht, minacht namen. Wat is er heilig aan ‘heilig’? Wat is er aards aan ‘aards’? Niets.

De grijze haren rijzen mij te berge wanneer ik bedenk hoeveel leerlingen Manjusri op de berg Wutai zoeken. Hoe diep kun je zinken. Er is geen Manjusri op de berg Wutai. Er is geen Manjusri op de berg Wutai, want er is geen Manjusri en er is geen berg Wutai.

Wil je Manjusri op de berg Wutai leren kennen? Degene die hier voor me staat te luisteren naar mijn kletspraat – dat is de levende Manjusri. Het licht dat iedere gedachte doorziet – dat is de levende Samantabhadra. De ene gedachte die je bevrijdt van alle andere – dat is de levende Avalokiteshvara. Ze zijn je meesters en dienaren tegelijk, één in drie en drie in één. Wie ook dít doorziet kan voor mijn part zoetra’s gaan lezen.

 

Deze tekst maakt deel uit van Niet te geloven: de Linji-lu.

Ochtend- of avondeditie

We hebben een gratis mailinglijst.
Abonneer je op onze ochtend- of avondeditie

Reageren is niet meer mogelijk

Menu